Twee recensies over een concert: Martha Argerich onweerstaanbaar met Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Lahav Shani!

Martha Argerich speelt nog altijd als een tijgerin

Gehoord: 11 februari 2022 (herhaling van 10 februari)

Werken van Pijper, Ravel en Stravinsky

Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Lahav Shani

Soliste: Martha Argerich, piano

Door: Wenneke Savenije

 

 

‘Muziek is een mysterie, net als liefde’, zegt Martha Argerich in een van de weinige interviews die ze ooit gegeven heeft tegen de Franse muziekjournalist Oliver Bellamy: ‘Het is iets buitengewoons, dat ons dingen laat voelen die we niet in woorden kunnen uitdrukken en die niet op een andere manier uit te drukken zijn. Onmogelijk. En dat zijn extreem krachtige en belangrijke dingen.’ De pianiste die getuige haar eerste opnames – waaronder ‘8-year-old Martha Argerich plays Beethoven Piano Concerto No. 1 in C major, Op. 15’ uit 1949, met het Gran Orquestra Clásica de LR1 Radio Nacional o.l.v. Alberto Castellanos, te vinden op YouTube – geboren is als een oude ziel, gelooft in parallelle universums: ‘Er zijn dingen die we niet zien maar die er wel zijn.’ Woorden kunnen nooit omschrijven hoe iets echt is, maar muziek kan dat wél,’ volgens Argerich. Muziek is haar moedertaal.

Het geeft aan hoe diep en ‘authentiek’ Argerich, op haar tachtigste nog altijd een van de allergrootste pianisten ter wereld, al haar leven lang met muziek verbonden is. En het maakt ook duidelijk waarom ze een hekel heeft aan interviews en wars is van sterallures. Argerich drukt haar ziel uit in klanken, melodieën, harmonieën en ritmes en dat doet ze al van meet af aan zó natuurlijk en met zoveel vrijheid, intensiteit, intelligentie en verbeeldingskracht, dat het publiek wordt gehypnotiseerd en de zaal begint te zinderen. Dat neemt niet weg dat het zomaar had kunnen gebeuren dat ze last minute haar concerten met het Rotterdams Philharmonisch o.l.v. Lahav Shani had afgezegd, want om dat soort grillige gedrag staat Argerich al jaren bekend. Maar haar vriendschap met Shani, met wie ze vaak pianoduo’s speelt, zal haar daarvan weerhouden hebben. Want ook al houdt Argerich eigenlijk niet zo van optreden, ze houdt wel van muziek maken met vrienden. De muzikale chemie tussen de leeftijdsloze pianiste en de jonge dirigent was van een uitzonderlijke orde. Ze vonden elkaar in alle facetten van het musiceren, deden niet voor elkaar onder in talent en speelvreugde, en prikkelden met hun energieke en aanstekelijke dialogen de musici van het Rotterdams Philharmonisch Orkest tot uitmuntend orkestspel.  Het werd een fantastische avond.

 

 

Met frisse tegenzin, al was het maar vanwege haar ongeneeslijke nervositeit voor aanvang van haar optredens, sjokte de onorthodoxe Argerich het podium op, als altijd gekleed in een gebloemde rok met een eenvoudig zwart hesje erboven. Al liep ze op dameshakjes, met haar lange grijze haren, haar vriendschapsarmbandjes en ludieke hangers aan leren koordjes om haar hals maakt ze, vijftig jaar na dato, een hippie-achtige indruk. Een beetje rebels en nog altijd beeldschoon, sympathiek en bijzonder. Ravels Pianoconcert is een van haar lijfstukken en ze moet het al honderden keren hebben gespeeld, maar toch was de spanning een paar seconden voor de klap van de houtblokken waarmee het stuk opent even te snijden. Meteen daarna vergat Argerich alle wereldse zaken om zich met de oerkracht van een tijgerin op de toetsen te storten. Eerst sluipenderwijs elegant en poëtisch, later jazzy, woest en onstuimig. Vanuit haar parallelle universum toverde Argerich onwaarschijnlijk mooie klanken uit de vleugel, fris en onweerstaanbaar, diepzinnig en verfijnd, genuanceerd en krachtig, alsof ze ter plekke het Pianoconcert van Ravel her-ontdekte, zo niet her-componeerde. Een van de doodzondes voor een pianist is volgens Argerich ‘een kopie te worden van je zelf.’ Daar was dan ook geen moment sprake van. Haar Ravel klonk in de energieke hoekdelen als een hemelbestormend avontuur met Shani en het orkest als de ideale reisgenoten, en in het introverte Adagio assai als een adembenemend mooie en tedere ode aan de tijdloosheid van liefde en schoonheid.

Het applaus was terecht ovationeel. Bij wijze van toegift speelde Argerich met de energie van een jonge godin nog een sprankelende Gavotte uit de Derde Engelse suite van Bach, gevolgd door twee delen uit Ravels Ma mère l’Oye voor piano vierhandig met Shani, die als pianist al even begaafd is als als dirigent, zodat zijn muzikale vriendschap met Argerich ook achter de piano vleugels kreeg.

 

 

Aan Argerichs optreden vooraf ging een door Shani meesterlijk gedirigeerde uitvoering van Willem Pijpers Tweede symfonie, een eigenaardige mengelmoes van stijlen en invloeden waarin lelijkheid en vrolijkheid hand in hand gaan. Shani trof Pijper in alle tegenstrijdige facetten van zijn gecompliceerde persoonlijkheid, zodat het orkestrale huzarenstuk in al zijn grilligheden tot de verbeelding ging spreken. Daar klonk als het ware een portret van het temperamentvolle geschreeuw, de angstaanjagende woede en de burleske vrolijkheid van een Hollandse eclecticus, die net als Ravel en Stravinsky zijn inspiratie vond in allerlei muzikale genres en stijlen zonder de klassieke vorm uit het oog te verliezen. Pijper schreef zijn Tweede symfonie voor groot orkest, aangevuld met extra harpen, drie mandolines en een orgeltje. Maar méér is niet altijd beter, zo werd duidelijk uit de veel samenhangender materie van Stravinsky’s tweede concertsuite uit zijn ballet De vuurvogel. Ook hier, kort na de Eerste wereldoorlog, een vermenging van stijlen, maar een kleiner orkest en een grotere samenhang, met als resultaat een door Shani en het Rotterdams Philharmonisch Orkest in heldere structuren en fascinerende klankkleuren uiteen gezet muzikaal sprookje.

Info:

https://www.rotterdamsphilharmonisch.nl/nl/

 

 

Argerich en Ravel : onverslaanbaar

Gehoord: 11 februari 2022 (herhaling van 10 februari)

Werken van Pijper, Ravel en Stravinsky

Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Lahav Shani

Soliste: Martha Argerich, piano

 

Door: Willem Boone

Er zijn van die stukken die onlosmakelijk met een interpreet verbonden zijn, zoals Jacqueline du Pré met het celloconcert van Elgar of Elisabeth Schwartzkopf met Strauss’Vier letzte Lieder. Hetzelfde geldt voor Ravels Pianoconcert in G en Martha Argerich. Dat wil niet zeggen dat zij de ‘enige’ is die het goed zou kunnen spelen, want er bestaan tientallen andere, prachtige uitvoeringen van zoals door Arturo Benedetti Michelangeli, Alicia de Larrocha, Pascal Rogé, Krystian Zimerman of Leonard Bernstein in een dubbelrol als solist en dirigent. Maar je (althans ik) blijft toch altijd terugkeren naar die ene uitvoering die een meetlat geworden is, waarnaast je ‘andere’ uitvoeringen legt. De eerste opname op DGG van Ravels pianoconcert die Argerich in 1967 met Abbado opnam, was direct een voltreffer en dat geldt al even zo voor het Derde pianoconcert van Prokofiev dat aan de andere kant van de (toen nog) LP stond. De Argentijnse pianiste gold toen al als legendarisch, zeker na het winnen van het Chopin-concours in 1965, maar met deze uitvoeringen vestigde ze definitief haar naam. Bijna 60 jaar later hebben ze nog niets van hun glans verloren.

 

 

Hoe vaak zou ze dit concert al gespeeld hebben? Waarschijnlijk al meer dan 500 keer. De Franse pianist François René Duchable zei zo’n twintig jaar geleden in een interview dat Argerich ‘het’ niet meer had en een mythe geworden was die de wereld rondreisde met maar vijf pianoconcerten in haar bagage. Hoewel deze uitspraak misschien niet vrij van enige jaloezie was, had Duchable wel een punt. De Argentijnse speelt een groot repertoire en beheerst echt wel meer dan vier of vijf pianoconcerten (de eerste twee van Beethoven, Schumann, het derde van Prokofiev en dat van Ravel), maar ze keert vaak naar deze stukken terug. Daar wordt ze door fans ook wel om gekritiseerd: een spelletje waaraan ze zich vaak ‘bezondigen’ is lijstjes maken van concerten die je graag door haar zou willen horen. En dat zijn nogal wat stukken: zo speelde ze helaas niet de concerten van Brahms, het Vierde van Beethoven, het Tweede en Vierde van Rachmaninoff, het Tweede van Prokofiev, het Tweede van Saint Saëns, het Concert in C klein van Mozart, het Tweede van Tschaikofsky… Allemaal composities waarin ze met haar vlammende temperament iedereen van zijn stoel zou blazen…

We zullen ons tevreden moeten stellen met wat ze ons wel gegeven heeft en dat is veel, zeker in termen van kwaliteit. Ze kan het zich kennelijk veroorloven om vaak met hetzelfde pianoconcert op de proppen te komen: het publiek komt toch wel en als ze verschijnt (wat door haar afzeggingen lang niet altijd zeker is), dan levert ze topprestaties. In de film ‘Bloody daughter’ die haar jongste dochter Stéphanie over haar vader Stephen Kovacevich en Argerich maakte, vraagt Stéphanie aan haar moeder of ze niet af en toe verveeld raakt als ze voor de zoveelste keer een bepaald stuk moet spelen. Daar reageert de pianiste heel duidelijk op: nee, want er zijn altijd nieuwe zaken te ontdekken en ze waakt ervoor om zichzelf te herhalen. Ze wil zichzelf blijven verrassen. Het mooie is dat het niet bij dit loffelijke voornemen blijft, maar dat ze daar daadwerkelijk, met iedere uitvoering, in slaagt. Altijd weer zijn er kleine micro-details die je verrassen en geen uitvoering lijkt op de vorige. Dirigent Lahav Shani vertelde over haar in een interview dat ze zelfs bij een repetitie passages anders speelt als je haar vraagt om die te herhalen.

 

 

Op deze manier werd ook haar uitvoering gisteravond van Ravels concert een (voorspelbare) belevenis. Allereerst kun je je blijven verbazen over haar techniek, die zelfs op haar leeftijd (Ze wordt over vier maanden 81!) vlekkeloos is. Dat kan je maar over heel weinig pianisten zeggen: bij velen loopt de techniek tegen en zeker na de 80 terug. Er zijn maar een paar voorbeelden van musici die tot ver in de 80 hun technische en motorische vaardigheden behielden: Rubinstein, Backhaus, Ciccolini, Cherkassky. Bij dat rijtje voegt Argerich zich met gemak.

Zo heeft zij nog steeds de katachtige souplesse waarmee ze al naargelang over de toetsen zweeft of vliegt, kan zij als een roofdier uithalen, toeslaan om even later diezelfde toetsen te strelen. Alles gebeurt vanuit totale ontspanning van het lichaam, een les die zij van haar eerste leermeester, Vicenzo Scaramuzza ontving.  Zij lijkt een met het instrument te zijn, in opperste concentratie, en er is geen sprake van storende, overbodige gebaren. In het presto van Ravels concert ging ze als vanouds met een hoog tempo van start. Daarmee zal ze heel wat fagottisten te schrik van hun leven bezorgd hebben. Haar uitvoering deed denken aan een goede wijn die op smaak gekomen is. Naast de virtuositeit en lichtvoetigheid, waar dit concert in de jazzy hoekdelen om vraagt, heeft haar lezing met het klimmen der jaren aan diepgang gewonnen. Daar waar haar vingers vroeger wel eens bepaalde passages ongeduldig af konden raffelen, klonk nu de bezonkenheid van een 80-jarige. Er was direct in begin veel tederheid in haar toucher, bij haar eerste inzet en ook in de cadens. Na het spetterende eerste deel dat met een grote klap eindigt, zette zij direct het ontroerende adagio assai in. Het is muziek van een ontroerende eenvoud die om een soort argeloosheid vraagt en precies dat deed Argerich. Daarmee toonde zij een andere kant van haar talent en het is goed om te beseffen dat zij niet de karikatuur is die sommigen in haar zien: een getalenteerde pianiste die ‘alles te snel speelt’. De lange triller waarmee zij het dromerige tweede deel besloot alleen al was een les voor iedere pianist: glashelder en met een perfecte projectie. Zij kan zich als geen ander aan de akoestiek van een zaal aanpassen en haar toon zo projecteren dat deze overal te horen is. Daarnaast kan zij – indien nodig- met gemak een heel orkest overstemmen.

 

 

Bij deze prachtige uitvoering kreeg zij geweldig muzikaal weerwoord van het Rotterdams Philharmonisch Orkest en multi-talent Lahav Shani, met wie zij duidelijk een uitstekende verstandhouding heeft. In het eerste deel waren er fraaie solo’s van de harp en kwetterden en spetterden de blazers dat het een lust was. De grapjes in de hoornpartijen aan het eind van het Allegramente, het eerste deel, die bij veel uitvoeringen ten onder gaan in lawaai, waren nu duidelijk te horen. In het tweede deel zorgden de fluit en Engelse hoorn voor prachtige, sensuele solo’s. Na een staande ovatie volgden gelukkig diverse toegiften. De eerste was het mooiste, want toen speelde Argerich solo, wat zij helaas zelden meer doet. Bij de gavotte uit de derde Engelse suite van Bach werd duidelijk dat zij om het even welk stuk en welke muzieksoort direct leven inblaast en het deed naar veel meer verlangen. Daarna speelde zij samen met Shani twee delen uit Ma mère l’oie, in dezelfde sfeer als het even daarvoor uitgevoerde pianoconcert. Toen was het helaas afgelopen, het enige wat jammer is bij een compositie als Ravels pianoconcert, is dat het zo kort duurt, amper 20 minuten.

Het orkest toonde zijn grote klasse in de Suite uit de Vuurvogel van Strawinsky. Shani verstond opnieuw de kunst om het gehele orkest als een instrument te laten klinken, wat een prestatie van formaat is.

Dat bewees hij al eerder toen hij de jonge pianist Daniil Trifonov begeleidde in het Eerste pianoconcert van Brahms.  Het slot van de Vuurvogel was indrukwekkend en hopelijk kunnen orkest en dirigent een keer het complete ballet uitvoeren. Voor de pauze stond de Tweede symfonie van de Nederlandse componist Willem Pijper op het programma. Het was een originele keuze, zeker van de kant van een Israëlische dirigent en aan de uitvoering van het zeer groot bezette orkest (met onder meer vier harpen, drie mandolines, een vleugel en orgel) heeft het niet gelegen. Maar het stuk maakte een verbrokkelde indruk, waardoor het stilistisch moeilijk thuis te brengen was. Ik zou het niet per se een tweede keer willen horen…

Al met al een fantastisch concert, waarbij het wrang blijft dat er door de huidige strenge regels maar zo weinig publiek bij aanwezig kon zijn. Juist bij zulke musici zou je wensen dat de zaal vol zit. Het blijft mij overigens een raadsel waarom er in de zaal zoveel plaatsen ‘afgedekt’ waren, je zou denken dat men zich met steeds een of twee stoelen ertussen genoeg aan de anderhalve meter gehouden had… Nog onbegrijpelijker is dat je in buitenlandse concertzalen wel naast elkaar mag zitten na vertoon van QR-code en met een mondkapje voor. Ik begrijp dat het Rotterdams Philharmonisch Orkest en De Doelen zich natuurlijk aan de opgelegde regels moeten houden en het allemaal liever heel anders gezien hadden, maar wrang blijft het. Laten we hopen dat de aangekondigde versoepelingen er nu echt en blijvend voor zorgen dat het publiek weer in groten getale van live muziek kan genieten, want hoe blij word je van een concert zoals dat gisteren klonk!

 

You May Also Like

Yuja Wang schittert in ‘modern’ repertoire

Verrassende Haydn door Nicolas Altstaedt en het Orkest van de 18e Eeuw

Giltburg: orkestrale allure in monumentale pianosonates

Lyriek en kracht in Beethoven, guitigheid en charme in Poulenc