Verwondering en ontroering op concert van pianist en componist Kimball Huigens

 

Stadia. Werken van Kimball Huigens (piano), Bartók, Borzelli, Sjostakovitsj, Segall, Brahms en Lipovsky. M.m.v. Sophie Huigens en Marjolein van Roon (blokfluit), Arturo Murazábal (cello), Bernd Brackman (piano), Eketarina Levental (mezzosopraan), Shura Lipovksy (zang). Gehoord: 8 maart, Uilenburgersjoel, Amsterdam.

Door Wenneke Savenije

 

Walvismuziek

Op 3 juni 2023 vond er in de Uilenburgersjoel in Amsterdam een heel bijzonder concert plaats: pianist Kimball Huigens (50) trad voor het eerst naar buiten als componist met zijn ‘walvismuziek’, een muzikale catalogus van de bultrugwalvis. Daar had hij twintig jaar lang aan gewerkt op een manier die vergelijkbaar is met de manier waarop Messiaen zijn Cataloque d’oiseaux componeerde. Violiste Liza Ferschtmann, pianisten Daniel Kramer en Bernd Brackman, mezzosopraan Ekatarina Leventhal, cellist Örs Kösceghy en zanger Gilad Nezer presenteerden die avond samen met Huigens zelf in wisselende samenstellingen uiterst fascinerende muziek, gebaseerd op de onderwatergeluiden van de bultrugwalvis, dat raadselachtige zoogdier waaraan Huigens zijn hart had verpand. De ‘walvismuziek’ van Huigens klonk niet als een slappe en slaapverwekkende imitatie van ontspannende walvisgeluiden, zoals populair in de New Age beweging (liefst op kitscherige wijze versterkt door een suffe synthesizer), maar als direct tot de verbeelding sprekende échte muziek, die boeide door haar wonderlijke ‘oerkracht’ en magische kleuren- en klankenrijkdom. Tijdens een interview dat aan dit concert voorafging, had ik al ontdekt dat Huigens, terwijl hij pratend, zingend en klikkend het notenbeeld van zijn composities verklaarde, met een getrainde stem moeiteloos de bultrugwalvisgeluiden kon imiteren. Even gemakkelijk deed hij dolfijnen, orka’s, vogels en gibbons na. Na afloop van het concert was iedereen het erover eens dat de walvismuziek van Huigens niet alleen ‘levensecht’, maar ook bijzonder ingenieus, inspirerend en ontroerend had geklonken. Helaas werd dit bijzondere concert door de pers niet opgemerkt. Huigens’ ‘walvissen’ verdwenen weer onder water om hun mysterieuze zwerftocht te vervolgen…

 

 

Stadia

En nu, twee jaar later, vierde Huigens zijn 50e verjaardag in de Uilenburgersjoel met al even originele muziek, maar ditmaal zonder de walvissen. Opnieuw had hij zich weten te omringen met interessante musici om zijn muzikale gedachten te kunnen uiten over de stadia van het leven, de metamorfoses waarmee alle organismen van de schepping te maken hebben, zoals een vlinder ontstaat uit een ei, een larve, een rups, pop en vlinder.  De fantasierijke en avontuurlijke Huigens, die bij mij altijd associaties wekt met Little Nemo in Slumberland, begon zijn concert met Twee dromende hoornraven (2024), een eigen compositie voor sopraanblokfuit en basblokfluit, vanaf de balkons gespeeld door Sophie Huigens en Marjolein van Roon, die je in de zaal niet zag maar wel hoorde. De wonderlijke toon was gezet, waarna Van Roon solo in Huigens op gibbon-geluiden geinspireerde Greeting- Ter nagedachtenis aan Jane Goodall (1925) op een Moldavische kaval een mysterieuze en tot de verbeelding sprekende ‘oerwoud-ode’ bracht aan de Koningin van de Chimpansees. Daarna maakte de pianist Huigens indruk met zijn krachtige, enerverende en persoonlijk gekleurde solo vertolking van Bartóks Suite op. 14 (1916). Huigens: ‘Deze suite betekent letterlijk opeenvolging en heeft voor mij oorzaak en gevolg als thema. De eerste drie deeltjes beschrijven telkens een grotere, wildere scène. Die mondt uit in het laatste deeltje, dat me aan een jammerklacht op een verlaten slagveld doet denken.’

 

 

Als Huigens al ergens steengoed in is, dan wel in het expressief overbrengen van zijn beleving van en associaties bij een partituur. Bartók klonk als een steeds woester dansend en stampend volksfeest met tragische afloop. Daarna leefde Huigens zich uit in het zijns inziens ‘prachtige, extreme en indringende’ Stalagma voor piano solo (2007) van Silvia Bozelli, die bij het concert aanwezig was. Zij schreef het heftige ‘protestwerk’ in reactie op de moord op Anna Politkovskaja in 2007. Ook hier wist Huigens de explosieve en dramatische ‘druppeling’ niet alleen hoorbaar maar ook voelbaar te maken, door zijn trefzekerheid en grenzeloze verbeeldingskracht. Huigens keerde terug naar een ingetogen, unheimische en melancholieke sereniteit in de Prélude en fuga in fis van Sjostakovitsj, een van zijn favoriete componisten, waarover hij als jongetje van veertien al een opstel schreef op de Vrije School in Amsterdam. Daarop verklankten cellist Arturo Murazábal en pianist Bernd Brackman expressionistisch en met overgave Huigens Stadia, een voorstadium van een beoogde Cellosonate die hij nog dit jaar hoopt af te ronden.

 

 

 

Wie achter is moet vóórgaan’

Na de pauze zong de altijd weer verbluffend muzikale, theatrale en ontwapenende mezzosopraan Ekatarina Leventhal Tres canciones bajao a luna op gedichten van Frederico Garcia Lorca (2024) van Huigens, die haar op de piano begeleide. Het duo liet in geanimeerde dialogen de teksten van Lorca en de bijzondere klanktaal van Huigens tot het hart en de verbeelding spreken in een regenboog aan emotionele schakeringen. Er volgde een speelse uitvoering van Huigens Tweestemmige Inventie (2023) door Huigens solo, gevolgd door Tiny Sonatina (2025), een humoristisch kort pianostuk van de ook zelf aanwezige componist Allan Segall, waarbij opviel hoe Huigens alle noten en frases als het ware met humor, kracht en empathie weet om te dopen tot ‘personages’ in een levendig verhaal. Toen was het tijd voor de schitterende Choral prelude voor orgel – Herzlich tut mir verlangen (1897) van Brahms, in een bewerking van Ferruccio Busoni. Huigens bleef uit de buurt van romantische zwaarte, maar gaf de zangerige noten op elegante wijze wel heel veel zeggingskracht mee, waarna hij solo vervolgde met zijn eigen verassend romantisch klinkende Choral prelude – ‘Wie achter is moet vóórgaan’ (2025), geinspireerd op het lied ‘Witte zwanen, zwarte zwanen.’ Tonaal en een beetje romantisch? Huigens: ‘Ieder idee voor een compositie vraagt om een andere aanpak, en om het idee recht te doen meende ik terug te moeten grijpen op een bestaande stijl.’

 

 

Gouden duo

Tot besluit van Huigens’ originele en betoverende concert volgden vier Jiddische liederen van Shura Lipovsky met wie Huigens regelmatig samenwerkt, waarbij hij in samenspraak met de zangeres liedbegeleidingen maakt bij haar Joodse ‘songs’. Hoe vruchtbaar die samenwerking is bleek uit het ontroerende resultaat: Lipovsky zong prachtig en Huigens omringde haar met betekenisvolle pianoklanken die extra betekenis en verdieping gaven aan haar poëtische, indringende en hartverscheurend mooi gezongen teksten.

Wenneke Savenije

Foto’s: Moniek Spaans e.a.

 

 

Toekomstmuziek:

Op 31 maart gaat tijdens de Bach weken in Lochem het volgende werk van Kimball Huigens in premiere, een trio voor blokfluiten, cello enklavecimbel, gespeeld door het Mirac Ensemble, zie https://lochemklassiek.nl

 

 

 

 

Nieuwsbrief:

Wilt u zich abonneren op de nieuwsbrief van Huigens, geef u dan op via kimballhuigens@gmail.com

 

Walvismuziek voor cello solo

 

 

In De Nieuwe Muze 2023- 3 groot interview met Kimball Huigens

 

 

You May Also Like

Zuidams Orewoet overtuigt maar deels

Jörg Widmann dirigeert spectaculaire Zevende Beethoven in NTR ZaterdagMatinee

Die Passagierin bij DNO indrukwekkend en muzikaal hoogstaand

Genieten van Beethoven en Stravinsky bij het NNO