Canadese Mahler overtuigt niet helemaal in de stad van de Mahler-traditie

Toronto Symphony Orchestra o.l.v. Gustavo Gimeno, dirigent, m.m.v. Patricia Kopatchinskaja, viool, Christina Landshamer, sopraan. Kelly-Marie Murphy – Curiosity, Genius, and the Search for Petula Clark, Béla Bartók – Vioolconcert nr. 1, Traditioneel – Der Esel ist ein dummes Tier, was kann der Elefant dafür? (arr. E. Ralli) (toegift), Gustav Mahler – Symfonie nr. 4. Gehoord: 3 februari 2026, Concertgebouw, Grote zaal, Amsterdam

Door Peter Schlamilch

 

Het was even schrikken bij de eerste inzet van Mahlers Vierde door het Toronto Symphony Orchestra: zo langzaam had ik de beroemde belletjes nog nooit gehoord – was de arrenslee vastgelopen in de Canadese sneeuw? Toen ik later de partituur erbij pakte zag ik dat dirigent Gustavo Gimeno, ooit nog solo­slagwerker bij het Concertgebouworkest, Mahlers tempo-aanwijzing eigenlijk heel goed had begrepen: er staat namelijk Bedächtig bij, wat zoiets als ‘weloverwogen’ of ‘bedachtzaam’ betekent. Hmmm, dat had ik me nooit zo bewust gerealiseerd – weer wat geleerd. Doen al die andere dirigenten het dan standaard te vrolijk en te hups? ‘Jazeker’, moet de logische conclusie zijn.

 

 

Eindeloze betekenis

Na deze eye-opener volgde echter een vrij langzaam hoofdthema, waarna het orkest maar met moeite een goede balans kon vinden: zo overstemde de eerste hoorn regelmatig belangrijke melodieën in de rest van het orkest, misschien omdat de concertzaal waar het orkest normaal in speelt een nogal taaie acoustiek heeft, zoals iemand mij toevertrouwde: in het Concertgebouw is natuurlijk opeens alle anders en is het niet zo gemakkelijk je snel aan te passen aan een van de beste acoustieken ter wereld. Wel bevreemdde het dat dirigent Gustavo Gimeno, die over het algemeen duidelijk en rond dirigeerde, op geen enkel moment ingreep om de balans te corrigeren: hij liet Mahler klinken zoals het kwam en dat kan Mahler nu net níet hebben, want volgens de grote meester ‘staat het belangrijkste niet in de noten’ – een dirigent moet juist eindeloos betekenis geven aan vrijwel elke maat, soms zelfs elke noot, en dat gebeurde niet. Resultaat was een nogal algemene lezing van Mahlers partituur, die toch boordevol aanwijzingen staat.

 

 

Verfrissend

Het is misschien ook net zo heel verstandig om Mahler te spelen in het hol van de leeuw: Amsterdam heeft natuurlijk een lange en sterke Mahler-traditie – de componist dirigeerde er de Nederlandse première in 1904 zelf – en het is niet zo eenvoudig om daar even een eigen lezing te brengen die bovendien sterk afwijkt van de heersende, hoewel dat natuurlijk ook verfrissend kan zijn. Maar door de balansproblemen, vele kleine individuele foutjes, de nogal doffe maar soms ook juist geforceerde orkestklank (zeker voor wie het Concertgebouworkest nog vers in de oren heeft) en de nogal onorganische opbouw was dat helaas niet het effect: het bleef bij een degelijke, maar niet erg ‘Mahleriaanse’ vertolking. De Duitse sopraan Christina Landshamer zong mooi, maar kwam niet altijd boven het orkest uit en heeft voor de partij van het ‘onschuldige kind’ misschien eerder teveel een opera- dan een oratorium-klank.

 

 

 

Intiem en vol overgave

Béla Bartóks Eerste Vioolconcert, dat ‘andere concert’ dus (niet het bekende), werd door Patricia Kopatchinskaja, de excentrieke Moldavische violiste die ook regelmatig haar stem gebruikt, theatrale elementen in haar optredens verwerkt en zelf componeert onder de naam PatKop, heel mysterieus en met mistige, bijna vegerige klank ingezet – weliswaar compleet in tegenstelling tot het onschuldige semplice (eenvoudig) dat de componist erbij had geschreven, maar toch wel mooi en spannend. In een enorm rood gewaad en op blote voeten maakte de beweeglijke violiste veel contact met orkest en publiek, wat heel mooi en intens was, hoewel je het ook kunt overdrijven: na verloop van tijd ging het licht afleiden, maar dat kan aan mij liggen. De solo-opbouw van het begin richting steeds meer inzetten van het orkest was boeiend en meeslepend, en haar toon werd steeds puurder en tegelijkertijd dromeriger, met een hemels zacht slot – Bartók componeerde het als liefdesbetuiging aan zijn onbereikbare ‘grote liefde’, en was compleet verslagen toen zij hem uiteindelijk afwees. Zijn concert kreeg hij nooit van haar terug en heeft het dus nooit kunnen horen – het moet een pittige tante zijn geweest, met waarschijnlijk ook heel zachte kanten: Kopatchinskaja’s lyrische lijnen klonken vaak heel mooi, intiem en vol overgave.

 

 

Glenn Gould

Pittig was ook de attacca-inzet van het tweede deel, een vlot Allegro dat inderdaad soepel en dynamisch begon, maar na een paar minuten een beetje aan energie verloor, niet alleen door de zachtere passages in de partituur, maar ook door het te vaak ontbreken van kernachtige tonen en lijnen van de violiste, en de grote climaxen ontbeerden hier de overgave van het eerste deel, en ook bij de intiemere melodieën had ze wat meer spanning mogen behouden – zacht is in de muziek bijna nooit: spanningsloos. De toegift was leuk: de violiste studeerde met het complete publiek een 4-stemmige canon in, die verrassend goed klonk: een muzikaal onderlegd publiek!

 

 

Kelly-Marie Murphy’s Curiosity, Genius, and the Search for Petula Clark, geschreven als eerbetoon aan de legendarische pianist Glenn Gould, is net zo fragmentarisch als de titel, en dat komt overeen met de muzikale beschrijving van Goulds lange autorit door Canada, waartijdens hij op verschillende radiostations afstemde. Soms tonaal, soms niet, soms big band-achtig en dan weer zoete strijkerslandschappen of filmmuziek, dan weer langzaam en daarna marsachtig: het is een allegaartje van zeker niet onplezierige klanken die je misschien vaker moet horen om ze beter te doorgronden. Misschien een volgende keer.

Peter Schlamilch

 Foto’s:Marco Borggreve e.a.

You May Also Like

KCO’s Bruckner onder leiding van Klaus Mäkelä moet nog groeien

Residentie Orkest sterk in Tsjechisch programma

Frank Peters en Caspar Vos verzoenen Prokofiev, Rachmaninoff en Medtner met elkaar

Hollands Glorie tijdens de Strijkkwartet Biënnale