Vervoering en eensgezindheid bij Jaffé en Von Eckardstein

 

Gehoord: Edesche Concertzaal, 26 maart 2022, Ede

Door Willem Boone

 

Het is altijd prettig als excellente musici zoals pianist Severin von Eckardstein op hun beurt goede en inspirerende musici kennen en het is nog prettiger als zij elkaar op een concertpodium ontmoeten. Een van hen is de getalenteerde violiste Sophia Jaffé, die net als hij alweer enige tijd meedraait in het internationale concertcircuit. Haar naam zei mij niet direct iets, maar uit haar biografie blijkt dat haar palmares al veel prijzen bevat, zoals de derde prijs bij het Koningin Elisabethconcours in Brussel in 2005. Dat is vaak een garantie voor kwaliteit.

 

Direct bij de inzet van de eerste compositie op het programma, de Sonate posthume van Ravel (niet te verwarren met diens Sonate in G uit 1927), werd duidelijk dat beide musici aan elkaar gewaagd waren en dat zij de muziek veelal op dezelfde manier benaderden: vaak met gevoel voor nuance, maar indien nodig ook met ongebreidelde hartstocht. Het begin was subtiel, al speelden beide musici later met de nodige vervoering. Het is merkwaardig dat Ravel deze eendelige sonate nooit tijdens zijn leven heeft willen publiceren, dat gebeurde pas lang na zijn dood, in 1975. Het is des te merkwaardiger omdat het om een stuk gaat waar hij zich niet voor hoefde te schamen. De voor hem zo kenmerkende ‘délicatesse’ was ook in deze vroege sonate te vinden, die net zo subtiel eindigde als ze begonnen was.

 

 

Daarna volgde de bekende Fantasie waarin Schubert zijn eigen lied Sei mir gegrüsst als basis voor een reeks variaties gebruikt. Het vertoont enige verwantschap met de Wandererfantasie voor piano: beide fantasieën zijn volgens het ‘kiemprincipe’ gecomponeerd: een eenvoudig motief van waaruit de componist het gehele muzikale verloop opbouwt (zoals César Franck later zou doen in zijn beroemde Vioolsonate). Beide stukken zijn daarnaast gebaseerd op een van zijn liederen en stellen ongewone eisen aan de virtuositeit van de uitvoerenden.  De programmatoelichting citeerde pianist Nikolai Lugansky (technisch toch niet voor een kleintje vervaard) die beweerde dat ‘deze Fantasie in elk geval voor de pianist behoort tot het moeilijkste wat er ooit geschreven is, moeilijker dan alle concerten van Rachmaninoff bij elkaar.’ Het is jammer dat de precieze context waarin hij deze uitspraak gedaan heeft niet bekend is, want het roept enige vragen op. Als eerste wat deze compositie van Schubert voor de pianist dan zo moeilijk zou maken. Net als bij de genoemde Wandererfantasie zou het zo kunnen zijn dat de virtuositeit niet erg pianistisch is. Of dat deze komt bovenop de subtiliteit die Schubert vaak van zijn uitvoerenden vraagt. Toch zou je verwachten dat iedere pianist bepaald meer moeite zou hebben met het Derde pianoconcert van Rachmaninoff, een pianoconcert waarvan met zekerheid vaststaat dat het tot het allermoeilijkste repertoire behoort.

 

Hoe dan ook, Von Eckardstein had weinig moeite met de pianopartij en liet in de lange, delicate lijnen allerlei motiefjes in de linkerhand horen die soms onopgemerkt blijven. Hij bleef overigens beschaafd aan de piano en bewaarde steeds een goede balans. De melodie van het lied Sei mir gegrüsst werd met veel gevoel gespeeld en het crescendo aan het eind klonk triomfantelijk. Jaffé toonde eveneens veel gevoel voor de eenvoud en argeloosheid van deze componist, zeker in de laatste minuten voor het slot.

 

Direct na de pauze had het contrast niet groter kunnen zijn met Morton Feldmans Vertical Thoughts II, ijle muziek waarin de stilte een grote rol speelt. Het programmaboekje sprak van ‘een muzikaal verstild nulpunt, waarin Feldman melodie, harmonie en ritme terugbrengt tot een soort muzikaal vacuüm, waarin tijd niet meer lijkt te bestaan, alleen het moment.’

 

Opvallend was dat het publiek kennelijk niet zoveel raad wist met deze vluchtige minimal music: het leek wel of het er ongemakkelijk door werd en daardoor meer ging schuiven en bewegen. Uit de zaal klonken meer geluiden dan voor de pauze. Een goede gedachte van beide uitvoerenden was om het naadloos te laten overgaan in het laatste officiële werk op het programma: de eerste vioolsonate van  Prokofiev. En wat kwamen die zware akkoorden in de bassen van de piano ineens geaard over na het vorige esoterische programmaonderdeel! In deze sonate speelde vooral de violiste haar hoogste troeven uit, het was prachtig om te horen hoe haar toon opbloeide. Minstens zo imposant waren de glissandi, ondersteund door de machtige bassen van de piano. Al deze elementen verleenden deze sonate een ronduit spookachtig karakter. Daarbij vergeleken leek het tweede deel op een wilde galop, maar ook daar had de violiste oog voor de lyriek van Prokofiev. Het derde deel begon aanvankelijk als een iriserende zeepbel, mooi gespeeld op de viool met een glasheldere, lyrische begeleiding op de piano. Het vierde deel begon als een frenetieke dans, maar aan het eind schrijft Prokofiev opnieuw de glissandi uit het eerste deel voor en is de cirkel rond.

 

 

Het mooie van dit recital was dat het een constante hoge kwaliteit had, maar het leek bij alle excellentie in Ravel, Schubert en Feldman toe te werken naar een echte climax en in de eerste sonate van Prokofiev, waar alles samenviel. Voor mij was deze uitvoering het hoogtepunt van een veeleisend programma. Ik betrapte mezelf erop dat ik deze violiste (en als het even kan weer met Von Eckardstein als partner!) graag in andere sonates met een sterk hartstochtelijk karakter, zou willen horen, zoals de Kreutzersonate van Beethoven, de Eerste sonate van Bartok of deDerde sonate van Enescu. Ook met een bij vlagen bezeten concert als het Eerste vioolconcert van Shostakovtich zou zij zeker raad weten. Na het concert hoorde ik dat beide musici in het verleden wel eens samen in een groter ensemble gespeeld hadden, maar dit was hun eerste gezamenlijke optreden. Dat was in alle opzichten heel geslaagd te noemen, aan niets was onwennigheid te merken. Kennelijk voelen gelijkgestelde muzikale zielen elkaar direct aan. Het gaf dit concert een feestelijk karakter en dat kwam mooi uit, want het bleek alweer het driehonderdste in deze locatie te zijn!

 

Na het slotapplaus beloonden de musici het publiek nog met de Love song van Josef Suk, die zij opdroegen aan ‘de liefde in de wereld’, zoals Jaffé aankondigde. Laten we hopen dat deze met net zoveel vervoering gespeelde toegift inderdaad iets kan bijdragen aan de liefde in de wereld, want die lijkt op bepaalde plekken behoorlijk ver te vinden te zijn. En laten we ten slotte hopen dat beide begaafde musici snel weer te horen zijn in andere hoogtepunten uit het viool- en pianorepertoire!

 

Willem Boone

 

 

You May Also Like

Yuja Wang schittert in ‘modern’ repertoire

Verrassende Haydn door Nicolas Altstaedt en het Orkest van de 18e Eeuw

Giltburg: orkestrale allure in monumentale pianosonates

Lyriek en kracht in Beethoven, guitigheid en charme in Poulenc