András Schiff laat Bachs Kunst der Fuge intelligent, gracieus en diepmenselijk stralen  

András Schiff, piano. Bach: Kunst der Fuge. Gehoord: 8 februari 2026, Concertgebouw Amsterdam

Door Wenneke Savenije

 

‘En net als alle muziek moet ook de basso continuo geen ander doel en einddoel hebben dan alleen de eer van God en de verkwikking van de geest. Waar dit niet in acht wordt genomen, is het geen echte muziek, maar een duivels gekletter en gejammer.’ – J.S. Bach

 

Eigenzinnig

De Hongaarse pianist András Schiff (1953) is net als zijn grote held Bach een eigenzinnig man. Hij verzette zich in 2000 tegen de opkomst van extreemrechts in Oostenrijk en verruilde zijn Oostenrijkse staatsburgerschap voor het Britse. Sinds 2012 boycot hij zijn vaderland Hongarije, waar de democratie wordt uitgehold door nieuwe wetten en het belemmeren van persvrijheid. Zolang racisme, antisemitisme, discriminatie, xenofobie, chauvinisme en reactionair nationalisme onder Victor Orbán er hoogtij vieren, wil Schiff er niet meer komen, laat staan optreden ‘tot er een nieuwe politieke wind waait.’ Na de Russische invasie in Oekraïne in februari 2022 sloot Schiff zich aan bij een cultureel embargo tegen Poetin en boycot hij ook Rusland volledig. En in maart 2025 kondigde hij een boycot aan tegen de VS vanwege de ‘unbelievable bullying’ rol van Trump op het wereldtoneel: ‘He has brought an ugliness into this world which hadn’t been there… I just find it impossible to go along with what is happening.’ Schiff cancelde zijn recitaltour (inclusief Carnegie Hall) en annuleerde zijn optredens met de New York Philharmonic en Philadelphia Orchestra. Hij wil pas weer optreden in Amerika als Trump van de baan is.

 

 

Contrapunt als de essentie

Ook artistiek gezien doorbreekt Schiff codes die volgens hem niet goed zijn voor het muziekleven, dat hij graag wil opfrissen en verlevendigen. Daarom weigert hij sinds de pandemie zijn concertprogramma’s zoals gebruikelijk al lang van tevoren vast te leggen. Schiff: ‘Waarom zijn we niet nieuwsgieriger, avontuurlijker, fantasierijker? Waar zijn de verrassingen? Bij pianorecitals bijvoorbeeld. Wij pianisten moeten ons programma vele maanden of jaren van tevoren bekendmaken, tot in het kleinste detail. Dat is een enorme last. Hoe moet je weten wat je wilt spelen over twee jaar, zeven maanden en vier dagen? Dat hangt van veel af: de akoestiek, het instrument, de stemming van de dag, het speelt allemaal een rol.’  Schiff wil spontaner kunnen opereren en maakte pas vlak voor zijn komst naar Amsterdam bekend dat hij in het Concertgebouw de Mount Everest onder de klavierwerken wilde gaan beklimmen: Bachs onovertroffen meesterwerk, de Kunst der Fuge (1742-1750), dat hij door blindheid, veroorzaakt door twee mislukte oogoperaties, en twee beroertes net niet meer helemaal kon voltooien. Althans, dat noteerde zijn zoon Carl Philipp Emanuel pas in 1788 achter de laatste noten in maat 239 van Contrapunt 14, waarmee dit deel abrupt eindigt: ‘Über dieser Fuge, wo der Nahme B.A.C.H. im Contrasubject angebracht worden, ist der Verfasser gestorben.’

 

 

In werkelijkheid voltooide Bach nog een bewerking van het slotkoraal van zijn Leipziger koraalbewerkingen, Vor deinen thron tret ich hiermit, opgetekend door zijn voormalige leerling en schoonzoon Johann Christoph Atnickol. Het is goed mogelijk dat de Kunst der Fuge door overmacht onvoltooid is gebleven, bijvoorbeeld omdat de notenbalken op het notenpapier waarop Bach de laatste maten van zijn Contapunt 14 wilde noteren niet genoeg ruimte boden aan Bachs ingenieuze stemmenweefsel, zodat hij het laatste deel op een nieuw vel noteerde, dat vervolgens zoekraakte. Van de gedrukte Kunst der Fuge werden na Bachs dood ongeveer 30 exemplaren verkocht. Later besloten Bachs zonen de bij het drukproces gebruikte koperplaten als schroot te verkopen, om een deel van de kosten terug te verdienen. Bach schreef zijn laatste werken – Das Wohltemperierte Klavier dl 2, de Goldbergvariaties, de Canonische Variaties op Vom Himmel Hoch, Das Musikalische Opfer, de Mis in b-mineur en ten slotte De Kunst der Fuge – niet om eraan te verdienen, maar uit een sterke innerlijke noodzaak. Hij wilde de eindeloze mogelijkheden van het contrapunt vereeuwigen. Dat deed hij op zo’n grandioze manier dat ikzelf duizelig wordt in mijn hoofd wanneer ik meelees met de stemmen van zijn ingenieuze partituur terwijl ik naar de Kunst der Fuge luister, terwijl ik toch goed partituren kan lezen. Wanneer ik alleen maar luister naar Bachs contrapuntische meesterwerk, liefst met mijn ogen dicht, spelen zich ook duizelingwekkende dingen in mijn hoofd af, maar zonder dat ik daar duizelig van wordt. De Kunst der Fuge is goddelijke inspiratie in vorm, klank en kleur. Het is overigens ook goed te verdedigen dat Bach zijn laatste fuga, waarin hij zijn eigen naam verwerkte, bewust onvoltooid liet eindigen nadat het Bach-motief nog eenmaal opklinkt in maat 239. Bijvoorbeeld om duidelijk te maken dat er compositorisch en spiritueel gezien geen einde is aan de kunst van het contrapunt, die hij tot het allerhoogste niveau had ontwikkeld en verfijnd. Volgens Bach, die voorvoelde dat hij al bijna opsteeg naar Gods troon, is het contrapunt de essentie van alle muziek, die in zijn ogen een afspiegeling is van de goddelijke orde, zodat hij zijn composities ondertekende met Soli Deo Gloria.

 

 

Levenswerk

Schiff begint ieder dag met Bach spelen. Bach is zijn alpha en omega: ‘Ik ben niet religieus, maar Bach is mijn God.’ Hij heeft zijn hele leven lang gewerkt aan de Kunst der Fuge, in zijn ogen zo’n onegeëvenaard hoogtepunt uit de Westerse muziekgeschiedenis, dat hij het stuk uit ontzag en respect pas in 2024 voor de eerste keer compleet heeft uitgevoerd op een solorecital in in Parijs. Schiff, die als pianist wordt geroemd om zijn intellectuele diepgang, transparante articulatie, proportionele frasering, minimale pedaalgebruik en filosofische benadering van muziek, noemt de Kunst der Fuge Bach’sultieme meesterwerk’: ‘I waited a long time before performing it in public, because I did not feel ready enough yet. I held back for decades, feeling that I was not yet worthy of its depth.’  Nu hijzelf ouder is dan Bach toen hij de Kunst der Fuge componeerde, durft hij het aan het ‘grootste werk van de grootste componist – de beste van ons, maar een van ons’ – uit te voeren en het resultaat bleek afgelopen zondag magistraal. Voorafgaand aan zijn pauzeloze concert, hield de aanvankelijk wat vermoeid overkomende pianist met zachte stem een praatje over Bachs mysterieuze werk, dat niet is geschreven voor een specifiek instrument of ensemble. Het wemelt dan ook van de uitvoeringen en bewerkingen. De vermoedelijk voor klavier geschreven Kunst der Fuge wordt niet alleen gespeeld door klavecinisten, organisten en pianisten, maar ook door gambisten, gitaristen, hout-, riet- en koperblazers, strijkkwartetten, fanfares, barokorkesten en symfonieorkesten. Bach zou het allemaal graag gehoord willen hebben, denkt Schiff, volgens wie Bach zijn stuk wel degelijk bewust wilde eindigen op maat 239: ‘Hoe kunnen we zijn zoon in twifel trekken? Bach wilde hier stoppen, de laatste noten vormen het Bach-motief dat het Bach-getal 14 vormt. Daarmee zette Bach een handtekening onder zijn muzikale zelfportret. Moeten we dit afmaken? You could, but you should,,.’, besloot Schiff zijn praatje en zette zich sereen achter de vleugel.

 

 

 

Eredienst in stilte

Schiff bewoog nauwelijks en in de zaal heerste van de eerste tot de laatste noot een eerbiedige stilte. Het publiek luisterde extreem geconcentreerd en tussen delen door deed de stilte zelfs bijna pijn aan je oren. Vlak achter mij zaten twee ouders met een peuter van hooguit twee jaar, die stilletjes en aandachtig zat te luisteren en maar heel even piepte bij het duizelingwekkende lijnenspel van de Canon alla Ottava, na Contrapunctus 4. Vermoedelijk wordt hij opgevoed met de muzikale Kunst der Fuge – interpretatie van de Poolse pianist Konstantin Lifschitz, die zijn registratie op YouTube heeft opgeleukt met bewegende Nijntje-beelden. Schiff benaderde Bachs Kunst der Fuge niet als een geleerde aaneenschakeling van steeds complexer wordende fuga’s en canons, maar als een zich langzaam ontvouwend verhaal over het goddelijke in de mensheid, het leven en de dood. Zijn stemvoering was glashelder, maar zijn prachtig glanzende en resonerende toon was overwegend lieflijk en zachtmoedig. Van geromantiseerde emoties of overvloedig pedaalgebruik was geen sprake. Maar wel van een fijnzinnige, diepmenselijke betrokkenheid bij Bachs even ingenieuze als expressieve noten. Elke Contrapunctus en Canon gaf Schiff zijn eigen beweging, karakter en kleur mee. Na de plechtige openingsfuga klonk de bijna gehaast dansende tweede fuga als een uitbundige lofzang op het leven, gevolgd door de innige lyriek van de derde fuga. De vijfde, zesde en zevende fuga, die alle drie prominente puntige ritmes bevatten, zouden afwisselend als nerveus, pompeus en melancholisch kunnen worden ervaren, maar bii Schiff klonken ze vooral als elegante dansen vol levensvreugde, terwijl de twaalfde fuga juist weer grensde aan het tragische. Gracieus en behendig liet Schiff de stemmen achter elkaar aan ‘jagen’ en over elkaar heen buitelen, elkaar spiegelen en elkaar becommentariëren. Hier klonk geen abstracte hogere wiskunde, maar veeleer het leven zelf. Hier werden geen ijzingwekkend soliede en knap geconstrueerde bouwwerken opgetrokken door een meesterlijke muzikale architect, maar beweeglijke structuren in een onvoorstelbare kleurenpracht, als sterrenregen uit de toverstaf van een magiër aan de vleugel

 

 

Zo sloot Schiff met zijn magistrale Bach-spel onbewust aan bij de late werken van uiteenlopende kunstenaars als Shakespeare, Beethoven en Goya, die illustreren hoe pathos, humor, ernst, uitbundigheid en tragedie onlosmakelijk met elkaar verweven zijn in de diepste krochten van de menselijke psyche. Na zijn in alle opzichten wonderschone Kunst der Fuge speelde Schiff bij wijze van toegift nog een keer vol overgave een werk van de ‘allergrootste’ Bach, in de vorm van een sierlijk en verderlicht zingende en toch intense en diepbewogen lezing van de Chromatische Fantasie en Fuga in d klein, BWV 903. Het was een Bach-recital om nooit meer te vergeten.

 

Wenneke Savenije

 

 

Info:

 

Serie Gote Pianisten:

https://www.concertgebouw.nl/serie/grote-pianisten-serie-2-4

 

www.concertgebouw.nl

 

You May Also Like

Pianist Pietro De Maria is meer dan een meesterpianist: een meesterlijk musicus

Impressionistische Tristan und Isolde bij De Nationale Opera

Jan Martens met overdadig dancespektakel bij NDT 1

KCO’s Bruckner onder leiding van Klaus Mäkelä moet nog groeien