Muziekgebouw Eindhoven: Wagners Walküre stormachtig indrukwekkend

Richard Wagner – Die Walküre. Antwerp Symphony Orchestra o.l.v. Axel Kober. Met Anja Kampe (Sieglinde), Stuart Skelton (Siegmund), Ante Jerkunica (Hunding). Gehoord: 26 april 2026, Muziekgebouw, Eindhoven

Door Peter Schlamilch

 

En toen was daar, zomaar op een zonovergoten zondagmiddag in april, middenin een vrolijke en luidruchtige stad die zich opmaakte voor Koningsdag, in Muziekgebouw Eindhoven een uitvoering van de eerste akte van Wagners Walküre, het tweede deel van zijn 16 uur durende tetralogie Der Ring des Nibelungen. Waaraan hadden we zo’n enorm geschenk te danken? Ik accepteerde het in ieder geval met beide handen, want Wagners meesterwerk concertant bij te wonen vind ik vaak nog mooier dan in het operatheater: je hóórt niet alleen de geniale gelaagdheid die de Leipziger meester in al zijn partituren legde, maar zíet deze ook letterlijk ontstaan. De wisselwerking tussen de verschillende instrumentengroepen, de eindeloos variërende combinaties van de individuele instrumenten, net zolang gemengd tot de juiste klankkleur ontstond – het is allemaal net zo fascinerend als prachtig, zeker in de handen van Axel Kober, die de zieke Jaap van Zweden verving.

 

 

Overweldigende indruk

Voor velen misschien een teleurstelling dat Van Zweden er niet was, maar ook Kober is een uiterst ervaren dirigent die het Wagnerrepertoire op zijn duimpje kent en het jarenlang in Düsseldorf, waar hij chef was en waar ik hem altijd graag beluisterde, maar ook in veel grotere theaters, dirigeerde. En wàt een feest maakte hij van deze moeilijke partituur, samen met het uitstekend spelende Antwerp Symfonie Orchestra (voorheen de Koninklijke Filharmonie van Vlaanderen), dat, als echt operaorkest (maar zeker niet uitsluitend) zich vurig inzette om het drama voluit te laten klinken. En voluit klonk het! De ouverture raasde en tierde, net zo Stürmisch als Wagner erbij schreef, volop gebruikmakend van het groot bezette orkest met alleen al 60 strijkers – in een operatheater passen die meestal niet in de bak en wordt het werk regelmatig met maar 40 tot 50 strijkers gespeeld, een heel andere ervaring. Het gevaar is natuurlijk dat de zangers bij zo’n rijke bezetting overstemd worden, zeker met het orkest vlak achter ze op het podium, maar Axel Kober weet, met al zijn ervaring, de musici precies op het juiste moment te ontketenen of ze juist iets terug te houden. Ook de uitstekende akoestiek in het Muziekgebouw (een iets poëtischer naam was trouwens ook niet erg geweest) droeg bij aan de overweldigende indruk die deze Walküre maakte.

 

 

 

 

Antagonistisch en manipulatief

De Australische tenor Stuart Skelton maakte een uitstekende entree als achterna gezeten en uitgeputte held Siegmund – zijn Duits was uitstekend verstaanbaar en dat was prettig omdat de tekst niet werd geprojecteerd. Gelukkig is de handeling voor de kenners niet geheel onbekend en had het theater verbazend veel informatie op een A4’tje programmatoelichting weten te persen – erg fijn! Skeltons stem is prachtig, heeft een baritonale ‘vibe’ en draagt prima, maar hij kwam wat vermoeid en te weinig lyrisch over – geen wonder voor wie besefte dat hij de rol de beide voorgaande avonden ook al had gezongen (in Heerlen en Antwerpen).

 

 

De Sieglinde van de Duitse sopraan Anja Kempe was krachtig en sprekend, en wat ze, af en toe, net aan kracht tekort kwam, compenseerde ze met piepkleine, prachtige gebaren of veelbetekenende blikken, waardoor ze het verhaal heerlijk tot leven bracht. Ik had haar vorige zomer in München als de antagonistische, manipulatieve en machtshongerige Ortrud (Lohengrin) gehoord, waar ze ook sterk acteerde.

 

 

Heftige dramatiek

Ster van de middag was zonder twijfel de Kroatische bas Ante Jerkunica, die een smerige en angstaanjagende Hunding neerzette, voor wiens bloeddorst je echt kon sidderen. Zijn prachtige, bulderende en vileine bas drong door merg en been en hij acteerde, net als zijn eega, suggestief en veelbetekenend, en waar Sieglinde haar rol duidelijk opbouwde, gaf Jekunica al in de eerste maten zijn indrukwekkende visitekaartje af.

 

 

Hoewel niet alles in het orkest perfect ging (het meeste wel, hoor!) waren er vaak schitterende pareltjes te horen, zoals in hoorns en Wagnertuba’s, in een paar zeer intelligent geplaatste klarinetnoten en natuurlijk in de weelderige, lekker-vette, verzadigde strijkersklank, die natuurlijk ook de verdienste van dirigent Axel Kober was, die alles met zoveel gemak en ademende muzikaliteit tot een organisch geheel samensmeedde. Hij krijgt alle rubati moeiteloos en zelfverzekerd gelijk en schakelt soepel van heftige dramatiek naar hoge lyriek – een feest om te zien.

 

 

Levensgevaarlijke situatie

Hoogtepunt was Siegmunds prachtige, diep-verdrietig gezongen ‘Heiligster Minne höchste Noth, sehnender Liebe sehnende Noth’, haast mijmerend gezongen (op die huiveringwekkende stijgende kleine sextsprong) over zijn verboden liefde voor zijn tweelingzus Sieglinde, hetgeen tevens het moment markeert waarop Siegmund zijn lot accepteert, gedreven door de hartstocht, ondanks de levensgevaarlijke situatie – een prachtig moment. En zo bekroonde Stuart Skelton deze doorleefde Walküre, zomaar op een zonnige zondagmiddag in Eindhoven, op waardige wijze, waarbij het goed zichtbare orkest ons nog iets dichter bracht bij het wonder dat Wagner heet.

Peter Schlamilch

 

Meer info: mge.nl

You May Also Like

Hongkongs vissen-gesmak betovert, maar Beethoven blijft achter bij KCO

Lied der Lieder bij NNO in Stadskanaal en Sneek

Jeths’ nieuwe pianoconcert schept fascinerende klanksferen

Zuidams Orewoet overtuigt maar deels