Ook met de jonge talenten zit het bij festival van Janine Jansen helemaal goed

New Generation. Janine Jansen, viool; Rusian Talas, viool; Lilja Haatainen, vioo; Noga Shaham, altviool; Daniel Blendulf, cello; Jaemin Han, cello; Sunwook Kim, piano en Nikola Meeuwsen, piano. Slotconcert  2025: Strauss Metamorphosen. Sunwook Kim en Denis Kozhukhin piano; Bart Jansen en Martijn Boom slagwerk;   Janine Jansen en Clara-Jumi Kang viool; Timothy Ridout en Noga Shaham, altviool; Torleif Thedéen en Daniel Blendulf cello; Ying Lai Green contrabas. Gehoord: Tivoli Vredenburg, Utrecht, 30 december 2025

Door Willem Boone & Wenneke Savenije

 

Stromende Schumann

Het mooie van het Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht is dat programmeur en violiste Janine Jansen niet alleen muzikale vrienden uitnodigt, maar ook plek inruimt voor jong talent. Soms zijn dat musici aan wie zij op de Kronberg Akademie lesgegeven heeft. En voor sommigen van hen zijn de kwalificaties ‘jong talent’ of ‘nieuwe generatie’ inmiddels al bijna te weinig eer. Zo won Jaemin Hin de George Enescu-wedstrijd als jongste deelnemer ooit en de Nederlandse pianist Nikola Meeuwsen behoeft na zijn eerste prijs bij het Koningin Elisabeth Concours geen introductie meer. Ook de Finse slechts 14 jaar oude violiste Lilja Haatainen had al een paar keer laten horen dat zij een hoog niveau heeft. Het is een goede gedachte om hen samen te laten spelen met meer ervaren musici als Jansen zelf of pianist Sunwook Kim. Schumanns Pianokwintet ging energiek van start en het was hartverwarmend om te vooral Daniel Blendulf met zijn soli.

 

 

Na dit eerste deel volgde er al meteen applaus. In het tweede deel, In modo d’una marcia, un poco largamente, imponeerden vooral violist Ruslan Talas en altiste Noga Shaham. Pianist Nikola Meeuwsen stelde zich discreet op en droeg bij aan de dromerige sfeer van dit deel. Het Scherzo molto vivace werd in een niet al te snel tempo genomen, maar klonk toch levendig. Meeuwsen deed mooi recht aan de stijl van Schumann. Soms was zijn spel fel, zoals in het intermezzo van het derde deel. Op andere plekken klonk zijn bijdrage spannend, zoals in grommende motiefjes in de bassen van het laatste deel, Allegro ma non troppo. Wanneer nodig kan hij ook sturend optreden, bijvoorbeeld in de fuga van dit deel. Wat vooral overheerste was een gevoel van gelukzaligheid die deze muziek heel duidelijk in zich heeft. Het geeft het idee dat alles gaat stromen. Het eind was krachtig en het talrijke publiek liet duidelijk blijken dat het veel waardering voor deze vijf, overwegend jonge, musici had.

 

 

Smetana

Van een geheel andere orde was het – enige – Pianotrio van Smetana, waarbij Janine Jansen en Sunwook Kim optraden met de jonge, zeer talentvolle cellist Jaemin Han. Het was interessant om te horen dat er net als bij het openingsconcert een aantal pianisten achter elkaar op dezelfde vleugel speelden, terwijl deze toch steeds ‘anders’ leek te klinken. Sunwook Kim liet al eerder horen dat hij een helder, gearticuleerd toucher heeft. De stijl van het eerste deel, Moderato assai, was direct rapsodisch van aard en dat hoef je tegen een violiste als Jansen maar één keer te zeggen. Zij dook direct met huid en haar in de materie en daarbij bleven de cellist en pianist niet achter.

 

 

Hier streden drie musici om het hardst, wat overigens niet betekende dat ze altijd een hechte eenheid vormden. Het is bij een festival als dit bijna niet te voorkomen doordat er maar beperkt tijd is om te repeteren. Dit pianotrio was soms bijna orkestraal van allure en pianist Kim wist dat in goede banen te leiden.  Het tweede deel, Allegro ma non agitato, bood even rust na de hoogopgelopen gemoederen van het eerst deel. Hier liet Jansen fraai cantabilespel horen. In het laatste deel, Finale presto, laaide het vuur daarentegen weer hoog op. Het is eigenlijk een vreemd deel, want de onstuimige galop wordt meer dan eens onderbroken door lyrische intermezzi. De drie musici namen de laatste ‘spurt’ met verve, wat hen een verdiende ovatie van het publiek opleverde. (WB)

 

 

Indrukwekkende slotavond

Op het slotconcert van het Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht stonden drie werken geprogrammeerd die relatief zelden in de concertzaal te horen zijn: het neoklassieke Eerste pianokwintet uit 1952 van de Poolse componiste Grażyna Bacewicz (1909–1969), die na haar opleiding in Warschau bij Nadia Boulanger in Parijs studeerde, de spectaculaire Sonate voor twee piano’s en slagwerk (1937) van Béla Bartók en de expressief en aangrijpend mijmerende Metamorphosen (1945) van Richard Strauss. Nu niet direct ‘music for the millions’, zodat de Grote Zaal van Vredenburg niet helemaal vol zat, terwijl het vermoedelijk nu juist om een van de mooiste concerten van Janine Jansens festival ging. Violisten Boris Brovtsyn en Clara-Jumi Kang, altviolist Timothy Ridout, cellist Torleif Thedéen en pianist Denis Kozhukhin beten zich met overgave vast in de niet zo eenvoudige materie van Bacewicz’ Eerste Pianokwintet, opgetrokken in heldere structuren maar geladen met een bijna excessieve motorische energie, waarin asymmetrische fraseringen, scherpe accenten en folkloristische ritmes gecontrasteerd worden met melancholieke melodielijnen in de langzamere, meer lyrische passages. Vormdiscipline en expressieve kracht zijn de peilers van dit krachitge werk, waarin de vijf instrumenten gelijkwaardig zijn en boeiende dialogen met elkaar aangaan, waarbij de spanning op grimmige wijze wordt opgevoerd. Bacewicz houdt zich in dit vroege werk verre van romantische uitwijdingen, zodat het stuk een soort granieten kwaliteit bezit die door de spelers virtuoos en waarachtig over het voetlicht werd gebracht.

 

 

Grensoverschrijdende Bartók

Wat een origineel idee van Bartók om het slagwerk op te waarderen tot volwaardige tegenhanger van de piano’s in zijn Sonate voor twee piano’s en slagwerk. Bespeeld door twee slagwerkers, gebruikt hij o.a de pauken, xylofoon, kleine trom, grote trom, bekkens en tamtam als structureel element van zijn revolutionaire compositie, waarin ritme, timbre en toonhoogte van het slagwerk even belangrijk zijn als melodie en harmonie. De beide piano’s daarentegen laat Bartók op veel momenten vooral een ritmische en motorische rol spelen, soms bijna alsof het percussieinstrumenten zijn. Maar er zijn ook momenten van lyriek en transparantie, vaak met die ‘kosmische’ uitstraling die uniek is voor de op de Hongaarse volksmuziek gebaseerde muziek van Bartók. Niet alleen de pianisten, Sunwook Kim en Denis Kozhukhin, benadrukten in het donkere en explosieve openingsdeel het bijna rituele karakter van de muziek, ook slagwerkers Bart Jansen en Martijn Boom droegen structureel bij aan het duistere en bezwerende van de partituur met asymmetrische patronen en naar agressie neigende energie. In het Lento, ma non troppo draaide alles om de resonantie van de klank, kleur en mysterie. Beide piano’s voerden subtiele dialogen, terwijl met name de xylofoon het deel zijn bijzondere sfeer en karakter verleende. In het slotdeel barstte de primitieve energie weer los, waarbij de slagwerkers als aanjagers fungeerden om de piano’s woest en onstuimig te laten dansen in een onweerstaanbare, folkloristische flow, die het bijna onmogelijk maakte om je voeten niet mee te laten dansen.

 

 

Strauss

Maar het absolute hoogtepunt van de avond was wat mijzelf betreft de uitvoering van de Metamorphosen van Richard Strauss, een van de meest aangrijpende en persoonlijke werken uit de 20e-eeuwse muziekgeschiedenis. Het voor 23 solostrijkers – 10 violen, 5 altviolen, 5 celli en 3 contrabassen – gecomponeerde werk is geen symfonisch statement, maar veeleer intieme ‘kamermuziek’, die draait om rouw en afscheid. Strauss componeerde zijn Metamorphosen in de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog, terwijl grote delen van Duitsland in puin lagen. Met name de verwoesting van veel operahuizen en concertzalen — symbolen van de Duitse cultuur die de componist zo liefhad — raakte hem diep. Dat vond zijn weerklank in Metamorphosen, een werk dat niet zozeer politiek bedoeld was, maar meer als een klaagzang om te rouwen over het einde van een culturele wereld, een verval waarover Stefan Zweig al enkele jaren eerder had geschreven in zijn De wereld van gisteren (1942).

 

 

Op het Janine Jansen Festival klonken de Metamorphosen van Strauss in een bewerking voor zeven strijkers, gespeeld door violisten Janine Jansen en Clara-Jumi Kang, altviolisten Timothy Ridout en Noga Shaham, cellisten Torleif Thedéen en Daniel Blendulf en contrabassist Ying Lai Green. Deze kundig uitgedunde versie deed weinig of niets af aan de hartverscheurende zeggingskracht van Strauss’ ‘reflectie op de meest vreselijke periode in de geschiedenis van de mensheid’, een boodschap die helaas in onze tijd – waarin oorlogen over de wereld razen, die niet alleen mensen maar ook culturen vernietigen – zo mogelijk nóg indringender van toepassing is. Onder de bewogen leiding van Janine Jansen bouwden de musici de langzaam voortschrijdende muziek heel subtiel en intogen op, waabij ze zich verre hielden van theatrale effecten. Juist daardoor kwam de focus volledig te liggen op de langzame gedaanteverwisseling van de motieven, de vloeiend in elkaar overlopende lijnen en het eindeloos voortschrijden van de tijd en de ontwikkelingen daarin.

 

 

De voortdurende muzikale transformatie die Strauss in bloedstollende klanken, polyfone melodiestromen en aangrijpende harmonieën wist te vatten, kreeg daarmee een onontkoombaar en fatalistisch karakter. Aan het slot klonk een citaat uit de treurmars van Beethovens Eroica symfonie op, waarmee Strauss suggereerde dat niet alleen de gebouwen maar ook de idealen van de Europese cultuur vernietigd waren. De musici speelden het werk met zoveel inlevingsvermogen, sereniteit, droefgeestigheid, intensiteit en bezieling, dat het wel twee minuten doodstil bleef nadat de laatste noot geklonken had. (WS)

 

 Janine Jansen met de vrijwilligers van het festival

 

 

Info:

https://kamermuziekfestival.nl

 

You May Also Like

NBE laat Amsterdam ademen op Nieuwjaarsconcert 2026

Yannick Nézet-Séguin aanwinst voor het Weens Nieuwjaarsconcert

Voorbij de Grenzen

Kozelj en Beijer brengen veelkleurig liedprogramma