Matthäus door Bachvereniging is spannend en ontroert

Nederlandse Bachvereniging o.l.v. Masaaki Suzuki. Johann Sebastian Bach – Matthäus-Passion, BWV 244. Met Nicholas Mulroy (Evangelist), Stephan MacLeod (Christus), Carine Tinney (sopraan), Miku Yasukawa (sopraan), Alexander Chance (alt), Christopher Lowrey (alt), Raphael Höhn (tenor), Shimon Yoshida (tenor), Toru Kaku (bas) en Kampen Boys Choir.  Gehoord: 22 maart 2026, TivoliVredenburg, Grote zaal, Utrecht

Door Peter Schlamilch

 

Hoeveel Matthäussen zou ik al niet live hebben gehoord in mijn leven? Vijftig? Honderdvijftig? Nog afgezien van de talloze keren dat ik de partituur heb bestudeerd? Ik ben de tel kwijtgeraakt, maar één ding verrast me altijd weer, namelijk dat ik steevast weer word verbijsterd door het ongelooflijke genie dat uit de noten spreekt, door de onwaarschijnlijke schoonheid van de muziek en de grenzeloze fantasie van de textuur (zetting), de instrumentatie en de woordschilderingen.

 

 

Smerigheid en idealisme

Het is niet dat ik in de zaal ga zitten met de gedachte dat dit een meesterwerk is en ik me dus kan verheugen op enkele uren topmuziek, nee, ik word altijd weer oprecht gegrepen door Bachs passiemuziek alsof het de eerste keer is dat ik haar hoor: altijd ontdek je weer nieuwe dingen, en na al die jaren raak ik steeds weer ontroerd en verdrietig door de toonzetting van zoveel liefde, verraad, smerigheid en idealisme. Het is niet alleen een cliché dat de Matthäus-Passion een meesterwerk is, je vóelt het ook echt. Afgelopen zondagmiddag, de dag na de verjaardag van de grote meester (hoewel het in een andere telling de 31e moet zijn) klonk Bachs passiemuziek, in de vertrouwde handen van de Nederlandse Bachvereniging, in Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht, de staal-betonnen muziekbunker, geopend in 1979, ontworpen door Herman Hertzberger, die er de sociale barrière tussen het publiek en de muzikanten mee wilde doorbreken – hij zag de concertzaal niet als een statige ‘tempel’, maar als een levendig stadsplein.

 

 

Gierend van de pret

Allemaal leuke theorieën, maar voor een Matthäus mis je er de warme traditionele vormen en beelden van een kerk: de crucifixen en schilderingen geven toch een betere context dan de metalen buizen en kil-stenen wanden. En toch… toch lukte het de Japanse dirigent Masaaki Suzuki om ons mee te voeren naar de tafel van het Laatste Avondmaal, waar Christus het brood brak, naar de Hof van Gethsemane, waar Hij Zijn Vader smeekte om de beker aan Hem voorbij te laten gaan, naar het huis van Kajafas, waar de hogepriesters Hem berechtten, naar het Praetorium, waar Pilatus zijn handen in onschuld waste, en natuurlijk naar Golgotha, waar de kruisiging plaatsvond. Meteen al het tempo van het openingskoor was exact getroffen: je zag Christus met moede, gekwelde schreden in de bekende 12/8e-maat (het aantal discipelen) de kruisigingsberg opstrompelen, de omstanders deels gierend van de pret maar velen ook diepbedroefd. Het orkest legde direct al een ongelooflijke precisie aan de dag – er werd zeer geconcentreerd gemusiceerd, loepzuiver en spatgelijk, alles prachtig in balans, hoewel de strijkers aanvankelijk bij de Christus-recitatieven wat te nadrukkelijk aanwezig waren: ze zijn ‘slechts’ zijn stralenkrans. Opvallend detail: de gambiste streek, in het openingskoor, consequent de andere kant op dan haar buurman, de cellist: daar moet over zijn nagedacht, maar de diepere betekenis ontging me.

 

 

Verschrikkelijk mooi gezongen

Het koor zong beeldschoon, aanvankelijk wat afstandelijk maar al halverwege het openingskoor steeds indringender en overtuigender, hoewel het non-vibrato soms wel érg dogmatisch werd doorgevoerd: af en toe mag de expressie het best even winnen van de regels. De eerste recitatieven van de Evangelist (Nicholas Mulroy) en Christus (Stephan MacLeod) sloegen in als een bom: niet alleen veel passie en emotie, maar daarnaast zo verschrikkelijk mooi gezongen dat ik op het puntje van mijn stoel belandde: gaan we het werkelijk zo doen, de komende uren? Staan hier echt twee topzangers die het verhaal niet alleen écht begrijpen, maar ook nog kunnen overbrengen? Dat zien we niet in elke Matthäus.

 

 

Aangrijpend en hoogstaand

De Britse tenor Nicholas Mulroy zingt de vele recitatieven zeer natuurlijk: het was alsof hij het verhaal ter plekke aan je vertelde, met veel nadruk op de tekstbeleving en emotie. Zijn stem is warm en rond, en lijkt voor elk woord of affecteen eigen kleur te kunnen maken – een genot om te beluisteren en te beleven, hoewel ik hem in de hoogte graag iets indringender had willen horen. Hij doet alles uit het hoofd en zingt, als hij even vrij is, zachtjes zoveel mogelijk koorpartijen mee, alsof hij steeds in contact wil blijven met Bachs goddelijke noten. Ook de Zwitserse bas-bariton (en dirigent) Stephan MacLeod zong alles uit het hoofd, wat het contact met het publiek meteen verandert: hoewel Bach geen opera’s schreef komt het drama op deze manier veel beter tot zijn recht. MacLeods Christus is fenomenaal: zijn stem is warm, autoritatief en gerijpt op puur eikenhout: hij heeft zoveel resonans dat zijn stem tot in alle uithoeken van het immense Vredenburg zoemde en gonsde – heerlijk. Zijn uitstraling is die van een echte Christus: mild, ernstig en goddelijk. Zijn tekstbegrip en uitspraak zijn, net als die van Mulroy, grenzeloos perfect maar nooit overdreven-opdringerig: beiden laten het verhaal ontstaan waar je bijstaat, precies zoals de eerste Matthäus-beluisteraars dat moeten hebben ondergaan. En passant zingt MacLeod ook nog alle koorpassages mee (ook uit het hoofd) en de beide grote basaria’s, een combinatie die in Bachs tijd gebruikelijk was maar je nu niet zo vaak meer hoort. Die aria’s waren van hetzelfde, eenzame niveau, en zijn korte Nun ist der Herr zur Ruh gebracht was net zo aangrijpend en hoogstaand als de wanhoop bij de slapende discipelen, tweeënhalf uur eerder.

 

 

Rijke fantasie

Naast deze twee giganten was de vocale excellentie nog niet voorbij: countertenor Alexander Chance maakte diepe indruk in Buß und Reu, natuurlijk door zijn krachtige, beeldschone toonvorming en frasering, maar ook doordat zijn countertenor zo natuurlijk en overtuigend klinkt – hij imiteert niet de vrouwelijke altstem, maar is gewoon een stevige kerel die heel hoog kan zingen. Fascinerend. Sopraan Miku Yasukawa viel wat uit de toon door haar wat wankelmoedige intonatie en voordracht, maar het Ich will dir mein Herze schenken werd prima vertolkt door invalster Carine Tinney. Tenor Raphael Höhn zong een uitstekende Ich will bei meinem Jesu wachen, hoewel het allemaal wel een tikkie dramatischer mocht, wat overigens op meer momenten voor de pauze het geval was. Het koor antwoordde fenomenaal met So schlafen unsre Sünden ein – dan weer half geeuwend, dan weer waakzaamheid fingerend: wat een rijke fantasie moet dirigent Masaaki Suzuki bezitten. Toru Kaku zong de basaria Gerne will ich mich bequemen, die tamelijk onhoorbaar was, omdat hij nu eenmaal geen bas is maar bariton – hij zingt elders baritonrollen in Mozart- en Donizetti-opera’s.

 

 

Oeroude traditie

Fijn was het dat de knapen van het Kampen Boys Choir mee mochten zingen met het koraal Was mein Gott will, want twee koren van elk 12 zangers is best weinig in Vredenburg, en ook al was dat waarschijnlijk ongeveer de originele bezetting in Bachs tijd wil dat natuurlijk niet zeggen dat hij het niet graag met het dubbele aantal zou hebben gedaan. De verraadsscène was aangrijpend, net als de superspannende koorinterrupties in So ist mein Jesus. In het slotkoor van het eerste deel werd nogmaals duidelijk dat het knapenkoor met 6 zangers echt te klein bezet was, want ze straalden niet ‘goddelijk’ boven alles uit, zoals Bach dat wilde. Ook het hoofdkoor mocht wat urgenter klinken – nu geen kwestie van aantallen, maar van een indringender manier van zingen. Het resultaat grensde echter aan technische perfectie, zo helder, transparant en zuiver hoorde ik het zelden. Maar soms ook iets te lief en beschaafd – het gaat hier immers om het grootste drama uit de menselijke beschaving. Ik had absoluut verwacht dat Suzuki de oeroude traditie van het weglaten c.q. tegenhouden van het applaus in ere zou herstellen, maar dat gebeurde helaas niet.

 

 

Wereldklasse

Na de pauze klonk de weergaloos mooie, zuivere en lekker ritmische gamba-solo van Mieneke van der Velden in Shimon Yoshida’s mooi gezongen Geduld, Mitchell Sandler was schitterend in een gekwelde Petrus en Amelia Berridge zong prachtig-trefzeker de angstige vrouw van Pilatus. De volkskoren, zeker het Barrabam! waren meeslepend en aangrijpend, niet in de laatste plaats door de lichaamshouding van de Evangelist, die zoveel volksdomheid met bijna afgrijzen gadesloeg. Het Erbarme dich, weer door Alexander Chance, was ronduit van wereldklasse, zoveel emotie en beheersing tegelijkertijd, genuanceerd en hartverscheurend en met een affect dat door merg en been sneed – ik zat met open mond te luisteren, ook door de prachtige fraseringen in het orkest. Het koraal erna had een zilverachtige zindering, heel bijzonder.

 

 

Rust zacht

Het slotkoor was verrassend traag en aan de matte kant: de nadruk lag duidelijk meer op de ‘zachte rust’ die het koor Christus toewenst dan op het dan op het ‘angstige geweten’ waarmee het afscheid neemt van de zojuist omgebrachte Zoon van God – een duidelijke en verdedigbare keuze, maar niet de mijne, want ook aan de schrijnende dissonanten in de fluiten (de noten B-C, in het Duits H-C: Heiliger Christ, Bachs geheime verwijzing naar Kerstmis, waarmee de cirkel rond is) besteedde dirigent Masaaki Suzuki opvallend weinig aandacht, hoewel ze er niet minder om klonken, gelukkig. Suzuki zal al deze keuzen bewust gemaakt hebben, want hij is een overtuigd Christen, zo zegt hij zelf, en dat was goed te horen – misschien kan alleen een echte Christen dit werk naar waarde dirigeren?

 

 

Het resultaat was een doorleefde, zij het niet overdreven-dramatische, maar zeker indringende Matthäus-Passion die elke seconde boeide en waarin vrijwel steeds op wereldniveau werd gezongen. Maar verlos ons alsjeblieft toch van al die applausen tussendoor en tot slot: herstel de traditie, en laat de mensen, zoals in vroeger tijden, volkomen bedrukt en verslagen in stilte huiswaarts keren, waardoor de uitvoering ze een leven lang zal bijblijven.

Peter Schlamilch

 

 

Info:

https://www.bachvereniging.nl/matthaus-passion-2026

 

 

You May Also Like

Gouden duo Kian Soltani en Jae Hong Park besluiten tournee in Concertgebouw

Sterrencast met Netrebko redt Verdi’s Ballo in maschera in Berlijn

Minimal Music Festival opent met Moore en Vukosavljević

Muzikaal magistrale Elektra in Düsseldorf