Twee unieke programma’s werpen poëtisch licht op Delft Chamber Music Festival

 

Delft Chamber Music Festival 28/7-4/8 op diverse locaties in Delft. Gehoord: Noorderlicht, 1/8, 19.00 uur en De Zijderoute, 1/8, 21.30 uur, Van Mandelezaal, Museum Prinsenhof.

Door Wenneke Savenije

Foto’s: Melle Meijvogel

 

Op reis

Nu pianiste Nino Gvetadze definitief violiste Liza Ferschtman heeft opgevolgd als artistiek leider van het Delft Chamber Music Festival, dat deze zomer alweer haar 26e editie beleeft, ademt het festival in zoverre een andere sfeer, dat de thema’s wat losser en minder nadrukkelijk zijn geformuleerd. Maar dat betekent niet dat de programmering er minder interessant op geworden is. Net als Ferschtman is Gvetadze een ster in het aanbrengen van originele rode draden in het programma, waarin traditiegetrouw topmusici optreden en zowel bekende als minder bekende kamermuziekwerken klinken. Charmant spint ze om de hoofdlijnen van het programma zijden draadjes, die ook de ogenschijnlijk losse onderdelen inhoudelijk met elkaar verbinden. Prikkelde Ferschtman de fantasie van haar publiek vooral met scherpzinnige en verrassende invalshoeken, de immer elegante Gvetadze programmeert meer vanuit haar unieke gevoel voor tijdloze schoonheid, kwaliteit, subtiliteit en poëzie. Net als Ferschtman weet ze zich te omringen met uitstekende musici uit binnen- en buitenland en net als bij Ferschtman kun je in haar programma muzikaal schatgraven.

 

 

Want wie heeft er nu ooit gehoord van stukken als Red violin caprices (1999) van John Corigliano, het Divertimento voor 4 handen (1942) van Leo Smit, het Miserere strijkkwartet (2006-2007) van Louis Andriessen (misschien iets bekender), Two Ukrainian Folk Sketches (1989) van Vanessa Lann, de Miniaturen voor strijkkwartet (1961) van Sulkhan Tsintsadze of On an overgrown path voor piano solo (1900-1911) van Janáček Om maar een paar van de bijzondere composities te noemen die Gvetadze heeft opgenomen in haar kleurrijke en vaak verrassende programmering, waarvan het soepel meanderende hoofdthema ‘Op reis’ is. Het is dan ook onbegrijpelijk en betreurenswaardig dat er dit jaar geen subsidie kwam voor dit unieke kamermuziekfestival, dat nog altijd tot de beste zomerfestivals van ons land behoord.

 

Noorderlicht

Omdat ik zelf op reis was, kon ik helaas niet bij de eerste concerten aanwezig zijn. Ik viel erin bij het programma Noorderlicht, waar ik voor de allereerste keer het Pianotrio nr. 4 in C ‘Lovisa’ JS 208 (1888) van Sibelius hoorde, geschreven in een houten huisje op een van de eilanden van de Houtskar-archipel aan de Finse zuidwestkust, nabij het plaatsje Lovisa. De componist was nog jong en hij had zijn conservatoriumstudie nog niet eens voltooid, maar dat weerhield hem er niet van over de grenzen van het klassieke erfgoed heen te dromen in een romantische en melancholieke ‘taal’, die duidelijk bij de drie uitvoerenden – pianist Severin von Eckardstein, violiste Tosca Opdam en cellist Gavriel Lipkind – een gevoelige snaar had geraakt. Ze speelden het stuk goed uitgebalanceerd, warmbloedig en romantisch, zonder in gezwelg te verzanden. Later zou Sibelius sterkere werken gaan componeren, maar het was ontwapenend om een inkijkje te krijgen in de dromen en verlangens van zijn jonge jaren.

 

 

In Thema met variaties FS 81, op.40 voor piano solo (1917) van de Deense componist Carl Nielsen (alweer zo’n stuk dat ik nooit eerder in de concertzaal heb gehoord!) leverde Severin von Eckardstein een geweldige artistieke prestatie, door uiterst boeiende verhaallijnen aan te brengen in het enigszins weerbarstige stuk, dat hij met veel fantasie en een grote rijkdom aan klankkleuren, dynamische schakeringen en verfijnde nuances over het voetlicht bracht.

 

 

Daarna stal altviolist, zanger en componist Gareth Lubbe de show met zijn originele arrangement voor strijkkwintet en boventoonzang Värmlandsvisan, gebaseerd op een traditioneel Zweeds volksliedje. Lubbe vertelde hoe hij zichzelf de kunst van het boventoon-zingen had aangeleerd, liet bassist Quirijn van Regteren Altena als eerste de baslijn spelen, voegde er twee violen en een cello aan toe, speelde en zong tegelijk mee op zijn altviool en eindigde al zingend, fluitend en spelend als een soort Mongoolse keelzanger. Het klonk behalve grappig ook werkelijk fascinerend en ontwapenend.

 


Tot besluit klonk onder leiding van violiste Candida Thompson een levendige en contrastrijke kamermuziekversie van de bekende Holberg Suite (1884) van Edvard Grieg, een vijfdelige danssuite in ‘barokstijl’ die tot verbazing van de componist was voorbestemd om wereldwijd een enorm succes te worden. Dat is nog altijd begrijpelijk, want de muziek met zijn Noorse en neoclassicistische elementen straalt levenslust en speelsheid uit, al is het gisteravond heel fijntjes en kwetsbaar uitgevoerde Air -andante religioso van een broze, onaardse schoonheid.

 

 

De Zijderoute

Wat een briljant idee van Gvetadze om haar ‘Op reis’-thema te verrijken met een door haar zelf bedacht multimediaproject over de befaamde Zijderoute! In haar eigen woorden:

‘Eeuwen geleden moest de Zijderoute van Azië naar Europa een doorgang voor reizigers creëren. Maar met die reizigers kwamen ook goederen mee. De term dient dan ook als metafoor voor de uitwisseling van goederen en ideeën tussen verschillende culturen.
In deze multimedia performance zullen ook wij een route afleggen van Azië naar Europa door werken te spelen die zijn gemaakt op of geïnspireerd door de locaties op de Zijderoute. De muziek wordt visueel verrijkt met beelden en geluiden uit de cultuur en de natuur van de landen die we aandoen. Ze zijn gemaakt door lichtcomponist en video-artiest Teus van der Stelt (Lumiteus). Laat u verrassen door deze beeldende reis van de Oost naar het Westen.’

 

 

Het werkte, niet alleen door de kleurrijke, stijlvolle en in alle opzichten tot de verbeelding sprekende videoprojecties van Lumiteus, maar ook door de bonte aaneenschakeling van de werken op het programma, die in combinatie met de suggestieve beelden werden uitgediept en daardoor extra betekenis kregen. Tegen een achtergrond van verglijdende oceanen, woestijnen en berglandschappen, waarin dolfijnen opdoken en VOC schepen voorbijvoeren, kamelen en olifanten voort sjokten, zijderupsen zich tot vlinders ontpopten, moskeeën, harems en Europese havensteden opdoemden en Oosterse vrouwen in betoverende tuinen overvloeiden  in Westerse prinsessen met zijden jurken aan, weerklonken o.a. Pagodes, Jardins sous la pluie en Voiles voor piano solo van Claude Debussy, sfeervol en smaakvol gespeeld door Gvetadze, traditionele Koreaanse muziek op fagot (bezwerend gespeeld door ‘original’ Bram van Sambeek), L’inverno – Largo van Antonio Vivaldi (uitgevoerd door alle musici samen), Cleopatra op. 34 voor viool solo van Fazil Say, krachtig en soms aangrijpend verklankt door Frederike Saeijs, de poëtische Miniaturen van Kancheli (Gvetadze op het lijf geschreven), traditionele Indiase muziek op tabla (opzwepend gebracht door specialist Heiko Dijker), de Ritual Fire Dance van Manuel de Falla (met passie en vuur vertolkt door Gevtadze) en Dances from Sheherazade van Nikolai Rimsky-Korsakov (arr. Fritz Kreisler), die Saeijs in de warme en nobele stijl van de grote violisten uit het verleden met allure en fantasie verklantte.

 

 

En zo veranderde de Van der Mandelezaal in een fascinerende muzikale droomvlucht voor alle leeftijden, die ook door jongste bezoekers als even opwindend moet zijn ervaren als de befaamde Droomvlucht in de Efteling. Het gemêleerde het publiek genoot met volle teugen van deze grensoverschrijdende multimediamuziekproductie en werd meegenomen op een onvergetelijke reis van Oost naar West.

Wenneke Savenije

 

 

 

 

 

 

 

Nino Gvetadze, foto Wenneke Savenije

 

Info:

Volgende concerten & tickets:

https://delftmusicfestival.nl/nl/programma

You May Also Like

Een korte impressie van de Dag van de Franse barok

Hamelin: onopvallende pianoreus

Surinaamse opera uit 1906 herklinkt in uitverkocht Concertgebouw

Een piano, contrabas, blokfluiten en een wedstrijd: Alba Rosa Viva!