Wang realiseert huzarenstukje met beide Brahms-concerten op een avond

Yuja Wang, piano, Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Tarmo Peltokoski. Werken van: Brahms: Eerste en Tweede Pianoconcert. Gehoord: 16 oktober 2026, De Doelen, Rotterdam.
Door Willem Boone
Een kwestie van libido?
Onder de bekende pianoconcerten nemen de twee van Brahms een aparte plaats in. Ze zijn symfonisch van opzet, behoren tot de langste in het repertoire en geven een solist niet primair de gelegenheid om te schitteren. De pianist fungeert als primus inter pares en hoewel deze stukken technisch zeer veeleisend zijn, hoor en zie (tenzij je ze echt heel goed kent!) je dat er niet direct aan af. Een van deze composities tijdens een concert spelen is al een zware fysieke opgave, beide achter elkaar uitvoeren is iets wat maar heel weinig pianisten aandurven. Arrau, Ashkenazy en Freire hebben het gedaan en zij hadden daarvoor de vereiste superlatieve techniek en de ‘adem’ om in lange lijnen te denken. Ik hoorde een keer de Duitse pianist Michael Korstick dit huzarenstukje live uitvoeren. Hij speelde toen een uitstekend Eerste Pianoconcert, maar bij het Tweede Pianoconcert was te horen dat hij fysiek moe begon te worden, wat volstrekt begrijpelijk is. Er zijn trouwens maar weinig vrouwen die deze Pianoconcerten spelen. Dat kan niet met technische eisen te maken hebben, want velen doen niet voor hun mannelijke collega’s onder. Misschien is het een kwestie van libido, zoals Martha Argerich (die deze concerten – helaas – nooit uitgevoerd heeft!) ooit opperde. In elk geval schieten mij maar weinig namen te binnen, voor nummer 1 waren dat Bella Davidovich en Elisso Virsaladze, voor nummer 2 Gina Bachauer en Myra Hess.

Uitzonderlijke prestatie
De Chinese sterpianiste Yuja Wang houdt zich in dat selecte gezelschap uitstekend staande. Zeggen dat zij ‘een uitstekende pianiste met een fenomenale techniek’ is, doet bijna als een understatement aan. Zij is tegen vrijwel alle eisen opgewassen en lijkt op haar 39e al alle uitdagingen qua repertoire en techniek opgepakt te hebben. Zij beschikt niet over een uitgesproken grote toon, maar weet haar momenten te pakken, wanneer het gaat om vurige climaxen of octavenpassages. Daarnaast is zij goed in staat om haar energie te doseren – mede dankzij de afwezigheid van ieder overbodig en afleidend gebaar! -, zodanig dat het spelen haar ogenschijnlijk geen enkele moeite lijkt te kosten. Ik hoorde haar de hele avond geen enkele misslag spelen. Niet dat dat erg geweest zou zijn, maar het geeft eens te meer aan hoe bijzonder haar prestatie was. En laat het duidelijk zijn: twee van zulke zware concerten achter elkaar spelen met een relatief korte pauze is een uitzonderlijke prestatie. Wang schrikt daar sowieso niet voor terug, want eerder speelde zijn in New York tijdens hetzelfde concert alle vier de Pianoconcerten en de Paganini-rapsodie van Rachmaninoff. Je zou je bij dat laatste kunnen afvragen of het behalve de muziek ook niet een klein beetje om een fysieke uitdaging met een zeker ‘show’element ging. Binnenkort zal zij tijdens een tournee in Azië met het Mahler Chamber Orchestra beide concerten als solist en dirigent spelen. Daarbij vraag ik mij inderdaad af wat deze dubbelrol kan toevoegen, want bij zo’n veeleisende pianopartij heb je nauwelijks een hand vrij om te dirigeren. Daarnaast staan er op YouTube films van Wang in een dubbelrol in Tchaikovski’s Eerste Pianoconcert waarbij ze niet echt de indruk wekt een capabele dirigent te zijn…

Eerste Pianoconcert
Van een dubbelrol was dit keer geen sprake. Haar uitvoering van het Eerste Pianoconcert liet bij mij wat gemengde indrukken achter. Als gezegd, zij is zeer wel in staat om in het Maestoso en Rondo ma non troppo haar momenten te pakken in vurige octavenpassages in de doorwerking en het slot. Wat mij betreft overtuigde ze vooral in de ‘ruige’ kanten, die er in het Eerste deel volop zijn, ook al benadrukte zij daarbij niet heel sterk het dramatische karakter van de muziek. Maar er zijn ook veel poëtische momenten van grote tederheid en typisch Brahmsiaanse warmte. En daar was haar spel onnadrukkelijk, om niet te zeggen vlak. Dat viel vooral bij het Adagio op. Dit deel werd door het orkest en een geïnspireerde Peltokoski fraai ingezet, met mooie blazers. Het orkest speelde fluisterzacht en zette de toon voor een aangrijpend Adagio. Wang speelde helaas niet met dezelfde tederheid. Haar spel was ingehouden en zij leek bovendien een sneller tempo aan te nemen dan het orkest. In ditzelfde deel bevindt zich ook een culminatiepunt en daar was ze net als in de hoekdelen overtuigend. In het Rondo hervond zij de ‘ruige’ Brahms en ook hier bleef zij de muziek in technisch opzicht niets verschuldigd. Opvallend was dat zij in de vurige coda versnelde, terwijl dit niet voorgeschreven staat. Het zeer talrijke publiek gaf haar een grote ovatie.

Tweede pianoconcert
De inzet van Wang van het Allegro non troppo was stevig. Het leek alsof ze eerder meer dan minder energie had, terwijl zij er toch al een ‘heel’ concert op had zitten. Het leek er ook op dat zij meer met dit concert dan met nr 1 had. De toon in nr 2 is lichter, maar het is van vergelijkbare symfonische proporties. Opvallend was het gemak waarmee zij de zeer lastige technische hordes nam die van een pianist bijna onmogelijke handposities vragen. Een ander probleem is dat de pianist soms met de handen ver uit elkaar moet spelen, zodanig zelfs, dat hij/zij niet beide handen met zijn ogen kan overzien. Dit kan, zeker in snelle tempi, tot misslagen leiden. In het Allegro appassionato was Wang er niet op uit om de muziek zo verbeten mogelijk te laten klinken. Bij sommige mannelijke collega’s kan dit deel wel eens grimmig overkomen. Peltokoski liet het orkest voluit spelen, daar waar Wang soms wat bedeesd klonk. De beruchte passage in dubbeloctaven klonk onder haar handen niet erg helder.

De solocellist (in het programma niet met naam genoemd, maar vermoedelijk was het Emanuele Silvestri) speelde een prachtige solo. Hier viel mij hetzelfde als bij nr 1 op: als Wang pianissimo speelt, mist haar toon kern en lijkt het alsof zij voor zichzelf speelt. Dat is spijtig, zeker in de tedere, laatste minuten van dit deel, waarbij de klarinetten mooi begeleidden. Het laatste deel, Allegretto grazioso, klonk mij net iets te frivool en te weinig gracieus. De soliste liet mij iets te weinig de muziek uitzingen. Ook hier volgde een ovationeel applaus dat Wang en Peltokoski aan de vleugel beloonden met een vierhandige toegift: een Hongaarse dans van Brahms.
Ondanks mijn bedenkingen bij met name haar spel in langzame, tedere passages past er groot respect voor Wang. Zij leverde mentaal en fysiek een zware prestatie (tweemaal in Rotterdam en de volgende avond in Luxemburg) en het was natuurlijk een feest om deze meesterwerken samen op dezelfde avond, met een zeer geïnspireerd orkest en chef te horen!
Willem Boone

Info:
https://www.rotterdamsphilharmonisch.nl/en/agenda/yuja-wang-plays-brahms-1-and-2
Fascinerende documentaire over Yuja Wang: https://www.npodoc.nl/artikelen/de-wereld-van-yuja-wang