Uchida in Beethoven: pianistisch gaaf, maar soms ook ongenaakbaar

 

Gehoord: Grote Pianisten, Concertgebouw Amsterdam, 14 januari 2024

Door Willem Boone

 

Trilogie

Wijlen pianist Youri Egorov zei ooit dat hij pauzes ‘onmogelijk’ vond en het liefst ‘door wilde spelen’. Daar valt wat voor te zeggen, want ook van het publiek vragen onderbrekingen iets: de spanningsboog loopt niet door en je moet er na enige tijd ‘opnieuw in komen’. Bij het recitalprogramma van Mitsuko Uchida met Beethovens laatste drie Pianosonates had ik me heel goed voor kunnen stellen dat ze alle drie achter elkaar gespeeld zouden worden. Sterker nog, ik heb dit programma diverse malen zo gehoord. Het zou een goed idee zijn, omdat deze trilogie bijna één compositie vormt die achter elkaar gespeeld het best tot haar recht komt. Daarbij vormen deze Sonates een ongelofelijke spirituele ervaring waarvan de emotionele impact op deze manier nog sterker is. Ten slotte zijn de stukken relatief kort en volgt de pauze na amper een half uur luisteren.

Ringtone

Gisteravond gebeurde dat inderdaad en van tevoren werd het publiek via een bericht verzocht om na de Sonate opus 109 niet te klappen op verzoek van de pianiste, wat inderdaad niet gebeurde (wat wel kort na het begin van de Sonate opus 110 gebeurde, was dat er vier keer keihard een indringende ringtone afging, maar ja, het was ook slechts een keer in twee talen omgeroepen…). Bij dit recital leken oude tijden te herleven: de zaal was uitverkocht en op het podium stonden overal stoelen, zoals in de hoogtijdagen van de serie Meesterpianisten.

Toonbeeld van concentratie

Voor de aanpak van Uchida valt veel te zeggen: haar pianistiek is ook op de enigszins gevorderde leeftijd van 75 onvoorstelbaar gaaf. Daarnaast is haar spel evenwichtig en perfect geproportioneerd: je zult haar zelden op grilligheden of manierismen kunnen betrappen. Voeg daarbij dat zij gezeten aan de vleugel een toonbeeld van concentratie is en dat alle overbodige gebaren gelukkig afwezig zijn. Dat alles maakt dat zij al decennialang een veelgevraagd soliste is die zich zeker in het klassieke repertoire ruimschoots bewezen heeft.

 

 

Transparant

Haar aanpak van de Sonate in E opus 109 was nogal gematigd van expressie: het kan zijn dat zij er nog in moest komen, maar het leek erop alsof ze zich niet direct 100 % gaf. De eerste twee delen flitsten voorbij, de Variaties van het laatste deel speelde zij in een kalm tempo. Haar spel was transparant, maar het miste aan het eind de extatische werking die het kan hebben. Bij de inzet van de Sonate in As opus 110 klonk haar toucher krachtiger en begon de muziek meer te stromen. Zeker in het Adagio ma non troppo viel op dat haar interpretatie bij alle perfectie toch ook iets ongenaakbaars heeft: het is een Beethoven van wit marmer. Het idee drong zich op dat Uchida vooral het voorbeeldige medium is om Beethovens muziek over het voetlicht te brengen. Dat is een rol waarbij zij zich waarschijnlijk heel goed thuis zou voelen. Zij is echter minder een artiest die op een spontane manier stukken herschept en wat ik miste, was ontroering in een muziek die bovenal ontroerend is. De bassen in de fuga klonken erg nadrukkelijk en het slotakkoord was zeer fors.

 

Fluisterzacht pianissimo

Soms zou ik bij deze pianiste ook wensen dat zij haar perfecte beheersing achter zich zou laten en zich zou laten gaan in een voor mijn part woedende uitbarsting. Dat gebeurde enigszins in de Sonate in C opus 111, de meest gepassioneerde van de drie. Zeker het eerste deel, allegro con brio ed appassionato was hartstochtelijker dan wat zij daarvoor had laten zien en horen. Mooi was haar tempo voor het Andante semplice dat gaand van beweging was. Bij de bekende ‘boogiewoogie’ Variatie liet zij nog eens horen hoe partituurgetrouw zij is, want de gepunteerde ritmes hadden precies dat verrassende effect dat ze zeker in Beethovens tijd gehad moeten hebben. Erg geslaagd was ook haar fluisterzachte pianissimospel in de daaropvolgende Variatie. Haar opbouw naar de coda was indrukwekkend, wat me minder kon bekoren was de gedempte manier waarop ze de lange trillers kort voor het eind speelde en vooral de manier hoe ze de laatste frase speelde met een aantal noten die verhoudingsgewijs te hard klonken.

 

 

Mentale spankracht

Het indrukwekkendst kan daarna de stilte zijn en dat was nu ook het geval, helaas werd die vrij snel door een eerste ‘klapper’ verbroken. Er volgde een lange ovatie, wat zeker na zo’n diepgaand stuk wat vreemd aandeed. Uiteraard was die vooral voor de pianiste bedoeld, maar je zou haast overwegen om na muziek met een dergelijke zeggingskracht in stilte de zaal te verlaten. Uchida leek zelf niet helemaal raad te weten met het enthousiaste applaus en maakte wat gebaren alsof ze wilde zeggen: ‘Tsja, waarom klappen jullie nu voor mij? Je moet voor Beethoven klappen!’ Laat er ondanks mijn kanttekeningen geen misverstand over bestaan: zij leverde door de enorme mentale spankracht die dit programma vraagt een bewonderenswaardige prestatie!

Willem Boone

 

Info:

https://www.concertgebouw.nl/concerten/2612332-grote-pianisten-mitsuko-uchida

You May Also Like

Nicolas van Poucke speelt Chopin in Concertgebouw

Soltani en Bartlett: subliem en eensgezind

Muziek stijgt over alles uit tijdens uniek recital door Lucie Horsch en Ton Koopman

Succesvolle afsluiting tournee Nederlands Studentenorkest in Het Concertgebouw