Pianiste Reinild Mees op de bres voor het complete liedrepertoire van Joseph Marx

Joris van Rijn, Reinild Mees en Katharine Dain (in ‘Du bist der Garten’ van Joseph Marx)

Katharine Dain, sopraan, Mitch Raemaekers, tenor en Reinild Mees, piano. Werken van: Joseph Marx (diverse liederen) Gehoord: 15 oktober 2026, Amstelkerk, Amsterdam.

Door Willem Boone

Schatgraver

Pianiste Reinild Mees mag met recht een ‘muzikale schatgraver’ genoemd worden. Zij wierp zich eerder als muzikale pleitbezorger voor de complete liederen van Szymanowski op, naast projecten gewijd aan onder anderen Schreker, Respighi en Korngold. Nu fungeert ze als stuwende kracht achter een nieuw project dat de cd-uitgave van de complete liederen van de Oostenrijkse componist Joseph Marx behelst. Een aantal daarvan is zelfs nog nooit uitgevoerd en opgenomen.

 

 

De eerste dubbel-CD in deze reeks werd tijdens een bijeenkomst op 15 oktober gepresenteerd. Max Oosterhuis van de Stichting 20ste eeuwse Lied, memoreerde in zijn inleiding dat ‘het project een tijd geduurd heeft en dat er soms aanpassingen nodig geweest waren.’ Daarbij vertelde hij het grappige verhaal dat er voor de opnames in een kerk, net over de Belgische grens, een weekend gereserveerd was. De eigenaar van het onderkomen waar de artiesten ondergebracht waren, belde op met de vraag of men wil zeker wist ‘dat het om dat bepaalde weekend ging.’ Er bleek namelijk rond de kerk een kermis gehouden te worden, waardoor het uiteraard onmogelijk was om opnames te maken.

 

Openingswoord door Max Oosterhuis, voorzitter van St. 20ste-eeuwse Lied

 

Volgzaam in de goede zin des woords

De avond van het presentatieconcert waren er ook een paar aanpassingen nodig. Een van de artiesten, tenor Mitch Raemaekers, was weliswaar aanwezig, maar nog herstellende van een keelontsteking, waardoor hij minder liederen voor zijn rekening kon nemen. Sopraan Katherine Dain had daardoor een groter aandeel. Zij liet direct bij het eerste lied, Selige Nacht, een heldere dictie horen.  Met name de partij van de zanger was af en toe behoorlijk heftig, die van de piano veel minder. Reinild Mees begeleidde steeds op uiterst volgzame (in de goede zin van het woord!) en attente manier. Het tweede lied, Geständnis, dat qua stijl enigszins aan de liederen van Richard Strauss deed denken, was een voorbeeld van een lied dat zijn eerste uitvoering beleefde. Tenor Mitch Raemaekers viel op door zijn ‘beschaafde’ timbre en net als de sopraan had ook hij een heldere dictie. Het was opmerkelijk dat hij het lied met de titel ‘Die Sängerin’ voor zijn rekening nam. Bij het lied ‘Die Dunkele Sehnsucht’ viel op dat de muziek vaak ook donker van karakter is. Er waren wederom heftige uithalen in de zang te horen, terwijl de pianopartij overwegend beschouwend bleef. Bij het lied ‘Du bist der Garten’ speelde violist Joris van Rijn mee en zijn rol voegde werkelijk iets aan de muziek toe.

 

Mitch Raemaekers, tenor

 

Leo Samama over Marx

Daarna was het woord aan musicoloog Leo Samama, die een kort, maar belangwekkend verhaal over de componist Joseph Marx hield. Hij begon met de mededeling dat diens achternaam zo’n vijftig jaar geleden vrijwel overal, behalve in Oostenrijk, geassocieerd zou worden met Karl Marx. Hij begon niet per se als componist, maar leek eerder af te stevenen op een carrière in de wetenschap. Zo schreef hij aan de universiteit een dissertatie over toonsystemen. Toen hij echter halverwege de twintig was, wist zijn toekomstige echtgenote, Anna Hansa, hem toch te inspireren tot het schrijven van liederen. Hij schreef er maar liefst zo’n 150, waarbij nog veel te ontdekken valt. Vele hiervan moeten nog verspreid worden.

 

Leo Samama

In Graz en Wenen waren net voor 1914 componisten als Schönberg, Berg, Webern, Zemlinsky en Schmidt belangrijk, terwijl Marx tot de ‘tweede garnituur’ behoorde. Voor de periode tussen 1900 en 1914 is er sprake van een link tussen enerzijds de beeldende kunst (schilderkunst, maar ook architectuur) en anderzijds de literatuur.

 

 

Secession

De verbindende factor wordt ‘Fin-de-siècle’ genoemd. In Duitse landen spreekt men van Jugendstil, in sommige kringen van symbolisme, in Frankrijk van ‘Art Nouveau’ en in Oostenrijk van ‘Secession.’ Officieel was de Wiener Secession een vereniging van kunstenaars met Gustav Klimt en ‘kornuiten’, opgericht in 1897, maar al snel werd het ook een begrip voor een weelderige vormgeving met bloemmotieven (zoals de Art Nouveau). Juist die weelderige, ranke figuren horen we ook bij Marx, de jonge Franz Schmidt en meer generatiegenoten rond 1900-1914. De muziek in deze hoek is romantisch expressief en niet expressionistisch zoals de modernen (Schönberg c.s). De stijl van componisten als Wagner en Reger is niet ver weg. In de muziek van Marx zijn het omspelen van woorden, lijnen, harmonieën en bewegingen belangrijk. Bovendien zochten de Secessionisten naar mogelijkheden om de verschillende kunsten met elkaar te verbinden. Zo was Klimt altijd zeer met muziek bezig, Marx als componist met de eigentijdse dichters en het gebouw van de Wiener Secession bij de Naschmarkt is een kunstwerk op zich.  ‘Secession’ is buiten Oostenrijk minder een begrip.

 

Marx met zijn muze Anna Hansa

 

De muziek van Marx heeft een specifieke stijl, maar bij ‘Secession’ geldt hetzelfde als voor het impressionisme in Frankrijk: het mag eigenlijk niet voor muziek gebruikt worden. Reinild Mees zei na afloop dat je bij de muziek van Marx mag wegdromen: ‘Het is een gevoelswereld waar je je aan over moet geven. Ik ben een beetje een dromer en deze muziek is net als die van Szymanovsky en Korngold een niche.’ Ze vertelde dat de muziek van Marx dramatisch kan zijn, zoals die van Korngold. Hij borduurde verder op de stijl van Richard Strauss en Wolf. Net als laatstgenoemde schreef ook hij een Italienisches Liederbuch dat later opgenomen zal worden. Bij hem is het ene lied geheel anders dan het andere, je kan niet zeggen: ‘Dit is typisch de muziek van Marx!’

 

Katharine Dain en Reinild Mees

 

Strauss als toegift

Nadat de eerste CD’s aan Stefan Esser, componist en vice-president van de Joseph Marx Gesellschaft, en Reinild Mees aangeboden waren, dankte de pianiste iedereen die deze uitgave mogelijk gemaakt had. Ze vertelde over de nodige hobbels die ze had moeten nemen, zoals onleesbare manuscripten en de zoektocht naar zangers die deze onbekende muziek wilden uitvoeren. Ze sprak de hoop uit dat deze muziek nog vaak te horen mag zijn en beschouwt dit als haar persoonlijke missie.  Er volgde nog een toegift: ditmaal geen muziek van Marx, maar van Richard Strauss: ‘zijn mooiste lied: ‘Morgen’, dat ik niet zonder tranen kan spelen.’ Ze vertelde dat violist Joris van Rijn dit bij het afscheidsconcert van Bernard Haitink gespeeld had in een bewerking uit 1917, die waarschijnlijk van Richard Strauss zelf afkomstig is. Het zorgde voor een intiem moment en een serene afsluiting van de bijeenkomst.

Willem Boone

 

 

Info CD:

Joseph Marx: complete songs for voice and piano volume 1, Katharine Dain, sopraan, Mitch Raemaekers, tenor en Reinild Mees, piano. Cobra Records 0102.

You May Also Like

Wang realiseert huzarenstukje met beide Brahms-concerten op een avond

Florence: Magistrale, rauwe Wozzeck bij Maggio Musicale*

Vivaldi’s La costanza trionfante in Modena*

Drie delicate duo’s bij het intiemste jazzfestival in Leiden