Nederlands Philharmonisch heldhaftig in Strauss met Viotti

Nederlands Philharmonisch o.l.v. Lorenzo Viotti, m.m.v. Denis Kozhukhin, piano. Johannes Brahms: Pianoconcert nr. 2 in Bes, Richard Strauss: Ein Heldenleben. Gehoord: 7 maart 2026, Concertgebouw, Grote zaal, Amsterdam

Door Peter Schlamilch

 

De cello en de klarinet waren Brahms’ lievelingsinstrumenten, maar de hoorn was toch zijn favoriet: Brahms’ vader was hoornist, en het instrument vertegenwoordigt voor hem ‘gevoelens van melancholie, afscheid en troost’, zoals het programmaboekje – lekker op papier en niet digitaal – terecht vermeldde. En als die eerste, best lastige hoornsolo in maat 1 goed gaat, en dat ging-ie zeker, dan weet je dat het wel goed komt met het enorme orkestaandeel in dit pianoconcert, dat van symfonische proporties is: maar liefst zo’n 50 minuten.

 

 

Grotere Steinway?

Dirigent Lorenzo Viotti, de oude chef van het NedPho, leidde ‘zijn’ orkest als altijd soepel, ademend en stromend, en er ontstond direct een ‘echte Brahmsklank’, wat die ook moge zijn, maar die toch het best te omschrijven is als donkerbruin in de strijkers, karakteristiek in het hout en transparant-massief in het koper – het orkest klonk meer dan uitstekend. Ook de Russische pianist Denis Kozhukhin klonk voortreffelijk: hij zette zijn eerste triolen fluweelzacht in maar greep in de meteen daaropvolgende cadens lekker diep in de toetsen – Brahms begint zijn openingsdeel origineel genoeg met een cadens (solostuk), waar andere componisten daar al anderhalve eeuw mee afsloten. Wel leek het of deze krachtige pianist soms werd geremd door de materie, want ik vond het instrument, uiteraard de grootste Steinway in de handel (model D van 2,74 meter), zeker in de discant enigszins flets van klank. Sowieso vraag ik me steeds vaker af of er niet eens een grotere Steinway moet komen, want sinds de introductie van dit model (in 1884) zijn de symfonieorkesten uiteraard nog groter en krachtiger geworden, en Bösendorfer heeft er tenslotte een van 2,90 meter. Niet dat formaat en volume nu zo allesbepalend zijn, maar ook pianisten lijken wel steeds expansiever te worden en soms te lijden onder de ‘beperkingen’ van het instrument. Toegegeven, een luxeprobleem: Mozart speelde op een fortepiano van 2,23 meter, en Brahms voornamelijk op zijn geliefde J.B. Streicher-vleugel uit 1868-1870, die zo’n 242 cm lang was.

 

 

Symbiotische poëzie

Hoe het ook zij, Kozhukhin speelde voortvarend, foutloos en overtuigend, maar miste soms net de hoogste klanktoppen om Brahms’ explosiekracht tot volle glorie te brengen. Kozhukhin is ook niet iemand van het grote gebaar: hij speelt integer de noten en doet dat zo goed en mooi mogelijk, en dat lukte hem, uit het hoofd, uitstekend, met mooie en vloeiende tempi. Maar soms verlangde ik naar iets meer variatie in klankkleur, in voordracht en vertelwijze, zodat ook de structuur van het stuk misschien iets beter tot uitdrukking was gekomen. Het tweede deel begon, uiteraard, stormachtig, hoewel ikzelf liever een orkaan hoor, maar dat is persoonlijk. De inzet van de lage strijkers was heerlijk zwaar en beukte met oerkracht tegen de pianopartij aan, en de cellosolo door Joachim Müller-Crepon een genot om naar te luisteren – ademend en eindeloos lang gefraseerd, prachtig leidend naar een adembenemend mooie tutti-inzet, negen maten later. Pure, symbiotische poëzie in het orkest, met prachtig zware en perfect getimede pizzicati in de bassen. Het laatste deel stroomde weer organisch, hoewel er bij de solist soms iets te veel haast was in de ritmen en te weinig straling om het orkest echt aan te vuren en te overstralen, maar over het algemeen was deze Brahms oprecht en zeer integer.

 

 

Magische momenten

Viotti’s Heldenleben was ronduit fantastisch: deze dirigent voelt Strauss perfect aan en begrijpt diens gestiek volkomen, ook waar de componist soms wel érg overdrijft, maar dat hoort nu eenmaal bij de Beierse componist: grote gebaren, tedere momenten, diepzinnige gedachten – ze klinken niet altijd even authentiek maar geweldig zijn ze wel. Niet voor niets zei de componist van zichzelf ‘dat hij dan misschien geen eersteklas componist was, maar wel een eersteklas tweederangs componist’, en ook: ‘Moet men zeventig jaar oud worden om te erkennen dat iemands grootste kracht ligt in het creëren van muzikale kitsch?’ Muzikale kitsch is Ein Heldenleben allerminst, en een meesterwerk misschien ook niet direct, maar Viotti weet ook van een doorsnee muziekstuk een feest te maken: hij laat de strijkers zingen, het koper schallen, het hout floreren, creëert precies de goede tempo-overgangen en laat de juiste magische momenten ontstaan die deze muziek zo nodig heeft. Het begin was uitbundig, energiek en organisch, en het orkest ademde en zong voluit, meteen in de Straussmodus schietend – heel knap.

 

 

Perfecte symbiose

Het tweede deel, Strauss’ sarcastische antwoord op zijn onwetende Beckmesser-achtige criticasters, klonk bijtend en fel, maar hoogtepunt van de avond was, in het derde deel, de vioolsolo van concertmeester Ionel Manciu, die zó mooi op zijn bijzondere Guadagnini speelde dat ik hem het liefst zo snel mogelijk in een compleet recital of een vioolconcert zou willen horen – wát een musicus zit hier op de eerste lessenaar. Alles klopte: een loepzuivere intonatie gecombineerd met een warme, rijke, edele en indringende toon en muzikale frasering en voordracht waar ik stil van werd. Geef deze man een Sibelius-concert, of wat dan ook, want ik ben er zeker van dat hij in alle muziekstijlen een boeiend verhaal heeft. Het orkest was in topvorm, ook in het strijdgedeelte, waar Strauss alle effectbejag gebruikt om de worstelingen des levens te schilderen, en hoe lekker is dat eigenlijk als dan alles lukt! Viotti dirigeerde steeds soeverein en met overzicht, veel contact makend met zijn musici en op elk moment reagerend op wat er in het orkest gebeurde – dat doen alleen échte dirigenten. Het vijfde deel was hemels en sereen – de afstand die de ’held’ uiteindelijk van de wereld neemt kon niet beter worden verklankt: Viotti en zijn mensen vormden een perfecte symbiose die elke seconde boeide en aangreep, met steeds juiste tempi en klankverhoudingen – Strauss werd volop recht gedaan.

Peter Schlamilch

 

 

Info:

https://orkest.nl

You May Also Like

Pure vocale polyfonie met The Gesualdo Six

Het Yuri Honing Acoustic Quartet met Bowie

Eyal bij NDT 2 is verslavend

Hartnut Haenchen dirigeert Bruckners Vijfde bij Nederlands Philharmonisch