Vivaldi’s Vier Jaargetijden door Accademia Bizantina: rafelig maar springlevend

Gehoord: 23/1 in TivoliVredenburg, Utrecht. Herhaling: 25/1 in Muziekgebouw, Eindhoven.

Door: Marnix Bilderbeek

 

Barokmuziek saai? Stoffig, veel van hetzelfde? Het Italiaanse ensemble Accademia Bizantina rekent af met veelgehoorde clichés over oude muziek. Onder de noemer The Exciting Sound of Baroque Music proberen ze de werken van Vivaldi, Corelli, Händel en andere componisten naar een breder publiek te brengen.

Dat lijkt ze dinsdagavond in Utrecht in elk geval goed te zijn gelukt. In de prima gevulde Grote Zaal van TivoliVredenburg zaten niet alleen doorgewinterde concertgangers, maar vooral ook veel jong en onervaren publiek. Die waren voornamelijk afgekomen op het programma na de pauze: Vivaldi’s beroemde Vier Jaargetijden. Goed, is het eigenlijk wel nodig om zo’n platgetreden publiekslievelingetje nóg breder aan de man te willen brengen? Het werk behoort al tot de meest herkenbare composities allertijden en de uitvoeringen ervan buitelen over elkaar heen, niet zelden in kitscherige kaarslichtconcerten. CD-opnames bestaan er in honderdtallen.

Allemaal waar, natuurlijk, maar door de Vier Seizoenen te programmeren kon Accademia Bizantina de luisteraars vóór de pauze meteen blootstellen aan een viertal veel minder bekende concerti uit Vivaldi’s bundel L’Estro Armonico – die vanavond qua uitvoering stiekem interessanter waren dan de Vier Jaargetijden.

 

No risk, no fun

Over de uitvoeringen van Accademia Bizantina kun je zeggen wat je wilt – ze kunnen soms best wel rafelig, rauw en ongepolijst klinken – maar saai zijn ze nooit. Luister bijvoorbeeld eens naar hun opname uit 2022 van Händels Concerti grossi opus 6. Die klinken best wel grofgekorreld maar ook sprankelend als nooit tevoren, met een explosie aan kleuren en originele fraseringen die zelfs de vaste Händel-liefhebber direct bij de lurven kunnen grijpen.

https://www.youtube.com/watch?v=iEIqvsWUSLk

Wat me vaak aanspreekt in de stijl van Accademia Bizantina is dat je hoort dat het mensen van vlees en bloed zijn die de muziek maken. Het spel is bepaald niet gladgestreken of geperfectioneerd, niet tot in onfeilbaar detail uitgetekend, maar getuigt juist van een robuuste, authentieke echtheid. Muziek met karakter. Dat daarbij weleens een intonatiefoutje valt of een valse noot is voor Accademia Bizantina vergeeflijker dan veilig of halfbakken musiceren. No risk, no fun.

Geen academische klank dus bij het barokorkest uit Ravenna, dat deze maand eigenlijk voor een ander project in Nederland is: ze begeleiden Händels opera Agrippina in de Nationale Opera in Amsterdam. Maar tussen operavoorstellingen door zijn er altijd rustdagen voor de zangers om bij te komen, en de musici van Accademia Bizantina waren wel te porren voor een paar extra concerten. In samenwerking met het Istituto Italiano di Cultura werd een tourneetje opgezet langs concertzalen in Leeuwarden, Nijmegen, Utrecht en Eindhoven. Uiteraard met de muziek waarin ze gespecialiseerd zijn: de concerti van Antonio Vivaldi.

 

 

Volumeknop

Vóór de pauze waren dat een viertal stukken uit L’Estro Armonico (de harmonische inspiratie), een set concerti met solopartijen voor één tot en met vier violen en cello. Meteen vanaf de openingsmaten van het Concerto nr. 6 sprong de mooi vloeiende, warme tutti-klank van het orkest eruit, naast het brede dynamische palet waarmee ze speelden. Hárd spelen is makkelijk, maar de strijkers van Accademia Bizantina kunnen ook bijna onhoorbaar zacht. In veel concerti brachten ze grote dynamische contrasten aan die vaak zo organisch tot stand kwamen dat het leek alsof iemand aan een volumeknop draaide.

In het Concerto nr. 11 schitterden vooral de lage strijkers: cellist Alessandro Palmeri met zijn vingerbrekend snelle loopjes in het eerste en vierde deel, en contrabassist Nicola dal Maso aan het eind van het tweede deel met zijn poignante en bijzonder lang aangehouden drone als spannende opmaat naar het ijzige derde deel.

 

Spitsvondig, opzwepend en tijdloos

Zo’n plotselinge drone-bas van veertien (!) maten lang is een goed voorbeeld van hoe Vivaldi steeds weer verrassend uit de hoek komt. Zijn concerti zijn spitsvondig, opzwepend en tijdloos. Johann Sebastian Bach maakte er al diverse transcripties van, waaronder het Concerto nr. 10 uit L’Estro Armonico dat hij bewerkte tot een werk voor vier klavecimbels en orkest. Vanavond klonk natuurlijk Vivaldi’s eigen versie, waarin vier soloviolisten elkaar voortdurend aftroeven in een puntige dans. Het stuk is zo kleurrijk en explosief dat Accademia Bizantina dít concerto uitkoos voor de video waarin ze anderhalf jaar geleden hun project The Exciting Sound of Baroque Music lanceerden. Dat filmpje werd op YouTube meer dan een miljoen keer bekeken: een bewijs dat Vivaldi’s muziek ook vandaag nog springlevend is.

https://www.youtube.com/watch?v=O1A9dus_1ng

Als laatste voor de pauze klonk het Concerto nr. 8 voor twee violen dat zich kenmerkt door omineuze unisono’s in de orkestpassages. Opmerkelijk was trouwens de manier van stemmen tussen vrijwel alle concerti door. Historische instrumenten raken natuurlijk gauw ontstemd, maar concertmeester Alessandro Tampieri maakte steeds een hele ronde langs alle orkestgroepen om overal individueel te stemmen. Dat moet toch efficiënter kunnen met maar veertien musici op het podium.

Tampieri fungeerde vanavond behalve als concertmeester ook als dirigent, want artistiek leider en klavecinist Ottavio Dantone had zich ziek gemeld. Hij moest allicht zijn krachten sparen voor de laatste paar voorstellingen van Agrippina in Amsterdam en werd in TivoliVredenburg vervangen door klaveciniste Valeria Montanari. Zij kweet zich prima van haar partijen maar miste het vuurwerk dat Dantone daar waarschijnlijk in had kunnen aanbrengen.

 

 

Revolutionair meesterwerk

Na de pauze klonk dan Vivaldi’s meesterwerk, de Vier Jaargetijden, de overbekende set concerti voor soloviool en orkest dat de verschillende seizoenen evocatief verklankt. Wat Vivaldi in deze vier stukken deed was in zijn tijd zeer ongewoon: hij maakte muzikale schilderingen van geluiden uit de natuur en het menselijk leven. Hij publiceerde er zelfs vier sonnetten bij die nauwkeurig beschrijven wat je hoort in de muziek: kwinkelerende vogeltjes, een hond die blaft, een zware zomerstorm, het verkrampte voortschuifelen over een spekglad bevroren weggetje om niet uit te glijden. Vivaldi was zijn tijd ver vooruit: het zou nog ruim honderd jaar duren voordat zulke gedetailleerde programmamuziek gangbaar werd. De muziek moet absoluut sensationeel geweest zijn voor luisteraars in 1725.

Zie die sensatie drie eeuwen later maar eens na te bootsen, bij een modern publiek dat al talloze goede en slechte interpretaties heeft gehoord. Om het werk fris en spannend te houden maakten Accademia Bizantina en concertmeester Alessandro Tampieri een reeks opvallende artistieke keuzes die verschillend uitpakten. Het flinke rubato in de Lente­-solo’s had wel iets natuurlijks: een vogel tsjilpt immers ook niet ritmisch in de maat. In het tweede Winter-deel knapperde het haardvuur wel heel erg lustig, met behoorlijk geaccentueerde pizzicati. Af en toe werd het een beetje te log, zoals de uitgesmeerde portamenti in de celli en altviolen tijdens de langzame gedeeltes van de Herfst.

De Vier Jaargetijden leunen zwaarder op de soloviolist dan de concerti van voor de pauze. Tampieri bleek een goede concertmeester maar miste nu en dan het virtuoze vuur en de verhalende spelkracht om alle seizoenen overtuigend te dragen. Aan bezieling ontbrak het hem niet, maar de meest gewaagde loopjes gingen een beetje de mist in en zijn articulatie was soms wat gerafeld.

Maar er waren ook muzikale keuzes die fantastisch uitpakten, zoals de naderende donderbui in de Zomer, die door de andere strijkers al werd ingezet terwijl Tampieri nog zijn slotnoot van het langzame deel uitstreek. Ook het barstende ijs en de striemende poolwinden uit het laatste Winter-deel kwamen heel sterk uit de verf. Zo wist Accademia Bizantina van de Vier Jaargetijden ook voor moderne oren een springlevende vertelling te maken. En wat je ook van hun artistieke benaderingen mocht denken, exciting was het zeker.

Marnix Bilderbeek

 

 

 

Luistertip: de opname van Vivaldi’s Vier Seizoenen door Accademia Bizantina onder leiding van Ottavio Dantone met soloviolist Stefano Montanari (de broer van de vanavond ingesprongen klaveciniste) behoort tot mijn favorieten. Verfrissender en onstuimiger worden de Vier Jaargetijden bijna niet!

https://open.spotify.com/album/3CLfGydElqNrgooZ1xhJfr?si=_J0zuUPVTGCHa5EmAjS6ZQ

https://www.youtube.com/watch?v=1VFiT5K9jIg

 

Info:

https://www.accademiabizantina.it/en/

 

 

 

 

You May Also Like

Succesvolle afsluiting tournee Nederlands Studentenorkest in Het Concertgebouw

Een korte impressie van de Dag van de Franse barok

Hamelin: onopvallende pianoreus

Surinaamse opera uit 1906 herklinkt in uitverkocht Concertgebouw