Yuja Wang schittert in ‘modern’ repertoire

Yuja Wang’s piano recital at Carnegie Hall, 4/12/2022. Photo by Chris Lee

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Pianowerken van Beethoven, Schönberg, Ligeti, Skrjabin, Albéniz, en Kapustin. Gehoord: 15/5 Concertgebouw Amsterdam. Volgende concerten Yuja Wang: 19/5 en 20/5 Eerste Pianoconcert & Paganini Variaties Rachmaninoff met Rotterdams Philharmonisch o.l.v. Tarmo Peltokoski in De Doelen, Rotterdam; herhaling 21/5 Muziekgebouw Eindhoven.

Door Wenneke Savenije

In ‘Head or Heart’, een straatinterview in New York uit 2021, vraagt violist David V. Lin aan wereldster Yuja Wang wat ze zou doen als de wereld op het punt stond te vergaan. ‘Diep in de zee duiken, zwemmen tussen de dolfijnen’ zegt ze, waarna ze in lachen uitbarst. Hoe we de aarde kunnen redden? Yuja: ‘Ik ben heel praktisch. Plant bloemen in je tuin en bomen in het park om van de wereld een betere plek te maken.’ Haar advies aan jonge musici: ‘Don’t practice!’, met een ondeugende grijns, waarna de interviewer zich geroepen voelt uit te leggen hoe ze dat bedoelt: ‘Studeer alleen als je er 100 % voor gaat en niet omdat het moet.’

 

 

Voor Yuja Wang moeten de lockdowns een ramp en een zegen zijn geweest. Na dertig jaar keihard werken, overal optreden en steeds weer nieuwe stukken instuderen, viel haar leven ineens stil. ’                            Ze vond het heerlijk, want terwijl ze voor het eerst in haar leven ‘helemaal niets’ deed, merkte ze hoe de tijd zich verbreedde en haar liefde voor muziek zich verdiepte. Maar nu is de ratrace weer begonnen en het concertschema van toppianiste Yuja Wang, die ten onrechte vaak het stigma krijgt toebedeeld dat ze òf verpletterend virtuoos òf oppervlakkig speelt, is drukker dan ooit tevoren. Met ego of willen schitteren heeft dat niets te maken. De Chinese pianiste gelooft met heel haar hart en ziel in de kracht van muziek, die volgens haar ‘een even hallucinerende uitwerking op je onderbewuste kan hebben als LSD of Ayahuasca.

 

Ze is integer, gedreven en op haar eigenzinnige en buitengewone manier heel natuurlijk. Geen muzikale zee is haar te diep, ze duikt spontaan in de partituur, treft daar unieke symbolen aan en raakt nooit uitgekeken op alles wat ze onder de oppervlakte aantreft. Oppervlakkigheid is niet haar ding, Wang streeft naar perfectie omwille van de ultieme expressie. Wat dat betreft wordt ze regelmatig onderschat, haar talent is grenzeloos.

Dit alles was te horen aan haar inderdaad verpletterende, maar ook kleurrijke, intelligente, glasheldere, fijnzinnige en spirituele recital in de Concertgebouw-serie Grote Pianisten. Het publiek in de bijna uitverkochte zaal, die om de immer sexy uitgedoste Yuja Wang in de spotlights te zetten half verduisterd was, hing vanaf de eerste noot aan haar lippen, al had ze gekozen voor een gewaagd programma met o.a. werken van Schönberg, Ligeti en Kapustin, die nu niet direct tot de lievelingscomponisten van het doorsneepubliek behoren. Hoewel Wang met haar hoge hakken, doorschijnende jurken en extreme minirokken lijkt te willen uitdrukken dat ze voor de duvel niet bang is en precies doet wat zij wil, zou het ook wel eens zo kunnen zijn dat ze dat uiterlijke vertoon heeft bedacht om de aandacht af te leiden van haar kwetsbare, overgevoelige en serieuze kanten, die ontwapenend en zonder onnodige show off naar voren komen in de meer lyrische, sensitieve en poëtische aspecten van haar hemelbestormende spel, dat altijd fascinerend en soms ook onverwachts ontroerend is.

 

 

 

 In Beethovens vierdelige Sonate nr. 18 in Es, op. 31 nr. 3 vloog ze er als een raspaard vandoor, elegant galopperend door de zonnige weide van het eerste deel, gevolgd door pittige accenten en onstuimige contrasten in het tweede deel, uitmondend in gracieuze lieflijkheid van het langzame Minuetto, gevolgd door de furie en razernij in de Finale. Aan elk detail wist ze betekenis te verlenen in voortdurend wisselende kleurschakeringen binnen een uitgebalanceerde dynamiek. In de Suite van Schönberg sloeg Wang een eigentijdse toon aan, alsof het virtuoze stadsjazz betrof. Maar hoe spannend, dolgedraaid en dynamisch ze de zes dansante delen van deze moderne ‘baroksuite’ ook speelde, geen noot ging verloren en geen nuance werd gemist. Wang bracht Schönbergs dodecafonische reeksen met haarscherp inzicht in de moderne muzikale architectuur en met aanstekelijke sensuele flair ten gehore en maakte van de suite haar eigen verhaal. Levendig speelde ze daarna twee etudes van Ligeti, het wervelende Automne à Varsovie (Herst in Warschau) met zijn dalende chromatiek en het syncopisch stijgende L’escalier du diable (De Duivelse trap), die uitbarstte in een kletterend klokkenspel met onderwatergeluiden in de trant van Debussy. Tussen de stukken door maakte Wang slechts één enkele felle buiging naar het publiek, om vervolgens meteen weer door te spelen. Maar nu was het pauze, dus daar wiegelde ze op haar extreem hoge hakken de rode trappen op om zichzelf te verkleden en het publiek even rust te gunnen.

 

 

 

 

Was ze voor de pauze in een blauwe glitterjurk gehuld, waarvan de rok doorschijnend was, erna daalde ze de trappen weer af in een asymmetrische rode minijurk. Het werd dan ook een sensuele bedoening tijdens de theatrale mystiek van Skrjabins Derde sonate, waarin een heel scala aan pittoresk verklankte emoties de revue passeerden, zonder dat Wang zich ook maar een seconde liet beperken door de veeleisende techniek die je als pianist nodig hebt om dit stuk tot een goed einde te brengen. Techniek en muziek zijn voor Wang, die werkelijk alles kan met haar flexibele vingers en vrije geest, een en hetzelfde: slechts middelen om de emoties over te brengen die ze uit de partituur weet op te diepen. Ook in het zwoele en melancholieke Málaga en het onstuimige Lavipiés uit de Iberia van Albeniz manifesteerde Wang zich als een muzikale goudzoeker, waarna ze op briljante wijze de grenzen tussen klassiek en jazz slechtte met haar flitsende lezing van twee ‘jazzpreludes’ van Kapoestin.

Aangevuurd door ‘bravo’s en totaal niet uitgeblust door haar veeleisende programma, slingerde Wang tot besluit nog negen geniaal vertolkte toegiften de zaal in, waaronder Danzón nr. 2 van Arturo Marquéz, het slotdeel van Prokofievs Zevende sonate, Godowsky’s bewerking van ‘De dans van de zeven zwanen’ uit Tsjaikovski’s Zwanenmeer, Kapustins Concert Etude op. 40 no. 3 ‘Toccatina’, een arrangement van Bachs Badinerie uit de Tweede orkestsuite en Brahms’ Intermezzo op. 117 nr. 3 (bij wijze van eerbetoon aan de onlangs overleden pianist Radu Lupu). Maar het allermooiste klonk de hartverscheurende onrust in de Liszt-bewerking van Schuberts Gretchen am Spinnrade, die naadloos en pianissimo overliep in de verstilde schoonheid en droefeheid van de Mélodie uit Orfeo ed Euridice van Gluck, misschien wel het adembenemende hoogtepunt van Wangs spectaculaire recital.

 

 

Info:

http://yujawang.com

https://www.concertgebouw.nl

Volgende concert: https://www.concertgebouw.nl/concerten/511625-grote-pianisten-grootmeester-grigory-sokolov

Steunn De Nieuwe Muze! Lees ons, volg ons, like on en neem een abonnement! www.denieuwemuze.nl

You May Also Like

Impressies van het Pianoduo Festival Amsterdam

Residentieorkest in topvorm onder Jun Märkl

Operetta Land hilarisch, maar blijft aan de oppervlakte

Klaus Mäkelä – een grote maestro met meer in petto