Pianist Yuncham Lim speelt Schumann meeslepend

Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v Jakub Hrũša, m.m.v  Yunchan Lim, piano. Werken van: Schumann, Dvorak en Suk. Gehoord: Concertgebouw, Amsterdam, 18 januari 2026

Door Willem Boone

 

Virtuoos of poëtisch

Als een (jonge) pianist debuteert bij een belangrijk orkest, is het altijd even de vraag met welk pianoconcert hij dat doet. Valt zijn keuze op een virtuoos stuk of heeft hij al zo’n stevige reputatie opgebouwd dat hij ook indruk maakt met een minder virtuoze compositie? Bij de 21-jarige Koreaanse pianist Yunchan Lim leek het op het laatste. Stiekem had ik een beetje gehoopt op het Derde pianoconcert van Rachmaninoff, waarmee hij in 2022 op sensationele wijze het Van Cliburn concours won. Deze uitvoering met dirigente Marin Alsop is nog steeds op YouTube te bewonderen en werd tenminste 18 miljoen keer bekeken. Terecht, want je kan je dit concert niet adembenemender gespeeld voorstellen en je vraagt je met verbijstering af hoe een 18-jarige al zo boven de materie staat. Dit keer kwam hij met het Pianoconcert van Schumann en dat is hele andere kost zou je zeggen. Het is minder primair virtuoos (Liszt haalde het zelfs van zijn repertoire omdat hij het niet ‘pianistisch genoeg’ vond!) en vraagt van de solist veel gevoel voor poëzie. Het heeft met het eerdergenoemde concert van Rachmaninoff gemeen dat het echt samenspel met orkest en dirigent verlangt.

 

 

Meeslepend

Qua keuze is geen van deze pianoconcerten ‘origineel’ te noemen, maar de wijze waarop Lim Schumann speelde was dat wel. Zijn inzet was direct stevig en daarna schakelde hij moeiteloos over naar de poëtische kant van deze muziek. In een notendop liet hij horen dat dat hem tot een uitstekend Schumann-speler maakte. De jonge pianist toonde evenveel gevoel voor beide alter ego’s Florestan en Eusebius van Schumann. Opvallend was zijn natuurlijke manier van spelen: de muziek vloeide, maar wanneer nodig kon hij wel degelijk zijn stem verheffen. Het andante espressivobinnen het eerste deel deed alle recht aan deze aanduiding, niet het minst door het fraaie spel van de soloklarinettist. Het (uitgedunde) orkest onder leiding van Hrũša begeleidde liefdevol en even leek het alsof je naar kamermuziek zat te luisteren. Lim speelde zijn partij op manier zoals je dat in dit pianoconcert niet zo vaak hoort: meeslepend. Ook in de cadens liet hij horen dat hij kan komen tot een overtuigend muzikaal betoog. In het korte Intermezzo allegretto grazioso kwam hij direct ter zake, daarbij wederom liefdevol ondersteund door (vooral) de strijkers. In het laatste deel, allegro vivace, nam de pianist meteen de leiding. Hij heeft een eigen visie op de muziek en verdedigt deze met verve. Wanneer hij binnen dezelfde frase terugneemt, gebeurt dat op volstrekt natuurlijke wijze. Het doet denken aan de manier waarop iemand ademt. Soms liet hij in de linkerhand mooi tussenstemmen horen.

 

 

Mäkelä over Lim

Het talrijke publiek (Deze pianist heeft kennelijk een fanbase die hem op zijn reizen volgt, want er waren opvallend veel landgenoten van hem aanwezig!) toonde zich enthousiast en Lim beloonde dit met een toegift: de wals opus 34 nr 2 van Chopin. Met deze uitvoering alleen al bewees hij zijn grote klasse (Dirigent Klaus Mäkelä zei in een recent interview dat er ‘zaken zijn die hem doen geloven in God.’ Als voorbeeld noemde hij deze pianist die voor hem ‘een goddelijk geschenk aan deze wereld’ vormt). Ook hier klonk natuurlijk spel in een licht wiegend tempo met subtiele dynamische nuances. Het was als het ware een les in hoe je Chopin ‘moet’ vertolken. Over deze componist zeggen veel pianisten dat zijn muziek lastig uit te voeren is, omdat ze zo ‘subtiel en (ogenschijnlijk) simpel is.’ Dat vraagt om een natuurlijke benadering die geen grillen of manierismen verdraagt. En precies dat deed Lim met zijn vertolking van deze wals. Je zou bijna denken dat de componist op dezelfde manier speelde…

 

 

 

Onbekende muziek van Dvořák en Suk

Het was een originele gedachte om na de pauze twee symfonische gedichten te spelen. Allereerst ‘De woudduif’(Houloubek) van Dvořák. Het was daarnaast aardig om van deze componist nu eens geen symfonie, maar een symfonisch gedicht te brengen. Die van Dvořák klinken hoogst zelden tijdens concerten. Als je het verhaal achter ‘De Woudduif’ kent, begrijp je de muziek al beter, maar toch maakte het dit symfonisch gedicht er niet sterker op. Het gaat om een betrekkelijk lange compositie van 20 minuten die een wat onevenwichtige indruk maakt. Dat was niet van toepassing op de uitvoering van orkest en dirigent, want zij verdedigden de materie met huid en haar. Hrũša liet het orkest sonoor spelen met vooral indrukwekkende koperblazers (twee van hen verdwenen kort achter het podium om van daaruit hun partij te spelen). Net als in Schumann maakte het vrije spel, dat soms bijna dansant aandeed, indruk. Als gezegd, het leek erop dat dit stuk niet goed op gang kwam, maar je kon het je niet beter gespeeld voorstellen. Hrũša dirigeerde Dvořák uit zijn hoofd, in tegenstelling tot het symfonisch gedicht van ‘Praag’ van Josef Suk. Een aardige bijkomstigheid was dat dit in het ruim 120-jarig bestaan van deze compositie de eerste uitvoering door het Koninklijk Concertgebouworkest was. Qua programmering was het interessant, want Suk was de schoonzoon van Dvořák. Ook deze muziek was in een behoudend idioom geschreven, soms riep ze herinneringen aan de muziek van Richard Strauss op. Er was meer sprake van opbouw dan bij ‘De woudduif’ en ook deze uitvoering was congeniaal. Hrũša leidde het orkest met vaste hand en er waren fraaie solo’s van onder andere de althobo. Het slot was ongebruikelijk doordat daar ook het orgel meespeelde, waarmee het geheel tot een overrompelend en effectief slot kwam. Je kan je afvragen of dit stuk nog vaak zal klinken in de toekomst. Zo niet, dan kreeg het hiermee de best denkbare uitvoering en het valt te prijzen dat het KCO ook onbekende muziek combineert met bekende meesterwerken.

Willem Boone

 

Info:

www.concertgebouworkest.nl

www.concertgebouw.nl

You May Also Like

Palestrina-feest met The Tallis Scholars

Twee volstrekt tegengestelde wereldbeelden in Mahlers Tweede en Vijfde

Stormachtig applaus voor altist Tamestit en KCO

Spannende muziek in Muziekgebouw aan ’t IJ