Von Otter en Bezuidenhout in intiem programma

 

 

Gehoord: 29/10, Musis Sacrum, Arnhem

Door: Willem Boone

De befaamde mezzosopraan Anne Sofie von Otter is inmiddels alweer 64 en langzaam maar zeker rijst dan de vraag hoe lang iemand nog door wil gaan. Meestal stopt een zanger rond de 60 met opera, maar blijft hij of zij nog een aantal jaren liedrecitals geven. In het geval van deze zangeres is dat volledig terecht, want zij koesterde altijd al een voorliefde voor het liedrepertoire. Er zijn maar weinig vocalisten die haar enorme veelzijdigheid evenaren, laat staan overtreffen. Zij was voor twee concerten in Nederland, dit maal niet in de Randstad, maar in Arnhem en Eindhoven. Haar haren zijn inmiddels grijs geworden, maar dat geeft haar een voorname allure, die nog versterkt wordt door haar rijzige gestalte. Soms, als fortepianist Kristian Bezuidenhout een solostuk speelde, zat zij op een stoel op het podium en wachtte op haar beurt. Het leek bijna een tafereel uit een opera, hoe zij daar bewegingsloos en geconcentreerd wachtte.

De vraag was natuurlijk hoe haar stem klonk en zo te horen was die in goede vorm. Het eerste lied van Mozart, een van zijn zeldzame Franstalige liederen, Dans un bois solitaire, klonk nog wat timide, maar de zangeres kwam bij de volgende programma-onderdelen, Mozarts Abendempfindung en twee charmante Bergerettes van Weckerlin, al meer los, haar stem bloeide daar op. Haar dictie frappeerde al meteen vanaf de eerste inzet: ieder woord was direct verstaanbaar. Wat Von Otter heel goed kan en wat zij de hele avond deed, misschien meer dan voorheen, is een intieme sfeer creëren. Zij zoekt het tegenwoordig niet meer in extremen (ik hoorde kort voor dit recital haar Duitse college Marlis Petersen in een liedrecital, dat gericht was op het thema ‘binnenwereld’, maar in tegenstelling tot wat men zou kunnen verwachten, stonden bij haar een paar uiterst ‘heftige’ liederen op het programma) en dat is een intelligente keuze: de hele avond had het karakter – ook gezien het tweede deel van het recital, dat geheel aan Schubert gewijd was – van een Schubertiade, de bijeenkomsten zoals Schubert deze organiseerde met en voor vrienden en waarbij in intieme sfeer gemusiceerd werd. De keuze van de liederen die Von Otter bracht, weerspiegelden deze verfijnde sfeer. Dat is een knappe prestatie: beide musici gaven het publiek de hele avond het idee dat het concert in een huiskamer plaatsvond en niet in een relatief grote zaal zoals Musis Sacrum in Arnhem. Kennelijk heeft de zangeres het niet meer nodig om het op deze leeftijd in het grote dramatische gebaar te zoeken. Daarnaast zal ze perfectionistisch genoeg zijn om te stoppen met optreden als haar stem achteruitgaat.

Zij werd de hele avond voorbeeldig gesteund door fortepianist Kristian Bezuidenhout, die vooral als Mozartspeler zijn sporen inmiddels ruimschoots verdiend heeft. Hij bespeelde een kopie van een oud instrument, met een plezierige, niet al te kleine klank, gelukkig zonder het blikkerige geluid dat sommige oude instrumenten of kopieën daarvan voortbrengen.

 

 

Hij deed precies wat een partner bij een zangrecital hoort te doen: ondersteunen, soms het voortouw nemen en daar waar nodig weer terugnemen.

Het was een goede gedachte om hem een aantal solostukken te laten spelen, het eerste daarvan was Mozarts Rondo in A klein, KV 511, een van Mozarts mooiste composities voor piano solo. Bezuidenhout speelde dit op de van hem bekende wijze: muzikaal, met een fantasievolle frasering en enige vrijheid, zonder over de schreef te gaan. Op het programma stonden ook een paar Zweedse liederen van Lindblad en Geijer, waarbij vooral het tweede lied van Lindblad, Vaggsang, zorgde voor een mooie, breekbare sfeer. Het laatste werk voor de pauze was Viola van Schubert, een lang lied, waarin Von Otter toepaste wat Elly Ameling onlangs bij een masterclass behandelde: benadruk in een zin het woord of de paar woorden die belangrijk zijn. Dat deed Von Otter heel natuurlijk in de zin ‘Denn sie steht ganz allein.’

Na de pauze volgden werken van Schubert: een enigszins ongebruikelijke keuze waren enkele liederen uit de cylus Schwanengesang, die meestal door mannen wordt uitgevoerd. De zangeres gaf echter een overtuigende uitvoering van het beroemde lied ‘Staendchen’. Bezuidenhout speelde twee intermezzi: het eerste deel van de Moments musicaux, dat een al net zo intiem intermezzo vormde als de meeste liederen en daarna de Ungarische Melodie. Het lied ‘Der Doppelgaenger’ week af qua sfeer: desolaat en kaal, ook door de dreigende akkoorden van de fortepiano. Von Otter reciteerde de tekst bijna. Met het volgende lied, Die Taubenpost, eindigde het programma toch op een positieve manier.

 

Het enthousiaste publiek kreeg twee toegiften, het eerste was ook van Schubert. De musici die zich een paar keer tot het publiek wendden, onder meer om aan te geven hoe bijzonder zij het vonden om in deze zaal op te treden, vertelden er nu helaas niet bij om welk lied het ging. Het tweede was waarschijnlijk ook van Schubert, te oordelen naar de harmonieën van de pianobegeleiding.  Daar ging het echter om een lied dat door de zangeres gedeclameerd werd: soms kan dat net zo mooi zijn als wanneer iemand zingt. Zij droeg de gesproken tekst duidelijk verstaanbaar voor en dat deed zij net zoals zij de hele avond gezongen had: met klasse.

You May Also Like

Ligeti’s Le Grand Macabre & Gavrylyuk met Antwerp Symphony Orchestra o.l.v. Elim Chan

Pianist Daniel Ciobanu is een geboren storyteller

Pianokwartet Corneille floreert in Kortenhoef

Elisabeth Leonskaja: groots in Schubert