Hollands Glorie tijdens de Strijkkwartet Biënnale

Belinfante Quartet: Wantenaar, von Bingen, Randle en Britten. PUBLIQuartet: Akhio, Perry en Corigliano. Marmen Quartet en DOMNIQ: Haydn, Razaz, Feldman, S. Adams, Miller en Beethoven. Gehoord in Muziekgebouw aan ’t IJ, 30 januari 2026, Amsterdam

Door Suus Blanke

 

Afgelopen vrijdag waren de schijnwerpers van de Strijkwartet Biënnale op verschillende manieren gericht op Hollands Glorie, al is de virtuoze slagwerker DOMNIQ (Dominique Vleeshouwers, 1992) niet echt Hollands te noemen, want zijn wieg stond in Zuid Limburg. De wereldpremière van het Strijkkwartet nr 1 van de in Amsterdam geboren Mathilde Wantenaar vond plaats in het Bimhuis omdat, zoals later bleek, het avondconcert veel voorbereidingstijd nodig had. Ook het PUBLIQuartet, die ik de grote zaal had gegund, trad op in het Bimhuis, maar  de musici waren daar bijzonder gelukkig mee en als luisteraar zat je met je neus (oren) bovenop de muziek en dat maakte het concert misschien nog wel spannender.

 

 

Wereldpremière van een Hollands strijkkwartet

Het Belinfante Quartet heeft zijn basis in Nederland, maar wordt slechts bezet door één Nederlandse, de eerste violiste Olivia Scheepers, die in Londen viool heeft gestudeerd. Daar heeft zij ongetwijfeld haar Britse, Schotse en Spaanse collega’s ontmoet, met wie zij het kwartet heeft opgericht. Ze spelen vele minder bekende strijkkwartetten en aan hen was de eer het Eerste strijkkwartet van Mathilde Wantenaar in première te brengen. De aanvang van dit strijkkwartet stamt uit de Corona tijd, waardoor een première in het water was gevallen. Wantenaar heeft vervolgens besloten op het eerste deel voort te borduren, zo vertelde zij, en daarmee het werk te voltooien. Het Belinfante Quartet liet hun individuele stemmen helder klinken tijdens de wat ouderwets klinkende Fuga, die overging  in een onnavolgbaar stemmenweefsel, om te eindigen in etherische klanken. Het tweede deel klonk afgescheiden van het eerste deel, maar in het programmaboek liet Wantenaar weten dat de delen afzonderlijk uitgevoerd kunnen worden en dat ze er in de toekomst eventueel meerdere delen bij wil schrijven.

 

 

 

 

Het kwartet verliet na de laatste vervlogen klanken van Wantenaar het podium om een verdieping lager naast het podium aan te vangen met O virtus sapientiae van Hildegard von Bingen (1098-1179), dat heel mooi aansloot op de prachtige etherische slotepisode  van het strijkkwartet van Wantenaar.  Alleen duurde het even voordat het publiek in de gaten kreeg dat het concert werd voortgezet, zodat het een tijdje door de muziek heen bleef praten.

Helaas onderbrak altvioliste Henrietta Hill de muzikale spanningsboog van het concert door een lang en interessant verhaal te vertellen over de twee stukken die zouden volgen. Er klonk een nieuw werk, Baile, speciaal geschreven voor het Belinfante Quartet door Rhiannon Randle (1993), componiste, violiste, sopraan, en docent aan Guilhall School in Londen, waarin vooral de Ierse Volksmuziek heel erg herkenbaar was. Tot slot verklankte het Belinfante Quartet het wat zwaarmoedige Strijkkwartet nr. 3 van Benjamin Britten (1913-1976), dat hij aan het einde van zijn leven schreef en waarin hij als het ware het zware drama van zijn laatste opera Death in Venice oplost. Het spannende was dat Britten van alles vroeg van de musici, omdat hij een origineel strijkkwartet schreef met bijzondere effecten, wat de leden van Belinfante goed doorstonden.

 

 

 

Vier Amerikanen in Holland

Het PUBLIQuartet liet een heel ander licht op strijkkwartetmuziek schijnen. Voor hun programma Wat is Amerikaans? hadden ze het ‘Amerikaanse’ strijkkwartet van Dvorák als basis genomen. De van oorsprong Tjechische componist  had tijdens zijn verblijf de klanken van de toen Nieuwe Wereld in zich opgenomen en verwerkt. Uit Amerika’s inheemse en zwarte muziekstijlen zijn inmiddels ook de rock en freestyle ontwikkeld, die het kwartet wil verbinden met de oudere blues en jazz om zo het heden, verleden en de toekomst van de Amerikaanse concertmuziek te belichten. De uit New York City afkomstige leden van het kwartet waren zeer verheugd in Amsterdam te zijn uitgenodigd om hún muziek te laten horen. Bij aanvang werd het publiek geheel in Amerikaanse stijl in de watten gelegd doordat de musici zich zeer lovend uitlieten over ons prachtige Holland en Amsterdam met haar grachten. Hun dankbaarheid om te mogen spelen in het mooie Muziekgebouw/ Bimhuis was groot en tot hun spijt moesten ze ons snel weer verlaten om terug te keren naar de VS. Hun schaamte over wat zich daar nu afspeelt was voelbaar in de zaal, maar tegelijkertijd voelde je ook de trots van het kwartet op hun Amerikaanse roots. Zoals Reinbert de Leeuw jaren geleden uitlegde tijdens het TV-programma Zomergasten, hebben geboren Amerikanen geen last van de Europese cultuur die op de schouders van de geboren Europeanen rust. Zonder deze ‘belasting’ kunnen Amerikanen muzikaal gezien hun eigen weg gaan. Iedereen die niet aanwezig was moet spijt hebben dit Amerikaanse aandeel van de Strijkkwartet Biënnale te hebben gemist, uitgevoerd door vier totaal verschillende persoonlijkheden die de muziek tot een strakke, vurige, eenheid wisten te smeden.

 

 

Complexe ritmiek

Zo klonk het Strijkkwartet nr. 1 ‘Mobile on a stream’ van Andy Akiho (New York 1979) ritmisch zeer complex, maar zeer helder en strak gespeeld door PUBLIQuartet met Curtis Stewart als primarius. Akiho is een bekend slagwerker die zich aan het begin van zijn carriëre zich alleen heeft gespecialiceerd in de steelpan. Met dit in gedachten kon je de voortdurende ritmische veranderingen in een zachte samenklank begrijpen. De daaropvolgende Prelude was geschreven voor piano door Julia Perry (VS 1924-1979) en bewerkt voor strijkkwartet, met een toegevoegd blues-achtig middendeel. Dat vormde een contrast met de wat zwaarmoedige muziek van Perry, dus er bestond geen twijfel over dat de improvisatie van het strijkkwartet zelf kwam, waar inmiddels violiste Jannina Nortpoth haar tweede positie in het kwartet gewisseld had met de eerste violist Stewart.

 

 

Sirenes

Het Eerste strijkkwartet van John Corigliano (New York 1938) Farewell is ter gelegenheid van het afscheid van het Cleveland Quartet geschreven in 1995, waarmee Corigliano een Grammy Award voor de beste hedendaagse klassieke compositie won. Het strijkkwartet kent een inleidende Prelude, een pittig schetsmatig Scherzo, een Nocturne waarin met behulp van flagoletten eerder de lichtheid werd benadrukt dan de donkerte. Tot slot werd er een op moderne leest geschoeide Fuga gespeeld en in de daaropvolgende Postlude klonken steeds herhalende sirene-geluiden die het publiek een beetje teveel werden, zodat mensen met hun voeten begonnen te schuifelen. Toch kwam er een oprechte staande ovatie, die niet werd beantwoord met een toegift. Hopelijk komt het PUBLIQuartet daarom de volgende Biënnale weer terug!

 

 

De tijd tikt bij het Marmen Quartet en DOMNIQ

Bij binnenkomst voor het avondconcert in de Grote Zaal werd duidelijk dat er de hele dag hard was gewerkt. In het midden van de zaal was een (bijna) vierkant podium gebouwd met daarom heen een vibra- en xylofoon. Daarboven hingen (koeien) bellen in een buitengewoon formaat.  Aan de andere kant tikte de tijd geautomatiseerd op een gong. Rondom dit podium en op de balkons kon het publiek plaatsnemen. Nadat het Marmen Quartet het podium had betreden ging het licht helemaal uit, zodat de leden van het kwartet konden beginnen aan de zonsopgang van Haydn (1732-1809) in het Strijkkwartet op. 76 nr. 4. Al snel kwam de zon goudgeel op dankzij het lichtontwerp van Floriaan Ganzevoort, die de gehele avond verantwoordelijk was voor licht schakeringen, stralen en lichtzuilen die het podium verenderde in een Griekse tempel. Een visueel prachtig en muzikaal indrukwekkend moment was toen de laatste tonen van Haydn wegstierven en het licht zich verplaatste naar het hoofdpodium waar DOMNIQ, alsof hij in de mist stond, tegen buisklokken sloeg. Een muzikaal intermezzo dat niet op het programma stond, maar onvergetelijk is geworden en waardoor menigeen in het publiek ongewenst de telefoon tevoorschijn haalde om een foto of zelfs een opname te maken.

 

 

Razaz, Feldman en Adams

In Chance has spoken van Gity Razaz (1986) voor strijkkwartet en vibrafoon was te horen wat een prachtige combinatie dat is. Voor Duration IV van Morton Feldmann (1926-1987) stapten de violist en celliste het podium af om beiden op een hoek te musiceren met DOMNIQ in hun midden. Daarna keerde het strijkkwartet weer terug naar het podium voor Sundial voor slagwerk en strijkkwartet van Samuel Adams (1985), waarin zijn muziek veel minder dwingend ritmisch is als die van zijn vader John Adams. Hierin klonken de enorme (koe)bellen niet als kerkklokken, maar wanneer DOMNIQ ze aansloeg vibreerden ze mee als een kleuring van de muziek. Het werk van Adams werd overgenomen door automatische tikken op woodblocks. De musici verdwenen van het podium in de coulissen, terwijl het publiek muisstil bleef zitten. Nadat de musici luid begonnen te praten en te lachen, bleek dat de tijd van de pauze aan het wegtikken was.

 

 

 

Wereldpremière

Na de pauze tikte de tijd nog steeds en werden het publiek meegenomen in een werk van Cassandra Miller (1976) als aanloop naar de wereldpremière Devotions van S. Adams, een opdracht van Strijkkwartet Biënnale Amsterdam, Tromp Percussion Eindhoven en Seattle Symphony. Het was fascinerend om te zien hoe DOMNIQ al het slagwerk om hem heen vaak tegelijkertijd bespeelde en ondertussen de voorgeschreven knopjes bediende zodat de snaardrums werden aangestuurd door digitale transducers en zo kunnen resoneren in een zuivere intonatie naast het kwartet.

Inmiddels was het al erg laat geworden toen, als zijnde het laatste late avondconcert van de Biënnale, het Marmen Quartet nog een strijkkwartet van Beethoven speelde. Het was een beetje veel van het goede, maar het bijzondere was dat het Strijkkwartet nr. 16 op.135 opeens heel anders en veel moderner klonk in de context van het concert. Het werkte hetzelfde als wanneer je een schilderij op een ander kleur muur hangt. Dan springen opeens andere kleuren en details van hetzelfde werk naar voren.

 

 

Hollands Spoken Word

Wat niet in het programmaboekje was vermeld was dat het programma Time is how you spend your love werd vebonden doormiddel van vier Interludes over Tijd. De tekst stond in daarvoor bestemde bakjes bij de entree van de zaal, maar deze was onleesbaar door de belichting van Ganzevoort. Dat was erg jammer omdat spreekster Carmen Verduyn er welliswaar deels in slaagde een boeiend Nederlands Spoken Word op het podium te brengen, maar vanwege haar slechte articulatie en dalende stem aan het einde van de zin, was ze (op het balkon waar ik zat) nauwelijks te verstaan was. Misschien was het als tekstuele muziek bedoeld, zonder noodzaak tot verstaan, maar toch was het jammer, want het waren interessante teksten die waarschijnlijk door haar zelf geschreven zijn. Hopelijk heeft de NTR dit concert goed opgenomen, zodat we de tekst op de radio wel kunnen volgen in de uitzending van het Avondconcert op NPO Klassiek op zondag 15 februari 2026.  Naast de teksten stonden ook ansichtkaarten met een tekst, die beter op de stoelen gelegd hadden kunnen worden, want ze werden nauwelijks meegenomen door het publiek. Daarom geef ik u de tekst die op de kaart stond in het kader van de thema van het concert: ‘De tijd die voorbij tikt en de vraag of we deze goed gebruiken voor wat we liefhebben’:

                                                     tijd ervaar je niet alleen,

                                                     het klokt alleen, samen

Suus Blanke

 

 

 

 

Info:

Het concert wordt uitgezonden op zondag 15 februari tijdens het zondagavondconcert bij NPO Klassiek.

Website van:

DOMNIQ:

https://www.domniq.com/

PUBLIQuartet:

https://www.publiquartet.com/

Belinfante Quartet:

Home

Marmen Quartet:

https://www.marmenquartet.com/

Mathilde Wantenaar:

https://www.mathildewantenaar.com/

Samuel Adams:

https://www.samuelcarladams.com/

Strijkwartet Biënnale:

Home

You May Also Like

KCO’s Bruckner onder leiding van Klaus Mäkelä moet nog groeien

Residentie Orkest sterk in Tsjechisch programma

Canadese Mahler overtuigt niet helemaal in de stad van de Mahler-traditie

Frank Peters en Caspar Vos verzoenen Prokofiev, Rachmaninoff en Medtner met elkaar