Vivaldi’s La costanza trionfante in Modena*

Antonio Vivaldi – La costanza trionfante. Orchestra Barocca Modo Antiquo o.l.v. Federico Maria Sardelli. Valeria La Grotta (sopraan), Cecilia Molinari (mezzo-sopraan), Mauro Borgioni (bariton). Regie: Marco Bellussi. Gehoord: 25 september 2026, Teatro Comunale, Modena* Verlate publicatie van deze recensie door omstandigheden.
Door Peter Schlamilch
Van de 94 werken die Antonio Vivaldi in een brief van 2 januari 1739 trots verklaarde te hebben gecomponeerd, is vandaag nog maar ongeveer een kwart bekend, die bovendien bijna allemaal lacunes hebben van verschillende omvang – slechts negen werken zijn ons in een grotendeels integrale vorm bekend. De meerderheid van de Vivaldiaanse operaproductie is dan ook verloren gegaan: dit zijn werken waarvan wij met zekerheid het bestaan en de voorstelling kennen, maar waarvan alleen het libretto of enkele losse aria’s overblijven.

Hopeloos verliefd
Een van deze werken, nu bijna vergeten, heeft dirigent Federico Maria Sardelli – een van de ‘belangrijkste hoofdrolspelers van de wedergeboorte van het huidige Vivaldiaanse muziektheater’ – proberen te reconstrueren, met als doel zoveel mogelijk delen te traceren – verspreid in afzonderlijke manuscripten, pasticcio’s en vaak onvolledige of perifere bronnen. Het werk in kwestie is De triomfantelijke standvastigheid van liefde en haat, RV 706-A, waarvan alle overlevende muziek nu voor het eerst op het toneel werd gepresenteerd – in semi-scènische vorm op de openingsavond van het Modena Belcanto Festival. Het werd een voorstelling van zo’n anderhalf uur (waarschijnlijk de helft van de originele opera), waarin een verteller (de dirigent, trouwens) de inhoud van de niet teruggevonden delen reciteert – een soort ‘concert-verhaal’, zoals het programmaboekje het noemt. De verloren delen van het werk herleeft aldus in korte, narratieve interventies tussen de aria’s, waarbij de luisteraar ‘naar het hart van het drama wordt geleid en de ontwikkeling van het verhaal volledig begrijpelijk wordt.’ Dat laatste was maar ten dele het geval, want het ingewikkelde verhaal speelt zich af in de 2e eeuw voor Christus in en rond Artaxata, de hoofdstad van Armenië, als koning Artabano koning Tigrane van Armenië heeft overwonnen en koningin Doriclea (de vrouw van Tigrane) ontvoert en hopeloos verliefd op haar raakt. De titel van de opera slaat op de uiteindelijke trouw en standvastigheid van de protagonisten te midden van oorlog en passie.

Rijke, dragende orkestklank
Zoals muziekjournalist Aart van der Wal nog maar enkele maanden geleden schreef heeft de keuze voor de compacte vorm onvermijdelijk gevolgen voor de dramatische continuïteit: ‘Waar het oorspronkelijke werk een groots opgezet geheel moet zijn geweest met een uitgebreide cast van personages, blijft het in zo’n reconstructie beperkt tot een opeenvolging van aria’s naast enkele ensemble- of koorpassages zonder dramatische samenhang, en [is] daarmee ver verwijderd van een volledig uitgewerkt toneeldrama. Door het ontbreken van de oorspronkelijke theatrale spanningsopbouw verschuift het beeld noodzakelijkerwijs naar individuele aria’s en muzikale momenten in plaats van een doorlopend operaverhaal.’ En zo was het precies, wat niet wil zeggen dat de voorstelling daarom niet voldeed, integendeel zelfs: de semi-scènische regie van Marco Bellussi zorgde voor een mooi en vindingrijk toneelbeeld, hoewel eerder esthetisch dan dramatisch, en het lichtontwerp van Andrea Ricci was uiterst sfeervol – het was voor de liefhebbers natuurlijk sowieso een bijzondere gebeurtenis deze compositie voor het eerst op het toneel te horen. Bovendien werd er uitstekend gezongen en was het Orchestra Barocca Modo Antiquo, dat onder leiding stond van zijn oprichter, de Italiaanse dirigent, fluitist en musicoloog Federico Maria Sardelli, heerlijk op dreef: het speelde mooi, pittig, gelijk en zuiver, en dirigent Sardelli wist een mooie, organische eenheid in Vivaldi’s opera te brengen, die, zoals gezegd, slechts uit fragmenten bestond. De 12 strijkers en clavecinist werden niet bijgestaan door hout, koper of slagwerk, maar door de toch intieme acoustiek van het prachtige Teatro Comunale Pavarotti-Freni ontstond een rijke, dragende orkestklank.

Grilliger in dynamiek
Dirigent Federico Maria Sardelli nam zijn versie een paar maanden geleden nog op voor het label Passacaille met vier zangsolisten, waarvan hij de beide dames had meegenomen en aangevuld met de Italiaanse bariton Mauro Borgioni, die met zijn zeer fraaie en flexibele stem ook de tenorpartijen voor zijn rekening nam – sowieso zong iedereen veel verschillende rollen, hetgeen de navolgbaarheid niet bepaald ten goede kwam. Maar te genieten was er dus genoeg, want alle zangers waren uitstekend en zeer doorgewinterd in Vivaldi’s idioom: Valeria La Grotta (sopraan) zong warm en met donkere kleuren, heerlijk om naar te luisteren, hoewel ze nog wat vrijer en losser mag worden. Mezzo-sopraan Cecilia Molinari was zeer expressief, speelde mooi en heeft een schitterend, warm maar tegelijk open geluid met heel gelijkmatige registers. Vivaldi geeft haar klagende teksten toch vaak vrolijke muziek mee (een bekend gebruik in de barok, waarin aria’s vaak hergebruikt werden met andere, niet oorspronkelijk voor die muziek bedoelde, teksten), maar Molinari wist ze toch steeds gevoelvol te laden – heel mooi, hoewel ze soms nog grilliger in dynamiek en expressie mocht zijn. De mooiste, meest dramatische muziek kreeg Mauro Borgioni, die er dankbaar gebruik van maakte en zo de voorstelling dynamiek en vaart meegaf.

Dissonante wraakaria
Het orkest is duidelijk goed getraind in deze muziek, en heeft een mooie, ronde barokstijl zonder allerlei overbodige voorhoudingen of snijdende vioolgeluiden, en Vivaldi’s noten zijn bij vlagen heel boeiend (ouverture), maar af en toe ook best matig, zoals in sommige aria’s, waarin dirigent Sardelli misschien nog wat meer diepte en dramatiek had kunnen aanbrengen. In heftige delen, zoals de schitterende, dissonante wraakaria La vendetta, is hij op zijn best (geholpen door de explosief zingende bariton), en zijn kleine, felle gebaren zijn effectief (hoewel hij soms ook wat grootser en lyrischer had mogen zijn), net als de leuke regie, die echter soms wat statisch bleef. Maar al met al een mooie en dappere geste van het Modena Belcanto Festival, dat dit jaar voor de derde keer plaatsvond, en zich tot doel stelt Modena’s rijke operatraditie en de kunst van het belcanto te koesteren, te vernieuwen en internationaal uit te dragen. Daarbij zijn talentontwikkeling en educatie de pijlers, bijvoorbeeld in de vele masterclasses met grote docenten, in de traditie van de legendarische sopraan Raina Kabaivanska, die er al 15 jaar lesgeeft. Ook de erfenis van de beroemde stadsgenoten Mirella Freni en Luciano Pavarotti wordt gekoesterd, net als de klassieke Italiaanse operatraditie.
Het festival duurt nog tot 12 november 2026.
Peter Schlamilch

Meer info La costanza trionfante: teatrocomunalemodena.it
Meer info La costanza trionfante: comune.modena.it