Residentie Orkest sterk in Tsjechisch programma
Met enige regelmaat prijkt bij het Residentie Orkest Tsjechische muziek op de lessenaars. Met werken van Dvorak, Schulhoff en Smetana bracht het orkest dit weekeinde echter een uitsluitend Tsjechische selectie.
De meest omvangrijke composities daaruit duren niet wezenlijk langer dan een kwartier. De muziek is veelal uitbundig en extravert met karakteristiek romantische orkestraties, veel dansante ritmes en een nadrukkelijke aanwezigheid van koper en slagwerk. Een garantie voor succes? Niet vanzelf. De muziek vergt veel concentratie. Ieder orkestlid moet voortdurend ‘aan staan’. De aandacht mag geen seconde verslappen. En hoe moeilijk is dat als je niet kunt bogen op een groot opgezette symfonische structuur, maar meerdere keren in wezenlijk korter tijdsbestek – en dus veel vaker – van nul en honderd heen en weer moet? Het orkest kweet zich vrijdagavond op bewonderenswaardige wijze van die taak.
De meest zeldzame composities op het programma waren van de hand van Ervin Schulhoff (1896-1942). Net als in december participeerde mezzosopraan Barbara Kozelj als solist. De in 1999 teruggevonden vijf orkestliederen ‘Landschaften’ opus 26 stammen in principe uit dezelfde ontstaansperiode als de in december vertolkte symfonie ‘Menschheit’ voor alt en orkest opus 28. Toch leunen ze op het eerste gehoor aanmerkelijk dichter tegen de muziek van Richard Strauss aan. Van fluwelen strijkersklanken in het openingslied ‘Die Türen sind zugeweht’ tot het stralend triomfantelijke slot van ‘Die goldnen Winde’ omspant deze cyclus het arsenaal van de laatromantische orkestklank over de volle breedte.
Net als in december ontstonden ook tijdens dit concert helaas wat balansproblemen op momenten waarop Kozelj in het lage register zingt en het koper in begeleidingen participeert. Mogelijk had de componist een ander type solist in gedachten. Dat Schulhoff echter een gewiekst en vindingrijk orkestrator is, blijkt uit zijn orkestratie van Ludwig van Beethovens Rondo a capriccio ‘Die Wut über den verlorenen Groschen’. Weinig daarin doet denken aan Beethovens eigen aanpak. En toch is het een enorm effectief werkje. Zeker als het zo transparant wordt gespeeld als gisteravond onder Jun Märkl.
Onversneden Tsjechische hoogromantiek viel te genieten in bekende muziek van Dvorak en Smetana. Voor de opening en het slot van dit concert werd geselecteerd uit de Slavische Dansen opus 46 en de symfonische gedichtencyclus Mijn Vaderland – twee cycli die muzikaal synoniem geworden zijn voor de Tsjechische nationale trots. Het Residentie Orkest vertolkte de werken met geestdrift en brille en bijzonder mooie soli. Waar de instrumentale kleuren – zeker bij de strijkers – af en toe nog aan diepte zouden kunnen winnen, werd dit gemis ruimschoots gecompenseerd door het vuur en detail dat Jun Märkl bevrijdde. Hij leidt ‘zijn’ orkest met flamboyance en finesse, zoals een tangodanser zijn partner uitdaagt – met afgemeten zwier en trefzeker momentum.
Elger Niels
Gehoord: 6 februari, Amare Concertzaal, Den Haag