Levendige Petroesjka bij VU-orkest

VU-orkest o.l.v. Arjan Tien. Met Vera Kooper piano. Gershwin: An American in Paris, Ravel: Pianoconcert voor de linkerhand, Stravinsky: Petroesjka. Gehoord: 26 januari 2026, Concertgebouw, Grote zaal, Amsterdam
Door Peter Schlamilch
Drie fantastische stukken op het programma – voorwaar geen gemakkelijke kost voor een amateurorkest, hoewel het VU-orkest onder dirigent Arjan Tien bijna professioneel klinkt. Natuurlijk, de ervaren luisteraar hoort echt wel af en toe wat kleine foutjes en natuurlijk hebben niet alle orkestleden die fantastische instrumenten die de grote orkesten wel bezitten, maar het mocht de pret allemaal niet drukken, afgelopen maandag in het Concertgebouw.

Overtuigend resultaat
Gershwins An American in Paris klonk uitbundig maar ook strak, de grote lijn was uitstekend en de vaart zat er volop in: hier werd met zoveel plezier gemusiceerd dat Gershwin er blij van zou zijn geworden. Uitstekende solo’s in de blazers, en strijkers die homogeen en swingend de muziek verdedigde – wat wil je eigenlijk nog meer? Nergens ook maar in de verste verte een ‘amateuristische’ uitstraling, integendeel: hier werd ‘amateuristisch’ gespeeld in de ware betekenis van het woord: liefhebbend! Dirigent Arjan Tien leidde scherp, helder en toch soepel, de lastige passages duidelijk takterend maar de vloeiende passages latende stromen: hij kent dit orkest door en door en weet precies wat iedereen nodig heeft om tot een overtuigend resultaat te komen.

‘Arrangementen’
Ravels Pianoconcert voor de linkerhand verliep ook uitstekend, en vooral de dreigende opbouw was indrukwekkend: de nadering van onheil, oorlog en vernietiging. Ravel was geobsedeerd door de Eerste Wereldoorlog waarin hij, uit pure vaderlandsliefde, vrijwillig dienst nam en hij vele dierbare vrienden verloor. Hij schreef, als bekend, dit prachtige concert in opdracht van de Oostenrijkse pianist Paul Wittgenstein, die in deze oorlog zijn rechterarm had verloren door een granaatscherf. De onlangs overleden muziekanalyticus Wim Witteman beschrijft in zijn meesterlijke boek Ravel, waarin hij het complete werk van de Franse meester analyseert, hoe Wittgenstein uiterst ontevreden over het concert was: ‘Toen Ravel het aan Wittgenstein voorspeelde in Le Belvédère was de pianist niet erg onder de indruk, niet van het werk en niet van de pianistische gaven van Ravel. De première vond plaats in Wenen op 5 januari 1932 met het Weens Symfonie Orkest, maar Ravel was er niet bij omdat het net vóór de première van het Pianoconcert in G in Parijs was. Toen het werk een paar weken later opnieuw in Wenen werd uitgevoerd in de uitvoering voor twee piano’s tijdens een dinertje bij de Wittgensteins thuis, was Ravel wel aanwezig, en werd uiterst pijnlijk getroffen door de ‘arrangementen’ die Wittgenstein had gemaakt om zijn virtuositeit te etaleren.’

Laatste grote meesterwerk
Witteman vervolgt: ‘Ravel was zo boos, dat hij Wittgenstein verbood het stuk in Parijs ten uitvoer te brengen, waarop een boze briefwisseling volgde. Wittgenstein: ‘Vertolkers moeten geen slaven zijn!’ Ravel: ‘Dat zijn ze juist wél!’ Ravel eiste de verzekering, dat Wittgenstein zich in het vervolg strikt aan de partituur zou houden, hetgeen de pianist botweg weigerde. Het jaar daarop waren de gemoederen zodanig bedaard, dat Ravel toch een uitvoering van het concert dirigeerde met Wittgenstein als solist, op 17 januari 1933.’ Witteman noemt het werk, niet onterecht, ‘wellicht één van de laatste grote meesterwerken die onze Westerse cultuur heeft voortgebracht’.

Prachtige tussenstemmen
De Nederlandse pianiste Vera Kooper beheerste Ravels noten gelukkig voortreffelijk en sloeg zich vrijwel foutloos door het moeilijke concert heen, haar rechterarm demonstratief op de vleugel leggend. Haar eerste uitbarsting (volgens de eerder genoemde analyse van Witteman de trotse soldaat die het toneel bestormt en ten strijde wil trekken tegen het kwaad) had wat forser en frenetieker mogen zijn, maar het tweede thema (volgens Witteman de smekende geliefde aan het thuisfront) speelde ze werkelijk fenomenaal: zó vol verlangen, zo liefdevol en poëtisch – zeer ontroerend en stil makend teder, met veel liefdevolle aandacht voor al die prachtige tussenstemmen en de duolen in de bovenstem prachtig afgezet tegen de triolen van de begeleiding. Het is misschien ook wel een van de mooiste thema’s ooit geschreven, naast natuurlijk dat uit het tweede deel van Ravels andere pianoconcert.

Kwaad overwint
Ook het orkest begeleidde daar zacht en warm, maar toen de hel losbrak met al die stampende Duitse laarzen en mitrailleurvuur miste ik soms de gruwelijkheid en de terreur van de oorlog – de pijn, de ellende en de menselijke wreedheid staan inmiddels misschien te ver af van de belevingswereld van deze jonge musici, maar daar had dirigent Arjan Tien wellicht meer de nadruk op kunnen leggen, hoewel het correct spelen van al deze moeilijke noten al een prestatie op zich is, en dat lukte fantastisch. Heel knap dat een ‘amateurorkest’ Ravels lastige partituur technisch zo overtuigend kan overbrengen, hoewel helaas de clou van het stuk, het herhaalde mitrailleurvuur in fagot, koper, enkele strijkers en piano (voorlaatste maat) een beetje wegviel: waar bij Ravel het kwaad uiteindelijk overwon bleef het bij het VU-orkest iets te vriendelijk.

Homogeen en eendrachtig
Ook Stravinsky’s Petroesjka klonk voortreffelijk, niet alleen technisch, maar ook muzikaal: we zagen de jaarmarkt werkelijk voor ons, hoorden de poppenspeler opkomen, de Ballerina dansen met de Moor en tenslotte de houten pop sterven onder het mes – niets dan hout en zaagsel, zoals de leuke programmatekst van Sietske Brockhoff het omschrijft. Dirigent Arjan Tien wist zijn orkest ook hier vrijwel vlekkeloos door de woelige partituur te loodsen, en het orkest klonk als een hechte eenheid: hier was duidelijk veel op gerepeteerd. De solo’s in blazers en slagwerk waren meer dan uitstekend, en een blik op de deelnemerslijst verraadt dan ook dat velen conservatoriumstudenten zijn, en dat is te horen: fluiten klonken haast professioneel, net als de hoorn, trompet, klarinet en zovele andere solisten. De strijkers klonken homogeen en eendrachtig, en dat is in dit lastige stuk nog niet zo eenvoudig. Arjan Tien leidde zelfverzekerd, helder en vooral heel muzikaal, en geeft ook veel vertrouwen aan zijn musici – een uitstekend geslaagd concert.
Peter Schlamilch
Info: