Kozelj en Beijer brengen veelkleurig liedprogramma

Barbara Kozelj, mezzosopraan en Thomas Beijer, piano. Werken van: Dvorak, Schumann, Brahms, Janacek, Mompou en Bidaola. Gehoord: Edesche Concertzaal, 20 december 2025
Door Willem Boone
Liedrecitals hebben de naam dat ze voor een specifiek publiek van liefhebbers ‘bedoeld’ zijn. Dat verklaarde misschien de iets minder goed bezette Edesche Concertzaal gisteravond, maar als zo vaak hadden de wegblijvers ongelijk. De Sloveense mezzosopraan Barbara Kozelj had namelijk met pianist Thomas Beijer een uiterst interessant programma voorbereid, waarbij ze deels koos voor bekende componisten (maar niet altijd voor hun bekendste liederen!) en deels voor veel minder bekend repertoire. In dat laatste geval ging het om composities die ten onrechte onbekend zijn en die bepaald vaker geprogrammeerd zouden mogen worden in concertzalen.
Intime miniaturen
Als eerste klonken Vier liederen opus 2 van Dvorak, een componist die je niet direct met liederen associeert. Kozelj liet direct horen dat zij een krachtige stem met een warm timbre bezit, al leek zij bij de eerste liederen nog even te moeten wennen aan de akoestiek van de zaal. Ook al versta je de teksten niet in hun originele taal, bij een lied als ‘Mé srdce často v bolesti’ (Als ik verdriet heb), begreep je alsnog uit de voordracht van de zangeres waar het over ging. Pianist Thomas Beijer toonde zich de hele avond een uiterst attente partner, die steeds ondersteunde, maar nooit overheerste. Van Schumann klonken drie liederen, die geen van drieën tot zijn bekende scheppingen in dat genre behoorden. Het was toepasselijk dat allereerst ‘Weihnachtslied’ opus 79 nr 16 op het programma stond, gevolgd door het ook toepasselijke/ ‘Schneeglöckchen’, opus 79 nr 26 en ‘Mein schöner Stern’ opus 101 nr 4. Kozelj zong deze overigens van blad, nadat zij de liederen van Dvorak uit het hoofd gezongen had. Bij deze Duitse liederen viel haar goede dictie op. Het ging om poëtische, intieme miniaturen die typisch ‘Schumanniaans’ van karakter waren. Mooi was daarbij het legatospel in de begeleiding van de pianist. Daarna volgde er nog meer Duits repertoire met liederen van Brahms, die op hun beurt weer typisch ‘Brahmsiaans’ van karakter waren, dat wil zeggen met de voor deze componist zo kenmerkende donkere ondertoon. Wat dat laatste betreft, was het aardig dat het lied ‘Von ewiger Liebe’ opus 43 nr 1 ook letterlijk begon met het woord ‘dunkel’. Ik raakte tijdens het luisteren even de draad kwijt, omdat de teksten in het programmaboekje niet in dezelfde volgorde tijdens het concert klonken. Als je al luisterend meeleest, weet je op zulke momenten even niet wat er gezongen wordt. ‘Junge lieder’, opus 63 nr 6 was hartstochtelijk en in ‘Wie rafft’ich mich auf in der Nacht’ opus 32 nr 1 liet de zangeres het diepe register van haar mezzo klinken. Het eind van ‘Von ewiger Liebe’ was zeer krachtig. Als gezegd, het was interessant dat de musici van de drie componisten voor de pauze vooral minder bekende liederen gekozen hadden. Daardoor was er ook daar in zekere zin sprake van ‘onbekend’ repertorie.

Juweeltjes van Janácek
Thomas Beijer nam na de pauze kort het woord en vertelde dat Janácek de cyclus van 53 Moravische Volksliederenvan een pianobegeleiding voorzien had, ‘eenvoudig, maar niet simpel’, aldus de pianist. Er klonken 8 Volksliederen die stuk voor stuk kleine juweeltjes met elk hun eigen bekoring waren en die bepaald vaker tijdens liedrecitals zouden mogen klinken. Het ging om voornamelijk ingetogen muziek, waarbij het mooi was om te zien dat Kozelj er ook ingetogen bij stond, door naar beneden te kijken. Bij een lied als ‘Loučeni s milou’(Afscheid van mijn lief) leefde zij zich zichtbaar in. Bij Muzikanti (Muzikanten) was de muziek wat levendiger van karakter. In ‘Lavečka’ (Het bankje) deed de muziek aan een dagboek met terugblikken denken. Deze liederen pasten opvallend goed bij de stem van de zangeres die volledig in deze muziek volledig in haar element leek.

Spaans repertoire
Hetzelfde gold voor de Spaanse liederen waarmee dit recital afsloot. Het deed me genoegen om iemand te horen die een lans breekt voor de liederen van Mompou. Deze klinken maar hoogstzelden tijdens recitals (net zomin als zijn pianomuziek tijdens pianorecitals), terwijl het om prachtige, verstilde muziek gaat die indruk maakte door – alweer – een harmonische taal die met geen enkele andere te vergelijken is. Als er over Spaanse muziek al het cliché bestaat dat deze vaak ‘dramatisch’ van karakter is, dan is die van Mompou atypisch. In ‘Damunt de tu només les flors’ (Boven jou alleen de bloemen) bloeide de stem van Kozelj op. Het tweede lied, ‘Jo et pressentia com la mar’ was levendiger van sfeer, ook door de ‘golvende’ pianobegeleiding. Ten slotte klonken er vier liederen uit de ‘Seis canciones castellanas’ van Guridi-Bidaola. Ook hier leefde de zangeres zich in de teksten in, zo was haar voordracht in ‘No quiero tus avellanas’ (Ik wil jouw hazelnoten niet) heel beeldend. Haar timbre deed daar soms aan dat van de legendarische Teresa Berganza, ook een mezzosopraan, denken. Het lied ‘Cómo quieres que adivine’ (Hoe wil je dat ik het weet) leek veel op ‘Seguidilla murciana’ uit de Siete canciones populares van De Falla. Ook hier: prachtige muziek die vaker geprogrammeerd zou mogen (en moeten!) worden. Als toegift brachten beide musici ‘Daisies’van Rachmaninoff, dat de avond op nostalgische manier afsloot.
Willem Boone

Info:
https://www.edescheconcertzaal.nl/