Vivaldi recomposed door Max Richter: verfrissend uitgevoerd door Isabelle van Keulen

Gehoord: Tivoli Vredenburg, Utrecht 23 maart 2024

Door Willem Boone

 

Nieuw Publiek

Zou Max Richter meer klassieke evergreens ‘gehercomponeerd’ hebben vroeg ik me tijdens dit concert af? Het zou interessant zijn om te onderzoeken, want op die manier zouden concertzalen een behoorlijk nieuw, talrijk publiek kunnen aantrekken. Het aangekondigde concert “Max Richter Vivaldi recomposed’ met de Deutsche Kammerakademie Neuss am Rhein en violiste Isabelle van Keulen was zo snel uitverkocht dat er een tweede ‘show’ (het woord stond werkelijk op de website van Tivoli Vredenburg! Wat is dat toch voor vreemde, waarschijnlijk uit Amerika overgewaaide, trend om ieder klassiek concert te betitelen als ‘show’ of ieder stuk waarin niet gezongen wordt als bijvoorbeeld een Pianosonateof Strijkkwartet als ‘song’?) bijgeboekt moest worden. Daarbij ging het voor een groot deel om publiek dat normaal niet naar klassieke concerten gaat (ik werk als vrijwilliger bij Tivoli Vredenburg en had bij dit concert dienst. Ik heb nogal wat bezoekers te woord gestaan die het gebouw niet kenden, WB).

 

Remix De Vier Jaargetijden

Misschien kwamen zij op De vier jaargetijden van Vivaldi af of waren ze juist benieuwd naar hoe Richter deze klassieke hit ‘verknipt, versterkt, veranderd en herhaald’ had. Hij creëerde daarmee in 2012 een nieuw genre, dat van de klassieke remix. The Telegraph schreef daarover: ‘Een subtiel en vaak ontroerend stuk werk, dat suggereert dat na jaren van saaie disco- en tranceversies van Mozart, het gebied van de klassieke remix eindelijk interessant is geworden.’ Voorafgaand aan de uitvoering gaf een deejay toelichting en vertelde dat Max Richter van origine klassieke geschoold is en in de jaren ’90 veel invloed op dancemuziek had. Hij is vooral bekend geworden door zijn soundtracks en filmmuziek. Hij interviewde soliste Isabelle van Keulen kort en zij vertelde dat Vivaldi’s Vier Jaargetijden eigenlijk de eerste filmmuziek waren, aangezien het om heel beeldende muziek gaat. Max Richter zet in zijn ‘herschreven’ versie de luisteraar steeds op het verkeerde been.

 

 

 

Lente

Tsja, en hoe klinkt het nou in werkelijkheid?, vroeg ik me enigszins ongeduldig af. Welnu, de inzet van La primavera (de lente) was in elk geval identiek aan het origineel, maar de begeleiding klonk al direct romantisch, onder meer door een meespelende harp. Het geheel deed aan filmmuziek denken. Een procedé dat Richter vaak beoefent, is dat van abrupte stiltes. Dat kwam een aantal keren terug en dat deed juist aan de choreografie van een dans denken. In het tweede deel draaide Van Keulen zich om naar het orkest, waarmee ze al vijf jaar nauw samenwerkt, om inzetten aan te geven. Dit deel klonk bijna als het origineel en aan het eind volgde er vroegtijdig applaus. Dat deed even het ergste vermoeden voor de rest van de uitvoering (ook dat is iets wat steeds vaker gebeurt in concertzalen: klappen na ieder afzonderlijk deel van een symfonie of sonate), maar het publiek luisterde de rest van het concert met voorbeeldige aandacht.  Het derde deel was daarentegen vrijwel onherkenbaar en maakte een fragmentarische indruk. Overigens speelde het orkest uitstekend.

Zomer en herfst

De inzet van L’estate (de zomer) was identiek aan het origineel, maar door subtiel verschuivende harmonieën veranderde het langzaam in dancemuziek met een beat. In het tweede deel produceerde het orkest schurende geluiden en Van Keulen speelde daarentegen intens, soms met uithalen. Bij het derde deel veranderde het achtergrondlicht en de muziek deed aan die van Glass denken. De vioolsolo aan het eind leek totaal niet op het origineel.

Bij het eerste deel van L’Autunno (de herfst) speelde Richter met accenten. Isabelle van Keulen speelde haar partij uitstekend en had er zichtbaar plezier in. Haar spel was intens en technisch solide. Ze overdreef nergens en legde gevoel in haar spel. Haar frasering deed soms aan die van een zigeunerviolist denken, maar het misstond niet. Bij het tweede deel was de soloviool nauwelijks te horen, maar klonk het klavecimbel, dat in tegenstelling tot het origineel nog amper geklonken had. Het spel van de strijkers was mooi gedempt. Het derde deel was geheel onherkenbaar en het had wat mij betreft ook een divertimento van Stravinsky kunnen zijn….

Winter

Bij het eerste deel van L’inverno (de winter) waren de accenten aan het begin herkenbaar en ze leken op de frasering van barokinstrumenten. De violiste speelde haar partij virtuoos en het eind van dit deel was subtiel. Het tweede deel¸ een van de mooiste gedeeltes uit de cyclus, had een totale metamorfose ondergaan: het klonk heel modern met ijle strijkers en een melodie die hortend en met dunne toon gespeeld werd. Het werd spannend door de partij van de soloviool die het iets schrijnends gaf. De inzet van het derde deel was onherkenbaar, de partij van de soloviool leek op die van het origineel. Mede door de rol van de harp leek het op spannende filmmuziek, het pianissimo eind was geheel anders dan je het gewend bent.

 

 

Gefluit en gejoel

Het publiek toonde zich enorm enthousiast aan het eind en liet dat door gefluit en gejoel horen. Het moet gezegd worden: het was heel verfrissend om zulke overbekende muziek eens in een ander jasje te horen. Daarbij was het prettig dat er momenten van herkenning waren. Of de bewerking van Richter het ‘revolutionaire karakter’ van Vivaldi’s origineel versterken, durf ik niet te zeggen, maar het was zeker met originaliteit en smaak gedaan. Zodoende kwamen zowel kenners als ‘newbies’ aan hun trekken!

Willem Boone

Info:

https://www.isabellevankeulen.com/media

https://www.tivolivredenburg.nl/klassiek/

You May Also Like

Pianist/dirigent Shani in dubbelrol in Prokofiev: muzikaal huzarenstukje van de hoogste orde

Top-amateurorkesten in Concertgebouw

Mäkelä en Lozakovich spelen Dubbelconcert van Brahms als kamermuziek

Philzuid brengt beschaafde Beethoven