KCO’s Bruckner onder leiding van Klaus Mäkelä moet nog groeien

Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Klaus Mäkelä. Anton Bruckner – Symfonie nr. 8. Gehoord: 4 februari 2026, Concertgebouw, Grote zaal, Amsterdam*

Door Peter Schlamilch

 

Klaus Mäkelä is een bijzonder man. De Finse dirigent zal niet alleen in 2027 de achtste chef-dirigent van het Concertgebouworkest worden, maar hij zal dan ook aantreden als music director van het Chicago Symphony Orchestra, toch orkesten die niet alleen een behoorlijke geografische afstand kennen, maar ook een culturele. Daarnaast is hij een begenadigd cellist en speelt in die hoedanigheid af en toe samen met leden van het Concertgebouworkest en het Orchestre de Paris.

 

Uitputtende climaxen

Met zijn dertig jaar is hij al in staat om op overtuigende wijze wereldberoemde orkesten te leiden, en dat is exceptioneel, hoewel niet uniek: Bernard Haitink was 27 toen hij op 7 november 1956 zijn opmerkelijke debuut bij het Concertgebouworkest maakte (hij viel in voor de zieke dirigent Carlo Maria Giulini). Mäkelä ziet dirigeren, volgens eigen zeggen, niet als een ‘autoritaire taak, maar als een dialoog’ – hij streeft naar eigen zeggen naar ‘respect en wederzijds vertrouwen met de musici’. Zijn interpretatie van Bruckners Achtste symfonie, afgelopen woensdag in het Concertgebouw, was daar zeker een voorbeeld van, en het is prachtig om te zien hoe ‘respectvol’ hij zijn musici aanvuurt, hoeveel contact hij maakt en ze nooit over de kling zal jagen. Toch is juist dat wat Bruckners partituren soms ook juist wél nodig hebben: tot het uiterste uitgeperste tsunami’s van klank, soms eindeloze melodieën zonder rustpunten en grote, uitputtende climaxen, die door de grote organist uit Ansfelden misschien makkelijker werden opgeschreven dan dat orkesten ze in zijn noten-marathon kunnen voortbrengen.

 

 

Licht en zwevend

Nou ja, makkelijk opgeschreven… zoals bekend twijfelde Bruckner ten diepste aan zichzelf en aan zijn scheppingen, en herschreef ze eindeloos, ook de Achtste, zelfs zodanig dat er complete delen werden gevormd en er een heel nieuw verhaal ontstond – je kunt je afvragen hoe die zich dan verhouden met de kernboodschappen van die symfonieën, maar dat is voor een andere keer.

Mäkelä zette de Achtste zo traag op dat niet alle inzetten gelijk waren en de innerlijke samenhang van het eerste deel een beetje buiten beeld verdween, en het geheel klonk weliswaar prachtig (wanneer niet bij het KCO), maar werd ook wat richtingloos. Ook miste ik soms de diepe klank van die kathedraalachtige akkoord-muren die Bruckner zo goed kon schilderen, en werd Bruckner bij vlagen licht en zwevend, daar waar ik die eigenschappen het minst verwachtte.

 

 

Diepere klank

Ook het tweede deel klonk technisch perfect, maar was te log om echt een scherzo-karakter te hebben, en het trio ervan werd in vieren gedirigeerd in plaats van de voorgeschreven langzame tweekwartsmaat – qua absoluut tempo maakte het niet veel uit, maar het gevoel is toch anders.

Vanaf het derde deel leken dirigent en orkest de ware Bruckner hervonden te hebben: er ontstond een andere, diepere en aardsere klank (cello’s!), er werd mooi ‘stroperig’ gespeeld en de dissonanten in de hoorns waren schrijnend als Bruckners leven zelf. Het Trio stierf prachtig en nu wel zeer organisch-etherisch weg, met spatgelijke en zacht-dreunende pizzicati in het complete strijkorkest.

 

 

Ook het laatste deel was Bruckners geest volop aanwezig: een brede, volle klank kenmerkte de hier wel massieve, orgelachtige kleuren en ook Mäkelä’s slag was nu ruim en ademend, met triomfantelijke slotmaten die zo ‘positief’ klonken dat Bruckners levenslange eenzaamheid bijna werd goedgemaakt.

Peter Schlamilch

 

*Deze recensie betreft de live-versie in de zaal. De concertregistratie kan, door de opnametechniek, uiteraard afwijken.

 

 

Info:

www.concertgebouworkest.nl

You May Also Like

Residentie Orkest sterk in Tsjechisch programma

Canadese Mahler overtuigt niet helemaal in de stad van de Mahler-traditie

Frank Peters en Caspar Vos verzoenen Prokofiev, Rachmaninoff en Medtner met elkaar

Hollands Glorie tijdens de Strijkkwartet Biënnale