Canellakis’ Sjostakovitsj 5 komt Russische horror tekort

Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Karina Canellakis. Dmitri Sjostakovitsj: Symfonie nr. 5. Gehoord: 20 november 2025, Pieces of Tomorrow, TivoliVredenburg, Grote Zaal, Utrecht

Door Peter Schlamilch

 

‘Alsof je met een stok geslagen wordt en iemand zegt: jouw taak is juichen, juichen!’ Een bekend citaat van Dmitri Sjostakovitsj over het ‘jubelende’ einde van zijn Vijfde symfonie, en inderdaad: het snijdende cynisme ervan is volslagen onmiskenbaar, net als dat van de hele symfonie. Sjostakovitsj schreef het na de catastrofale ontvangst van zijn opera Lady Macbeth van Mtsensk, toen de Pravda het beruchte redactionele artikel ‘Chaos in plaats van muziek’, waarschijnlijk persoonlijk goedgekeurd door Stalin, publiceerde. Sjostakovitsj werd daarin beschuldigd van formalisme, bourgeois-decadentie en ‘anti-volkse’ muziek – bijna een doodvonnis.

 

 

Beestachtige gruwelijkheden

Sjostakovitsj verliest bijna al zijn opdrachten, vrienden keren zich uit angst van hem af, en er gaan geruchten dat hij gearresteerd zal worden. Hij slaapt wekenlang met een koffertje bij de deur, op de gang van zijn appartement, om zijn gezin niet te wekken bij een eventuele inval. Hij trekt zijn Vierde Symfonie, een groot, modernistisch, Mahler-achtig werk dat al in repetitie is bij het Leningrad Philharmonisch Orkest, uit voorzorg terug. Sjostakovitsj moet iets componeren dat zijn ‘fouten’ goedmaakt: het is nu puur overleven onder de dreiging van de beestachtige gruwelijkheden van de communisten. In slechts drie maanden schrijft hij zijn Vijfde Symfonie – extreem snel voor hem.

Hij kiest bewust een klassieke vierdelige vorm, een duidelijke toonsoort (d-klein) en een ogenschijnlijk ‘optimistische’ finale om de autoriteiten tevreden te stellen. Tegelijkertijd zit het werk vol met verborgen citaten, mars-parodieën en klaagzangen die voor het publiek waarschijnlijk klonken als protest tegen de terreur – 1937 was het hoogtepunt van de Grote Zuiveringen.

 

 

Schreeuw van pijn

Bij de première in Leningrad, op 21 november 1937 onder Jevgeni Mravinski, barst het publiek na afloop in tranen uit en geeft een ovatie van meer dan een half uur – iets ongehoords in die tijd. Kort daarna verschijnt in de krant Vechernyaya Moskva een artikel dat zogenaamd door Sjostakovitsj zelf is geschreven: ‘De Vijfde Symfonie is het praktisch-creatieve antwoord van een Sovjet-kunstenaar op terechte kritiek.’ Dit wordt jarenlang de officiële lezing: de symfonie als boetedoening en wedergeboorte, maar de meeste musicologen en tijdgenoten geloven dat de componist dit onder zware druk moest schrijven. De kenners hoorden echter tegelijkertijd een requiem voor de slachtoffers van Stalin, zoals de rouwmars in het derde deel. De Vijfde is het perfecte voorbeeld van wat men later Aesopische taal is gaan noemen: een kunstwerk dat aan de oppervlakte voldoet aan de eisen van de dictatuur, maar onder de oppervlakte een schreeuw van pijn en woede is.

 

 

Brute zeggingskracht

Van die pijn en woede waren in de eerste twee delen van de symfonie, afgelopen donderdag bij het Radio Filharmonisch Orkest onder chef-dirigent Karina Canellakis, nog weinig te merken. Misschien lag het aan de setting van de serie Pieces of Tomorrow, de sympathieke poging om ‘meer jongeren in contact te laten komen met klassieke muziek’: de avond begint wat later, het biertje mag mee naar binnen, de musici zijn casual gekleed, de zaal is mooi verlicht en host dj St. Paul draait vooraf plaatjes en maakt een praatje met de dirigent. Misschien niet helemaal de ideale setting voor getuigenismuziek van de horror van het Stalinisme, maar toch zat het hem daar niet in: Canellakis leek deze Vijfde, volgens eigen zeggen toch haar lijfstuk, wat aarzelend en bedeesd neer te zetten, terwijl de wanhopig-gillende uitroepen van de achttien lage strijkers tegen de dertig violen toch echt forte en met accenten zijn genoteerd en uiteindelijk weliswaar behoorlijk gelijk, maar echt wat te neutraal klonken. Canellakis’ wat schoolse slag is weliswaar helder, maar ontbeert de dwingende, brute zeggingskracht die niet alleen Sjostakovitsj’ eigen tragiek, maar tegelijk het leed van de gehele mensheid kan verbeelden.

 

 

Emotie en verdriet

Aan het orkest lag het niet: het speelde in de openingsdelen als altijd loyaal en accuraat, bezield maar nog niet bezeten, zoals dat in de laatste twee delen wel het geval zou zijn. De openingsmaten waren te lyrisch en te helder om die smerige, doodenge sfeer van het totalitaire Rusland onder de communisten op te kunnen roepen, en de striemende zweepslagen uit de partituur klonken te vriendelijk om ons angst aan te jagen en door te bijten. Omdat Canellakis vrijwel alles parallel dirigeert heeft ze ook weinig mogelijkheden om meer te laten zien dat de maat, en dat is jammer, want deze partituur zit boordevol emotie en verdriet. Deze Vijfde moet het uitgillen van pijn om vaak meteen weer om te slaan in een poeslief geslijm om een korstje brood, maar al die emoties bleven te vlak.

 

 

Weergaloze solo’s

Volgens het format van Pieces of Tomorrow is het na een half uur muziek weer tijd voor een klein praatje met de dirigent, en daarin kregen we een uiterst merkwaardig inkijkje in haar wereldbeeld, toen ze de verschrikkingen van het Stalin-regime (10 tot 20 miljoen doden door massa-executies, werkkampen, honger, kou, hongersnoden, totale controle en angst) vergeleek met het huidige Amerika onder Trump: zoveel bespottelijk historisch onbegrip kom je niet snel tegen in het openbaar. Vreemd genoeg waren de twee delen die volgden wél van uitzonderlijke kwaliteit: de dirigente leek herboren en het orkest speelde nog beter en vooral indringender dan eerder. Het adembenemende Largo klonk volkomen buitenwerelds en die echte, broeierige RFO-klank bloeide op: strijkers diep in de snaar, een zinderende, hoewel zachte orkestklank en weergaloze solo’s, waarbij vooral klarinet en xylofoon opvielen.

 

 

Lachen om niet te huilen

In het vierde deel leken alle duivels uit de hel te zijn losgebroken en een heksenketel van haat, nijd, geweld en terreur aan te richten. Canellakis liet de teugels van het orkest eindelijk los en ontketende daarmee een perfecte, bijtende en sardonische Sjostakovitsj, precies zoals het moet: instrumentengroepen die elkaar naar het leven leken te staan (net zoals de Russen onder hun dictatoriale bewind) en schallend, bijna dodelijk koper dat meedogenloos de tactiek van de verschroeide aarde tot in de hoogste perfectie uitvoerde. Een bijna idioot mooie orkestklank vulde de enorme zaal van Vredenburg, pure bezieling die de wat matte start bijna deed vergeten en een groots en triomfantelijk einde voortbracht – lachen om niet te huilen, juichen op straffe van stokslagen. Hier klonk de ware Sjostakovitsj.

Peter Schlamilch

Foto’s: Marco Borggreve e.a.

 

 

Meer info:

www.radiofilharmonischorkest.nl

https://www.tivolivredenburg.nl/klassiek/

You May Also Like

Pianist Pietro De Maria is meer dan een meesterpianist: een meesterlijk musicus

Impressionistische Tristan und Isolde bij De Nationale Opera

András Schiff laat Bachs Kunst der Fuge intelligent, gracieus en diepmenselijk stralen  

Jan Martens met overdadig dancespektakel bij NDT 1