Voorbij de Grenzen
Net zoals er in het ondermaanse niet slechts een waarheid bestaat, zo roept muziek niet bij iedere verstaander dezelfde ervaringen op. Wie leeft met en voor de muziek, zoals mezzosopraan Ekaterina Levental, kan veel vertellen. En precies dat deed ze gisteren in het Theater In Castellum in Alphen aan den Rijn tijdens de voorstelling Voorbij de Grenzen.
Bijgestaan door pianist Frank Peters, voerde ze flashbacks uit haar eigen leven ten tonele in de context van vocaal werk van Tchaikovsky, Rachmaninoff en Medtner. Regie en dramaturgie waren in handen van David Prins.
Het is een verhaal dat het verdient om gehoord te worden vanwege de lessen die eruit te trekken zijn – zowel menselijk, als maatschappelijk en last but not least ook muzikaal. Want het toont hoe betoverend en aangrijpend muziek, al naar gelang de belichting, van kleur en intensiteit kan verschieten.
De voorstelling opende in de omarming van een half verlamde grootvader – die zijn kleindochter liefkozend wiegt in zijn eigen nog onvervulde droom – en eindigt met haar ‘thuiskomst’ in de liedkunst van Nicolas Medtner. Niet dat we uitsluitend Medtners muziek te horen kregen. In tegendeel. Ook liederen van Tchaikovsky en Rachmaninoff kwamen ruimschoots aan bod. Tchaikovsky’s Wiegelied ontroerde meteen aan het begin van het programma. Terwijl na de pauze zijn ten doem gewijde ‘Waarom?’ zozeer aan de ziel knaagde dat je er schrap voor moest gaan zitten.
Daarmee is evenzoveel gezegd over de meeslependheid van Leventals verhaal en deze totaalvertolking, als over de hypnotische eenduidigheid van Tchaikovsky’s noten. Rachmaninoff en Medtner zijn daarin heel anders. Ze spiegelen zich verschillend in andere contexten. Zo kon ineens een onvermoede verlatenheid opstaan in Rachmaninoffs liefdeslied ‘Z’dyes khorosho (het is hier prachtig)’ nadat de zangeres ons verteld had over de onverwachte dood van ‘vader Sasha’. Het deed pijn en tegelijkertijd ontlook de onverklaarbare schoonheid van de natuur uit deze eenzaamheid: ‘Hier zijn geen mensen… Hier heerst stilte… Hier ben ik alleen met God. Met Hem, met de oude dennenbomen en met jou, mijn droom.’
Dit was zeker niet het enige lied van Rachmaninoff waarin de zangeres excelleerde. Ik denk zelfs zeker te weten dat de componist totaal verrukt zou zijn geweest over de transcriptie van het lied ‘Siren’ (Seringen) waarbij ze zichzelf op harp begeleidde.
Het was echter pianist Frank Peters die Ekaterina Levental op het spoor van Nicolas Medtner bracht. In deze voorstelling legde hij voor haar de rode loper uit. Terwijl onder zijn handen soms een heuse winterstorm raasde, stuurde hij haar kalm en vastberaden door Medtners verraderlijk complexe muziek. En zo toonde hij zich – in elk geval in de muziek – als de ridder, die de zangeres toegaf in het ware leven nog niet te hebben ontmoet.
Na een triomfantelijk slot met – hoe kon het anders – een lied van Medtner, barstte een welverdiende ovatie los. Ekaterina Levental beantwoordde deze met het kinderliedje over de stripfiguur Cheburashka. Ze voorzag het echter van een prangende toelichting vooraf, waardoor een onopgeloste leidtoon door dit slotakkoord bleef klinken.
We waren terug bij het begin en bij de droom van grootvader. Een droom kun je koesteren. Soms kun je hem zelfs wekken. Je kunt hem najagen en in vervulling laten gaan. Maar in werkelijkheid zal er altijd ergens een scherf blijven steken. Want wie het leven wil omhelzen, omhelst ook het onvolkomene.
Elger Niels
Herhalingen van deze voorstelling zijn gepland op 13 februari in De Lawei, Drachten; 28 februari in het Energiehuis, Dordrecht; 18 april in Musis, Arnhem; op 7 mei in Cool kunst en cultuur, Heerhugowaard en op 10 mei, in de Hanzehof, Zutphen.