Deutsche Staatsoper Berlin – Mooie Traviata met wisselende vocale prestaties

Giuseppe Verdi: La Traviata. Koor en orkest van de Staatskapelle Berlin o.l.v. Jérémie Rhorer. Met Jeanine De Bique (Violetta), Bogdan Volkov (Alfredo), George Petean (Giorgio Germont) e. a. Regie: Dieter Dorn. Gehoord: 16 juli 2025, Deutsche Staatsoper unter den Linden, Berlin

Door Peter Schlamilch

 

De geschiedenis van de Berlijnse Deutsche Staatsoper unter den Linden is een rijk en bewogen verhaal dat meer dan 280 jaar omspant. Opgericht in opdracht van de Pruisische koning Frederik de Grote was het het eerste vrijstaande operahuis in Duitsland en het grootste in Europa op dat moment. De opening vond plaats in 1742 met de nu volkomen onbekende opera Cesare e Cleopatra van Carl Heinrich Graun, wat ook het begin markeerde van de samenwerking met de Staatskapelle Berlin, een orkest met wortels in de 16e eeuw. In 1843 werd het gebouw vrijwel volledig verwoest door een brand, maar het werd snel herbouwd.

 

 

Socialistische esthetiek

In de jaren 1920 trok het theater gerenommeerde dirigenten aan zoals Wilhelm Furtwängler, Erich Kleiber en Bruno Walter. In 1925 ging Alban Bergs Wozzeck er in première onder leiding van Erich Kleiber, een belangrijke gebeurtenis voor de moderne opera. In 1928 werd het operahuis na een uitgebreide renovatie heropend met een nieuwe productie van Mozarts Die Zauberflöte.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het zwaar beschadigd door geallieerde bombardementen, waarbij het vrijwel volledig werd verwoest. Na de oorlog bevond de Staatsoper zich in Oost-Berlijn, onder controle van de DDR. Er werd gedebatteerd over een mogelijke herbestemming van het gebouw tot muziekacademie of zelfs sloop, maar in 1951 werd besloten tot wederopbouw, waarbij het interieur werd aangepast aan de – iets minder geslaagde – socialistische esthetiek van de DDR. De heropening vond plaats in 1955 met Wagners Die Meistersinger von Nürnberg, en het kreeg de naam Deutsche Staatsoper.

 

 

Minimalistische schijf

Tussen 2009 en 2017 onderging het theater een grote renovatie, waarbij het dak werd verhoogd, de akoestiek verbeterd en de capaciteit werd teruggebracht naar 1350 zitplaatsen. De heropening in 2017 werd gemarkeerd met premières van Humperdincks Hänsel und Gretel en Monteverdi’s L’incoronazione di Poppea. In 2023 trad Daniel Barenboim, die sinds 1992 Generalmusikdirektor (GMD) was, af en werd opgevolgd door Christian Thielemann. De Staatsoper is een van de meest prestigieuze operahuizen ter wereld, en mijn verwachtingen waren dan ook hooggespannen bij deze Traviata, die de 46e voorstelling was sinds de première in 2015. Helaas vond ik de pantomime, gespeeld door de hoofdrolzangeres zelf, die een dramatische doodsstrijd verbeeldde, nogal melodramatisch en over the top, net als de in doorzichtig folie ingepakte naakte dames (en één heer, geloof ik). Ook het decor, zo al daar sprake van was, viel tegen: een minimalistische schijf met daarop een bed was bijna het enige waar we het de hele avond mee moesten doen, wat voor de meeste operaliefhebbers toch echt te weinig is.

 

 

Perfecte stem

De eerste koorscène werd echter uitstekend gezongen, en de minimaal 60 zangers verlevendigden het beeld aanmerkelijk, hoewel wat requisieten of een paar kroonluchters nog meer hadden geholpen. Het koor zong voluit, actief en ritmisch en speelde altijd goed door. De Staatskapelle Berlin musiceerde, na even te zijn opgewarmd in de ouverture, op hoog niveau en begeleidde soepel, professioneel en vaak superzacht, wat vooral bij de ijle stem van de uit Trinidad afkomstige sopraan Jeanine De Bique (Violetta) geen overbodige luxe was: ze heeft een opmerkelijke techniek (als ex-operazanger mag ik dat zeggen), waardoor haar hoge noten penetrant en kelig tegelijk klinken, en in het midden- en lage register veelal te geforceerd, te zwaar en te donker voor de rol, waarbij haar intonatie dikwijls zeer te wensen over liet, ook door haar soms uitbundige vibrato. Haar tegenspeler, de Oekraiense tenor Bogdan Volkov (Alfredo), was echter een volkomen openbaring en een van de mooiste tenoren die ik ooit heb gehoord, en zeker de beste Alfredo – de man kan alles met zijn stem, heeft oneindig veel kleuren en een dito frasering, hij speelt goed (hoewel hij weinig chemie met zijn geliefde leek te hebben) en zingt daarnaast ook nog simpelweg beeldschoon. Prachtige messa di voce’s en een gloedvolle Italiaanse lyriek – ik neem aan dat elk theater in de wereld om hem vecht in deze rol, hoewel ik me Lenski (Jevgeni Onegin) maar ook Mozart-rollen uitstekend kan voorstellen: een heerlijke zanger, en zijn De’ miei bollenti spiriti was weinig minder dan geniaal: een perfecte stem hiervoor, met een heerlijke en gemakkelijke hoogte, een sublieme lyriek, frasering, ritme en intonatie… wow!

 

 

Actief en vurig

Niet heel veel minder van kwaliteit was de Roemeense bariton George Petean (Giorgio Germont), de bedroefde vader die het jonge geluk ruw komt verstoren: gezaghebbend, groots maar ook menselijk en vaderlijk, de ideale combinatie voor deze rol – hij vulde niet alleen de zaal, maar ook alle harten, zeker in zijn meesterlijke Di Provenza, meestal een nogal saai nummer, maar bij Petean een vurige smeekbede.

De Franse dirigent Jérémie Rhorer, die ook componist, fluitist en clavecinist is, hield de stevige Berlijnse musici uitstekend in balans met de zangers, en vuurde de zaak uitstekend aan waar nodig, hoewel echte grote climaxen uitbleven, ook omdat hij de koorfinale van de eerste akte veel te snel nam, waardoor Germonts vervloeking van zijn zoon niet dreunde, maar hupste. Dat was jammer, maar voor het overige koos hij vaak mooie tempi (de akoestiek is geweldig in dit theater) en was zeer betrokken met zijn zangers, die hij met enorme bewegingen, ver boven zijn hoofd, altijd actief en vurig, zijn aanwijzingen gaf.

 

 

Fenomenaal begeleid

Na de pauze, die werd verlegd naar vlak na het duet tussen Alfredo en Germont (een prima idee), barstte het spektakel meteen los met een uitstekend gezongen Zigeunerinnenkoor en een wat rommeliger Matadorenkoor (ook weer een tikkie te haastig en erg ‘Duits’ gezongen), en een vlotte kaartscène, fenomenaal begeleid door het orkest. De kleding verdient een speciaal compliment, want haar fleurigheid en kleurenrijkdom vormde eigenlijk het enige interessante visuele element in deze voorstelling. Jammer, want er werd, vooral door de manlijke solisten dus, heel mooi gemusiceerd en uiterst overtuigend begeleid.

Peter Schlamilch

 

Info:

https://www.staatsoper-berlin.de/de/veranstaltungen/la-traviata

You May Also Like

Zuidams Orewoet overtuigt maar deels

Jörg Widmann dirigeert spectaculaire Zevende Beethoven in NTR ZaterdagMatinee

Die Passagierin bij DNO indrukwekkend en muzikaal hoogstaand

Genieten van Beethoven en Stravinsky bij het NNO