Quirine Viersen en Thomas Beijer houden overtuigend pleidooi voor onbekende Saint-Saëns

Quirine Viersen, cello en Thomas Beijer, piano. Werken van: Saint-Saëns: Sonate nr 1 in c, opus 32, Beethoven: Sonate in f opus 5 nr 1 en Brahms: Sonate nr 1 in e opus 38. Gehoord: 10 oktober 2026, Edesche Concertzaal.

Door Willem Boone

 

Voor cello mogen er dan minder sonates geschreven zijn dan voor viool en zeker voor piano, toch zijn er naast de bekende stukken van Beethoven, Brahms, Sjostakovitsj, Rachmaninoff en Debussy nog tal van andere interessante Cellosonates die je om onbekende redenen zelden hoort. Zo hoorde ik enkele dagen eerder tijdens het Kamermuziekfestival Schiermonnikoog de Tweede cellosonate van Mendelssohn, een uiterst dankbaar en virtuoos stuk dat vrijwel nooit klinkt in concertzalen.

 

 

Saint-Saëns

Hetzelfde lot is de Eerste cellosonate van Saint-Saëns beschoren. Het is al even virtuoos voor beide musici geschreven en als altijd weet deze componist dit te paren aan elegantie en welluidendheid. Thomas Beijer richtte zich na binnenkomst kort tot het publiek om het programma toe te lichten. Hij memoreerde daarbij dat hij samen met celliste Quirine Viersen drie ‘eerstelingen’ (dat wil zeggen: drie eerste Cellosonates in het oeuvre van de betreffende componisten) geprogrammeerd had, waarbij zeker Saint-Saëns en Brahms al het nodige geschreven hadden, voor ze zich aan deze vorm van kamermuziek waagden. Bij Beethoven ging het om een vroeger werk, waarbij hij niettemin al geheel zijn eigen unieke stijl gevonden had. Over Saint-Saëns vertelde hij dat deze zeker in het eerste deel, Allegro, schatplichtig aan Beethoven was. Dat was terug te vinden in de toonsoort van c-klein (die van Beethovens Derde pianoconcert en Vijfde symfonie) en in de samengebalde energie van dit deel, waarbij alles uit een kernachtig eerste motief opgebouwd werd. Over het laatste deel, Allegro moderato,zei Beijer dat Saint-Saëns dit herschreven had nadat diens moeder het aanvankelijk gecomponeerde deel ‘waardeloos’ genoemd had.

 

 

Met hartstocht

Quirine Viersen stortte zich meteen met hartstocht op de muziek en Beijer deed hetzelfde met de virtuoze pianopartij. Zij wisten een goede balans te vinden, waarbij de piano de cello niet overstemde. Vooral het tweede deel, Andante tranquillo sostenuto,  is een juweeltje. Het doet meer als een scherzo dan als een andante aan. Kostelijk zijn vooral de ‘trippelende’ staccati op de piano en ook hierin is de spirituele hand van de Franse componist hoorbaar. Viersen liet haar cello zingen en ontwikkelde zo een mooie dialoog met de pianist. Interessant is ook wat de componist doet bij de reprise van het thema (dat vaag aan muziek van Brahms doet denken): hier draait hij de rollen om en laat hij de piano het thema spelen en de cello met staccati begeleiden. Indrukwekkend was de uitvoering van het laatste deel, dat op een wervelende tarantella leek. Beide musici speelden met stuwende kracht en deden recht aan de voorwaartse energie van dit deel. Zij lieten horen volledig boven de materie te staan en hielden op die manier een overtuigend pleidooi voor dit ten onrechte onbekende werk, dat het bijzonder goed doet bij cello/pianorecitals!

 

 

Beethoven

Beijer noemde de stijl van de jonge Beethoven ‘doldriest’ en schreef dat onder andere toe aan verrassingseffecten in dynamiek, naast onverwachte modulaties. Dat mag allemaal zo zijn, maar het maakt deze componist tot de gigant die hij is. Het blijft verbazingwekkend hoe hij uit een ogenschijnlijk weinig bijzonder motief iets groots weet te bouwen en hoe zijn muziek steeds een toonbeeld van samengebalde energie vormt. Daarbij verliest hij nooit de lyriek of gevoeligheid die recht tot het hart spreekt uit het oog.

Al deze elementen zijn al helemaal aanwezig in deze vroeger Eerste cellosonate aanwezig, die al als ‘echte’ Beethoven klinkt en nauwelijks invloeden van Haydn of Mozart verraadt. Daar waar hij zijn vioolsonates publiceerde met de aanduiding ‘Sonates voor piano en viool’ is mij niet onbekend of hij hetzelfde deed bij de Sonates opus 5. Ik zou me kunnen voorstellen van wel, aangezien de piano daarbij een dominante partij heeft. Beethoven was weliswaar de eerste componist die de cello als volledig geëmancipeerde partner van de piano behandelde, maar dat was vooral vanaf de derde sonate (opus 69). Het zorgde er mogelijk voor dat bepaalde forte-uithalen van Beijer soms fel waren, maar er was ook ruimte – zeker in het inleidende Adagio sostenuto voor zangerigheid. In het afsluitende allegro vivaceliet Viersen horen dat zij tegen haar partner opgewassen was en wedijverden beide musici om het hardst.

Op het programma stond ten onrechte het Grave van Lutoslwski vermeld en dat werd dan ook niet uitgevoerd. In plaats daarvan speelden de musici het korte derde deel, largo uit de cellosonate van Chopin dat innig uitgevoerd werd. De celliste liet haar instrument hier bijna ‘vocaal’ klinken en dat werd door de pianist met mooi ingehouden spel beantwoord.

 

 

Brahms

Als laatste stond een ander repertoirestuk, de Eerste cellosonate van Brahms op het programma. Beijer had hierover verteld dat vooral het eerste deel elegisch van aard was: de componist schreef dit kort na de dood van zijn moeder. De toon is hier inderdaad donker en ernstig. Viersen speelde het met een forsere toon dan zij tot dat moment in Saint-Saëns en Beethoven had laten horen. De manier waarop zij de pianist muzikaal weerwoord gaf, was imposant. Mooi was daarnaast het tempo dat een ‘echt’ allegro ma non troppo was. Het tweede deel, allegretto quasi menuetto,  was een toonbeeld van charme en warmte. Het slotdeel, Allegro, dat doet denken aan de strenge opzet van een fuga van Bach, werd met intensiteit uitgevoerd. Beide musici speelden op gedecideerde wijze.

Als toegift volgde nog de Valse sentimentale van Tchaikofsky, waarbij Viersen een laatste keer haar instrument voluit liet zingen. Hopelijk komen deze musici een volgende keer opnieuw met deels onbekend repertoire, zoals bijvoorbeeld de Tweede cellosonate van Saint Saëns of een van de twee Cellosonates van Mendelssohn!

Willem Boone

 

Info:

https://www.edescheconcertzaal.nl

You May Also Like

Cherry Town van Sjostakovitsj bij de Nationale Opera: uitstekende ingrediënten in een matig recept

Noise Cancellation & meesterpianist Krystian Zimerman*

Pagliacci in Venetië geremd door afstandelijke regie*

Figaro in Rome weet Mozarts genie niet te ontsluiten