Vrolijk afscheid Jan Wijn, de beroemdste pianopedagoog van Nederland

Feestprogramma met toespraken en optredens door zijn (oud)leerlingen

Gehoord: Conservatorium van Amsterdam, 31/10

‘En wat maakt nou dat de ene musicus je niets vertelt en dat bij de ander een melodie recht door je hart gaat? Dat is een zoektocht waar ik al mijn hele leven mee bezig ben: wanneer communiceer je nou echt? En wanneer lever je op het podium alleen je huiswerk af? De leraar kan aanreiken waar de leerlingen naar moeten zoeken, maar of ze het vinden?’ – Jan Wijn

Hoe neem je afscheid van een man die 52 jaar lang bepalend is geweest voor de kunst van het pianospelen in Nederland, die op zijn 87e nog altijd het lachende en open gezicht van een jonge man heeft en die nog steeds op handen wordt gedragen door zijn (oud)leerlingen? Eigenlijk niet, want hij geeft nog steeds pianoles en zolang hij bestaat zal Jan Wijn (1934) zich blijven inzetten voor muziek en de kwaliteit van het pianospel. Maar op het Conservatorium van Amsterdam, waar hij jarenlang lesgaf op de 7e verdieping naast zijn collega Willem Brons (1938) die al twee jaar eerder afscheid nam, zullen ze de beroemdste pianopedagoog van Nederland niet zo vaak meer zien. Het feestelijke afscheidsprogramma van Jan Wijn werd als gevolg van de pandemie steeds uitgesteld, maar nadat hij al in 2020 met pensioen ging en op 17 oktober 2020 ‘officieus’ afscheid nam bij Podium Witteman, was het dan gistermiddag eindelijk zover. Het door veel pianisten, pianoliefhebbers, collega’s en de locoburgemeester van Amsterdam bezochte afscheid draaide uit op een vrolijke en muzikale bedoening. Tot besluit kreeg Jan Wijn, die eerder tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau werd geslagen, van de Gemeente Amsterdam de Frans Banninck Cocqpenning, ingesteld voor mensen die zich gedurende langere tijd bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt voor de stad.

David Kuijken leidde het feestprogramma in met het spel ‘noten schieten’, waarin de op de vierde rij van de Bernard Haitinkzaal gezeten Jan Wijn moest raden wat hij zichzelf één seconde lang op oude zwart-witbeelden uit 1953 hoorde spelen. Er klonk een imposante doch raadselachtige triller, maar hij wist het meteen: ‘Het concert voor piano en trompet van Sjostakovtisj!’ Gespeeld met het Amsterdams Kamerorkest, bijgenaamd het Alimentatie en Koophuizenorkest, onder leiding van Marinus Voorberg. Violist Herman Krebbers speelde ook mee en een wat langer fragment maakte duidelijk dat de jonge Jan Wijn, die in 1976 zijn carrière als pianist vaarwel moest zeggen wegens onoplosbare problemen met de ringvinger van zijn rechterhand als gevolg van focale dystonie, een virtuoze pianist was, die uitmuntte in helder, sprankelend, aanstekelijk en goudeerlijk pianospel. Er wordt vaak beweerd dat een goede pedagoog niet per se zelf ook een goede instrumentalist (geweest) hoeft te zijn, maar zelf heb ik daar altijd een beetje mijn twijfels over. Hoe kun je mensen tot solist opleiden als je zelf geen idee hebt hoe het is om als solist op een podium te zitten of te staan? Hoe kun je mensen leren wat het betekent om met orkest samen te spelen, als je die ervaring nooit hebt opgedaan? Over dergelijke kwesties hebben Jan Wijns leerlingen zich nooit zorgen hoeven maken, want hun geliefde leraar had al die ervaring van meet af aan wél.

 


Er volgde een warm-menselijke toespraak van conservatoriumdirecteur Janneke van Wijk, die Wijns ‘democratische manier van lesgeven’ roemde en benadrukte hoezeer de school zijn kennis, humor, ontspannenheid, betrokkenheid, muzikale oprechtheid en waarachtige manier van lesgeven zal gaan missen na 52 succesvolle jaren, waarin Wijn het allerbeste wist te halen uit hele generaties pianisten, die allemaal voortreffelijk spelen maar ook allemaal anders klinken, hèt kenmerk van een goede leraar. Daarna nam Thomas Beijer (1988), een van de starpupils van Jan Wijn, als geestige spreekstalmeester het heft in handen, waarbij hij allereerst vertelde dat zijn oude leraar altijd een bloedhekel heeft gehad aan oeverloos gezwets, zijwegen, terzijdes en trouwens-en. ‘Alles moest kort en bondig en als we op onze wekelijkse groepslessen langer dan twee minuten aan het woord waren, dan riep Jan: “De tijd is om!” Dus sprak Beijer met de onderkoelde humor die het hele afscheid typeerde kort en bondig en leidde met geestige Jan Wijn-anekdotes en een ‘stiff upper lip’ het optreden van zijn oud-medestudenten in. Ton Demmers (1944), een van de eerste leerlingen en een goede vriend van Jan Wijn, opende met een door emotie licht weifelmoedige Mazurka van Chopin, gevolgd door een ijzersterke Rhapsodie Espagnole van Ravel, de lievelingscomponist van Jan Wijn, door het duo Paul Komen en Nata Tsvereli. Daarna betoverde de nog jonge Yang Yang Cai in 3 Volksliederen van Bartok, gevolgd door drie pianisten op één toetsenbord door Frank Peters, Frank van der Laar en Marianne Boer -nu allemaal zelf pianodocent in de geest van Jan Wijn aan het Conservatorium van Amsterdam – met een tamelijk nuchtere Romance van Rachmaninoff. Want aan overdreven gevoelens en valse sentimenten had hun leraar een bloedhekel. Het moest altijd integer maar liefst ook een beetje ‘speels’ klinken.

Daarna speelde de getalenteerde, innemende en immer glimlachende Hannes Minnaar glashelder en met een indrukwekkend rijkgeschakeerd kleurenpalet een deel uit Beethovens Vierde pianoconcert, dat Jan Wijn ooit opbrak omdat zijn zelf gecomponeerde cadens niet bij de critici in de smaak viel. Nino Gvetadze vertolkte met vrouwelijke elegantie en muzikale diepgang Schumanns Romance in Fis, waarna het duo Wouter Bergenhuizen en Mirsa Adami drie walsen van Brahms speelde, alsof ze zich toch een klein beetje geïntimideerd voelden door de aanwezigheid van hun immer alles horende en scherp opmerkende oude leraar en zoveel collega’s. Thomas Beijer waagde zich uit het hoofd en met een briljant gevoel voor Spaanse ritmes, klankschoonheid en poëzie aan een stuk van Granados, de tweede dans uit de Goyescas, dat hij tot ergernis van Jan Wijn op zijn 17e maar niet uit zijn hoofd wilde leren, in de hoop het nu goed te maken. ‘Geslaagd!’, riep deze na de slotnoot vrolijk vanuit de zaal. Waarna de vier jongste leerlingen van Jan Wijn – Lucie Horsch, Yang Yang Cai, Young Jae Kim en Aarón Ormaza Vera – een geestige muzikale persiflage op de vingeroefeningen van de  ‘Wijnkaart’ ten gehore brachten, zo ongeveer het enige strikt methodische devies waarmee de Wijn-leerlingen werden opgeleid. Want vraag je de beroemde pedagoog wat zijn geheim is, dan zal hij antwoorden: ‘Ik doe maar wat.’ Dat klopt nu ook weer niet helemaal, zoals te lezen valt in het voor alle pianisten, musici en muziekliefhebbers onontbeerlijke boekje Speel! van Sandra Kooke, die na talloze interviews met Wijn & co met humor en kennis van zaken de lesmethode Wijn heeft weten te ontrafelen tot zeven principes. Ook zij hield een bewonderende toespraak, waarna Willem Brons een hartverwarmende lans brak voor de muzikale en menselijke kwaliteiten van zijn zeer gewaardeerde oud-collega. Daarna ging iedereen aan de drank en de borrelhapjes. Jan Wijn zat erbij als het stralende middelpunt.

 

 

Wenneke Savenije

 

Oud-leerlingen Jan Wijn: o.a. Ronald Brautigam, Leo van Doeselaar, Wyneke Jordans, Wibi Soerjadi, Hans Eijsackers, Bernd Brackman, Paolo Giacometti, Daphne Keune, Paul Komen, Ivo Jansen, Yoram Ish-Hurwitz, Bas Verheijden, Niek van Oosterum, Bart van de Roer, Frank van der Laar, Folke Nauta, Frank Peters, Mariette Petkova, Hannes Minnaar, Nino Gvetadze, Thomas Beijer, Camiel Boomsma, Lucas en Arthur Jussen.

 

Podcast Camiel Boomsma & Jan Wijn: De Kracht van de Timing

https://open.spotify.com/episode/2Ov8X1trKEJp413VE9BPBU?si=MxhRgq1oQm-M4Id-chd7Ew&nd=1

 

 

Boek Sandra Kooke over Jan Wijn:

You May Also Like

Ligeti’s Le Grand Macabre & Gavrylyuk met Antwerp Symphony Orchestra o.l.v. Elim Chan

Pianist Daniel Ciobanu is een geboren storyteller

Pianokwartet Corneille floreert in Kortenhoef

Elisabeth Leonskaja: groots in Schubert