KCO subliem in Wagner en Respighi

Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Jaap van Zweden, m.m.v. Leonidas Kavakos, viool. Zarina: Bloom(wereldpremière), Korngold: Vioolconcert in D, Wagner: Vorspiel und Liebestod (uit Tristan und Isolde), Respighi: Pini di Roma. Gehoord: 25 januari 2026, Concertgebouw, Grote zaal, Amsterdam*
Door Peter Schlamilch
Het was voor Richard Wagner voorwaar niet heel ingewikkeld om de beste componist van afgelopen zondagmiddag in het Concertgebouw te zijn, want hoewel Erich Wolfgang Korngold en Ottorino Respighi uiterst bekwame toondichters zijn, missen ze natuurlijk die totale genialiteit van de meester uit Leipzig. Gelukkig was daar dirigent Jaap van Zweden, die ook van de wat mindere werken uit de muziekgeschiedenis een feestje weet te maken.
Enorme ontlading
Van Zweden dirigeerde als altijd energiek en krachtdadig, met veel overwicht en bemoeienis tot in de kleinste details van de partituur en bijna tot in de haarvaten van de musici. Dat kan soms wel eens wat veel van het goede zijn, maar in dit programma werkte het voortreffelijk, want beide componisten hebben echt even een klein zetje nodig om te overtuigen. Wagners Tristan spreekt daarentegen zozeer voor zichzelf dat Van Zweden daar de teugels terecht liet vieren, om het voortreffelijk spelende orkest alle ruimte te geven om zijn toverklank te laten stromen, hoewel Van Zweden natuurlijk nooit helemaal ‘weg’ was – hij liet uiterst zacht beginnen, stuwde op de juiste momenten voorwaarts en bracht climaxen aan waar Wagner van zou hebben genoten. Perfecte klankschoonheid werd hier gecombineerd met intense, verlangende lijnen, geweldig opgebouwd met een enorme ontlading. Spannend van eerste tot de laatste noot – het KCO op zijn best.

Trompetsolo
Het applaus was nog niet weggestorven of daar klonken al de eerste noten van Respighi’s Pini di Roma, de muzikale hommage aan zijn geliefde Rome. Het eerste deel was energiek en voortvarend, het tweede echter dromerig en intens, maar tegelijkertijd duister en somber, als een treffende beschrijving van de catacomben die Respighi noemt – heel mooi. Het orkest mengde perfect, zonder ooit te massief te worden, en de trompetsolo op de gang was weergaloos – ook voor wie niet per se de grootste fan is van de Bolognese toondichter, die overigens (hoorbaar) nog lessen volgde bij Nikolaj Rimski-Korsakov, was er volop te genieten.

Sfeerbeelden
Het concert werd geopend met Bloom van de Letse componiste Annija Anna Zarina (2000), gebaseerd op de triller (twee snel afwisselende en herhaalde noten) die, volgens eigen zeggen, uitgroeit tot ‘een zee van trillers’. Vanaf het begin was het stuk spannend, en waren de luisteraars in het ongewisse van structuur en voortgang: snelle passages wisselden zich af met ‘klankgordijnen’ van orgelachtige accoorden in de strijkers (clusters), heel mooi gelaagd gespeeld, af en toe onderbroken door slagachtige, felle tutti-uitbarstingen. Veel sfeerbeelden (met kleine vleugjes Stravinsky), die door het complete ontbreken van melodievorming echter ook wat nikserig bleven. Van Zweden was helder en precies, maar kon het werkje ook niet veel overtuigender maken: prima om 10 minuutjes naar te luisteren, maar een diepe indruk maakte het niet.

Niet-aflatende intensiteit
Korngolds Vioolconcert klonk robuust maar helder, en Van Zweden laveerde het ook hier uitstekend spelende orkest door de vele, vele maatwisselingen heen, daarbij lange lijnen en frasen creërend en veel orkestdetails blootleggend. De Griekse violist Leonidas Kavakos liet zijn Stradivarius, ondanks het piano in de eerste maten, meteen wellustig ronken – geen wonder, want hij is klankkanonnen als de Berliner en Wiener Philharmoniker gewend, naast toporkesten als de New York Philharmonic, het Gewandhausorchester Leipzig en de Boston Symphony, allemaal ensembles waar je flink klank moet maken om ze de baas te blijven. Zijn toon is breedgebouwd, ferm en met een roestvrijstalen kern, prima passend dus bij Korngolds muziek, die vaak donker is geïnstrumenteerd maar overwegend lyrisch blijft – hij gebruikte veel thema’s uit zijn dagelijkse praktijk als filmcomponist, wat bij vlagen inderdaad een nogal fragmentarische indruk achterlaat. Kavakos buffelde echter gestaag door, met een niet-aflatende intensiteit, die echter na verloop van tijd een beetje ging vervelen doordat hij weinig afwisseling in toon en kleur aanbracht.

Feilloos en virtuoos
Zeker in het prachtige en tedere tweede deel, een ‘dolce’ Romance nota bene, had ik meer intimiteit verwacht, meer innigheid en zeker meer afwisseling in de kleuren: Kavakos speelde het hele concert vrij monochromatisch terwijl het evident was dat deze solist veel meer tinten op zijn palet bezit. Zijn melodieën vloeiden wat minder dan gehoopt en veel nuances uit de partituur bleven onderbelicht, hoewel het orkest hier weergaloos mooi begeleidde. In het derde deel voelde Kavakos zich duidelijk weer als een vis in het water, en de muziek past hier dan ook veel beter bij zijn intense toon. Hij vormde een goed geoliede machine met het orkest, dat zonder haperen, feilloos en virtuoos presteerde onder Van Zwedens strakke maar geïnspireerde leiding.
Peter Schlamilch
Info:
www.concertgebouw.nl
www.concertgebouworkest.nl
* Deze recensie betreft de live-versie in de zaal. De concertregistratie kan, door de opnametechniek, uiteraard afwijken.