Vervoering in Pianokwartetten en Vioolsonate

Liza Ferschtman, viool
Photo: Marco Borggreve

Brahms, Mozart en Janacek door Jontahan Biss, piano; Liza Ferschtman, viool; Malin Broman, altviool en Antoine Lederlin, cello.

Gehoord 9/3, Jurriaanse Zaal, De Doelen Rotterdam

Door Willem Boone

 

Pianokwartetten hoor je niet zo vaak in een concertzaal en dat is jammer, want hoewel ze niet heel talrijk zijn, bestaat er in dit genre een aantal meesterwerken: zo schreven bijvoorbeeld Mozart, Beethoven, Schumann, Brahms, Dvorak en Fauré schitterende stukken voor deze bezetting. Je komt zelden vaste ensembles tegen (behalve het Fauré Quartet dat enige opnames voor DGG gemaakt heeft), bijna altijd gaat het om een pianotrio met een toegevoegde altist of om vier ‘losse’ solisten, die samen kamermuziek spelen. Zeker in dat laatste geval levert dat soms wel maar niet altijd topuitvoeringen op: zo hoorde ik eind vorig jaar een concert met vier musici in Amsterdam, van wie pianist Benjamin Grosvenor en cellist Kian Soltani uitstekend waren, maar de violiste en altviolist waren van minder niveau en dat zorgde voor nogal ‘ongelijke’ uitvoeringen.

 

Gelukkig speelde dat probleem gisteravond in de Rotterdamse Doelen niet. Integendeel, er was sprake van vier uitstekende musici, van wie er wederom twee internationale bekendheid genieten, pianist Jonathan Biss en violiste Liza Ferschtman, maar altiste Malin Broman en cellist Antoine Lederlin deden nauwelijks voor hen onder, zodat de gehele avond eensgezinde vertolkingen klonken. Direct na de inzet van Mozarts Pianokwartet in Es, KV 493 frappeerde pianist Biss met fijnzinnig spel. Zijn loopjes waren parelend en hij had een bewonderenswaardig oor voor de balans met de strijkers. Bij de combinatie van een vleugel (zeker als de klep geheel openstaat) met strijkers is dat allesbehalve gemakkelijk en ligt steeds het gevaar op de loer dat de piano de andere spelers overstemt. Het spel van de pianist was zo muzikaal dat het naar meer deed verlangen: hij mag zeker terugkomen om pianoconcerten en pianosonates van Mozart te spelen! Als gezegd, Ferschtman is van de strijkers het bekendst en zij was gisteravond de meest ‘uitgesproken’ vertolkster, maar ook altiste en cellist speelden fraaie solo’s. Het laatste deel zorgde voor een feestelijk slot van een als geheel opgewekt stuk, in tegenstelling tot het veel dramatischer Eerste pianokwartet KV 478.

 

Met de vioolsonate van Janacek kwamen we daarna in geheel ander vaarwater. Het stuk is zelden in een concertzaal (en ook niet heel vaak op cd) te horen. Het gaat om een dramatische compositie en dat is niet verwonderlijk gezien het tijdstip waarop het ontstond. Janacek begon eraan in 1914, het eerste jaar van de Eerste Wereldoorlog. Dat was – aldus de programmatoelichting – ten tijde van de inval van Rusland in Oostenrijk-Hongarije. De nationalistische Janacek zag deze inval als het begin van een zelfstandig Tsjechië. De vrijheid van zijn eigen volk was volgens hem de creatieve inspiratie voor deze vioolsonate. In het rapsodische eerste deel klonk de reactie van de componist op de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog het duidelijkst door en dat klonk door in de felle uitvoering door Ferschtman en Biss. De opgewonden ritmiek van de pianobegeleiding klonk ook in het tweede deel door, hoewel het daar afgewisseld werd met verstild spel. Het hartstochtelijke slot met ijle noten in de viool was indrukwekkend. In het vierde deel keerden er abrupte motieven in de viool terug, terwijl de piano ‘probeerde’ om tot een melodie te komen. In de pianopartij kwamen overigens ook de nodige hartstochtelijke momenten voor, onder meer in de vorm van tremoli. Het slot klonk daarna ineens weer onverwacht ‘eenvoudig’. Het was interessant om deze relatief zelden gespeelde sonate eens te horen.

 

Een interessant concertprogramma gedijt vooral bij de gratie van contrasten en daar was deze avond sprake van met drie totaal verschillende ‘sound worlds’. Brahms is niet minder hartstochtelijk dan Janacek, maar uit dat weer op een geheel eigen wijze.

In zijn oeuvre neemt het tweede pianokwartet in A opus 26 een bijzondere plaats in. Het is, zoals de Engelsen het wat oneerbiedig noemen, ‘a meaty piece’, en met ruim vijftig minuten het langste kamermuziekwerk dat hij schreef. Het is nog langer dan het Pianokwintet en het Eerste pianotrio, die beide ook breed van opzet zijn en waarin de gemoederen al evenzeer oplaaien. Dit Tweede pianokwartet vereist door zijn vorm een lange adem van de musici. Het motief waarmee het eerste deel opent heeft iets wat direct aanspreekt en het vormt een motief dat het verdere stuk kenmerkt. Hoewel er in het eerste en derde deel momenten van hartstocht en in het vierde deel zelfs momenten van bezetenheid voorkomen, is de onderliggende puls rustig. De musici speelden in het eerste deel precies zoals Brahms het in de tempoaanduiding vroeg: allegro non troppo. Mooi was daarna de tederheid van het tweede deel – een andere constante die in het gehele stuk terug te vinden is – in de breekbare strijkerspartijen en de omspelende passages van de piano. Het afsluitende deel, finale allegro, bracht, althans bij mij, een glimlach op het gezicht. Het is opgewekt van karakter en Brahms toonde hier zijn voorliefde voor zigeunerachtige muziek. Het slot klonk ongekend fel, zoals dat alleen bij een live concert met geïnspireerde musici het geval is. Al met al was het een avond op hoog niveau met drie zeer interessante composities.  Hopelijk weten deze hecht samenspelende musici snel de weg naar de concertzaal terug te vinden want dit programma smaakte naar meer! Met de resterende twee Pianokwartetten van Brahms, het Eerste pianokwartet van Mozart en van Fauré, het Tweede pianokwartet van Dvorak en dat van Schumann zijn zo nog een  paar mooie avonden te vullen……

 

Willem Boone

 

 

 

 

 

You May Also Like

Topviolist Maxim Vengerov strooit met sterrenstof in De Doelen

Enthousiast orkestspel met geblesseerde Pires als sprankelende pianosoliste

Amsterdamse festivalgangers laten zich niet wegjagen door de regen

Kamermuziekfestival Muze van Zuid origineel en verrassend