Hongkongs vissen-gesmak betovert, maar Beethoven blijft achter bij KCO

Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Elim Chan dirigent. Met Yefim Bronfman, piano. Ludwig van Beethoven – Pianoconcert nr. 5 in Es, Noriko Koide – Swaddling Silk and Gossamer Rain (Nederlandse première), Edward Elgar – Enigma-variaties, op. 36. Gehoord: 22 april 2026, Concertgebouw, Grote zaal, Amsterdam*
Door Peter Schlamilch
Talloze pogingen om de klassieke muziekgeschiedenis weer vooruit te helpen zijn er al gewaagd, en bijna evenzovele zijn er gestrand: het lijkt wel alsof moderne componisten er niet meer te slagen werkelijk brede publieken blijvend en diepgaand aan zich te binden. Hoe dat komt? Tja, ga er maar aanstaan, en probeer nog maar eens een melodie te verzinnen die nog niet eerder is gecomponeerd of daarop lijkt – en niet direct wordt uitgelachen door de moderne muziekpolitie. Of probeer maar eens alweer een nieuw harmonisch toonstelsel uit te vinden dat het Westerse oor kan overtuigen om afstand te nemen van wat het vele duizenden jaren in de natuur hoorde (de boventonen) of de laatste eeuwen in kerken en concertzalen. En probeer maar eens nieuwe, nog onvertelde verhalen te verzinnen om liederen of opera’s op te baseren – diep respect heb ik voor al die ploeterende componisten, het overgrote deel ver onder de armoedegrens, die dagelijks naar nieuwe wegen zoeken om onze prachtige klassieke muziektraditie levend te houden.

Wonder der klankkleur
Op één gebied is er misschien nog te ‘vernieuwen’, zoals cultuurambtenaren en subsidiënten dat plegen te noemen, en dat is het element van de klankkleur, waar componisten zich, generaliserend gezegd, tot 1850 niet diepgravend mee bezig hielden, omdat destijds alles over de muzikale inhoud ging: de ene na de andere muziekvorm (en harmonieleer) werd uitgevonden, en de meest geniale, volstrekt oorspronkelijke melodieën vlogen je om de oren. Pas in de tweede helft van de negentiende eeuw werd het wonder der klankkleur écht serieus genomen, natuurlijk door veel Franse componisten, maar ook door Duitsers als Wagner en Strauss.

Vissen-gesmak
Toen de atonalen en later de serialisten en de ‘concreten’ de macht hadden gegrepen bleef die interesse levend, maar sneeuwde onder in voor de meeste luisteraars volstrekt onbegrijpelijke muzikale structuren. De Japanse componiste Noriko Koide nam het element klankkleur echter als hoofdgerecht voor haar korte stuk Swaddling Silk and Gossamer Rain, dat door het Concertgebouworkest vorige week wonderschoon werd voorgedragen. Geen stoere melodieën of sluwe harmonische wendingen, zoals in de rest van het programma, geen brullend orkest of zoetgevooisde instrumentale solo’s, maar een volstrekt fascinerend en bedwelmend muziekwerk – of eigenlijk: klankstuk – kregen we te horen, waarin de strijkers zachtjes met potloden tegen de snaren tikten, de blazers met toonloze lucht door hun instrumenten bliezen en zij die even vrij waren met klapperende lippen een zacht vissen-gesmak lieten horen.

Relaxte yogadocent
Inderdaad, deze papieren beschrijving zou ook mij waarschijnlijk hebben doen gruwen, maar ook ik, fervent liefhebber van hoofd- en neventhema’s, harmonische schema’s en doorwrochte sonatevormen, raakte volkomen in de ban van al deze klanken en kleuren, die volgens de componiste, geïnspireerd waren door de Javaanse gamelan. Veel zachte, mysterieuze majeur-mineurverschuivingen, kwart- en microtonen, veel geurende bloemenklanken en prachtige, bijna zichtbare klankkleuren ontstonden, waarin je de ‘Wikkelzijde en ragfijne regen’ uit de titel bijna letterlijk om je heen voelde en rook – volkomen bedwelmend en betoverend, en dat zeg ik niet snel. Ik merkte dat ik soms om me heen keek of er geen geluidstechnicus in de buurt was om deze exotische bloementuin een handje te helpen met synthetische technieken, maar nee: dit kan een symfonieorkest dus kennelijk helemaal alleen bewerkstelligen, en in die zin was dit werk een ongelooflijke verrassing en belevenis – het verkent letterlijk nog (live) ongehoorde terreinen. Stelt Noriko Koide hiermee dan de toekomst van de klassieke kunstmuziek veilig? Waarschijnlijk toch niet, want vermoedelijk alleen de meest relaxte yogadocent houdt deze stijl een heel concert vol – maar fascinerend was het wel, ook door de perfecte toewijding van de Hongkongse dirigente Elim Chan en het fenomenaal spelende Concertgebouworkest.

Parelend tinkelen
Wat minder fenomenaal vond ik Beethovens Vijfde Pianoconcert waarmee het programma geopend werd. Dirigente Chan gaf een volstrekt onopvallende en niet-verrassende lezing van dit meesterwerk, en dat is toch echt een basisvereiste voor een zo bekend en veel gespeeld werk: ze liet het orkest te log en te romantisch spelen, met weinig pit en ritmische extase. Ook de balans, met overheersende blazers, was niet altijd perfect en de beroemde Beethoven-dynamiek was ook ver te zoeken. De wereldberoemde Oezbeekse pianist Yefim Bronfman hield van de weeromstuit het eerste thema wat te klein, maar dat kan ook aan het, naar mijn smaak, altijd wat dun klinkende Steinway-instrumentarium liggen. Het tweede thema liet hij echte parelend tinkelen als geen ander dat kan: pure poëzie en klankschoonheid, even bedwelmend als na de pauze de zachte regendruppeltjes van Noriko Koide over ons zouden neerdalen.

Avontuurlijke levenskracht
Ook het tweede deel werd door Bronfman intens maar zijdezacht voorgedragen – hierin lag deze avond duidelijk zijn grote kracht: hij excelleerde eerder in de pure en oprechte poëzie dan in de grote explosies, toch ook niet onbelangrijk, zeker bij Beethoven. Er waren prachtige orkestsolo’s te horen, en de overgang naar het derde deel was vlekkeloos, maar door Chans wat afstandelijke leiding werd ook het laatste deel weer voorspelbaar en miste de avontuurlijke levenskracht die Beethoven in al zijn partituren stopte, of beter: propte. Elgars Enigma-variaties klonken gelukkig spannender en meeslepender – wat een goed stuk is het toch! Chan liet duidelijk blijken dat ze meer affiniteit heeft met romantische werken dan met classicistische, maar ze bleef altijd ingehouden en veel controle uitoefenen, ook daar waar het orkest naar vrijheid snakte. De pesante-passages (zwaar) in de partituur dirigeerde ze prachtig en ook haar frasering en timing van de rubati waren mooi, maar altijd bestudeerd en met een constante blik in de partituur. De finale was gelukkig heel overtuigend –hoe kan het ook anders met dit orkest, dat de hele avond uitstekend speelde.
Peter Schlamilch
* Deze recensie betreft de live-versie in de zaal. De concertregistratie kan, door de opnametechniek, uiteraard afwijken.
Meer info: concertgebouw.nl