Bloedeloze Tweede Mahler onder Karina Canellakis

Radio Filharmonisch Orkest en Groot Omroepkoor o.l.v. Karina Canellakis. Met Hanna-Elisabeth Müller (sopraan), Okka von der Damerau (alt). Gustav Mahler – Tweede symfonie ‘Auferstehung’. Gehoord: 13 juni 2026, TivoliVredenburg, Grote zaal, Utrecht*
Door Peter Schlamilch
Adembenemend was hij, de eerste inzet van het koor: zacht, dreigend en hoopgevend tegelijk, onhoorbaar beginnend en zacht-zoemend de Grote Zaal van Vredenburg in trilling brengend, alsof het hele universum meeluisterde – wat een meesterlijk koor is dit toch. Aufersteh’n, het eeuwige leven, ja, het bestaat echt, en eindelijk daalde de geest van Mahler over ons neer, maar hemeltjelief, wat hadden we daar lang op moeten wachten: de vijf kwartier daarvoor verliepen zó traag en zo spanningsloos, dat ik het gevoel had bij een openbare repetitie te zijn, en dan heb ik het niet over de kleine foutjes her en der die dit fantastische orkest normaalgesproken niet maakt. Kleine foutjes zijn voor deze recensent ook nooit zo héél belangrijk (hoe minder hoe beter natuurlijk), als ze maar gecompenseerd worden door een bloedmuzikale vertolking, maar ik moet dit keer echt streng zijn: zo onmuzikaal hoorde ik een Mahlersymfonie nog nooit.

Ineenstorten van je leven
Chef-dirigent Karina Canellakis slaagde er niet in de volkomen fundamentele cello/contrabas-uitbarsting in maat 2 gelijk te krijgen, maar veel erger: er was niets van Mahlers oerwoede en kokende bloed in te bekennen. Die furieuze beginnoten zijn de kern van waaruit het hele werk ontploft – furie, frustratie, geschreven in moeizame jaren met verdriet en rouw, waarin de grote Wener worstelde met existentiële en filosofische thema’s zoals dood, het leven na de dood en de zin van het bestaan. De eerste vier delen verliepen in oersaaie, trage tempi, nergens stormde of woedde het en de climaxen waren allemaal keurig in de maat, alsof de partituur niet alleen maatstrepen bevatte maar compleet op ruitjespapier was geschreven. Er werd nergens ‘gezongen’, vrolijk of dramatisch uitgespeeld, en Canellakis’ zgn. ‘klikslag’ – een slagtechniek waarbij zeer helder, puntig en klein vanuit de pols wordt getakteerd – past misschien uitstekend bij ritmisch complexe moderne muziek, maar is volledig ondenkbaar in een Mahlersymfonie. Gevolg was dat bijna niets stroomde, niets vloeide en dat vrijwel nergens van een organische op- of afbouw sprake was – verschillende vormdelen stonden los en verweesd naast elkaar, overgangen verliepen slordig of niet-organisch en inzetten waren vrijwel nooit gelijk, ondanks die heldere, wat schoolse slag. De fortissimo-triolen in de laatste vijf maten van het eerste deel, chromatisch dalend over twee octaven, waren niet in Tempo I, zoals Mahler erbij schreef (dus Allegro maestoso), maar in een soort plechtig andante, waardoor het effect ervan, het compleet ineenstorten van je leven, totaal uitbleef en meer op een soort vingeroefening leek. Onnodig te zeggen dat de door Mahler verplichte pauze erna van 5 minuten, niet gehonoreerd werd – hoefde ook niet, want er was geen spanning die weg moest ebben.

Bitterzoete ironie
Niet dat het Radio Filharmonisch niet mooi speelde, integendeel: dit orkest, dat vandaag haar 80-jarige bestaan viert, kán, net als die twee andere toporkesten in ons land, helemaal niet matig spelen. We hoorden prachtige trompet-, viool-, althobo- en paukensolo’s, en het fluitspel van Ingrid Geerlings was als altijd een droom. Maar wat doe je als topsolist (de solisten uit het RFO zijn stuk voor stuk musici van wereldklasse) als alles om je heen stil staat en bloedeloos is? Het beste ervan maken, jazeker, maar dat is zwaar.

‘Het belangrijkste staat niet in de noten’ is Mahlers gevleugelde uitspraak, en zo is het natuurlijk, maar dat belangrijkste kwam ook in het tweede deel niet uit de verf: ook hier weer slome tempi en onsamenhangende themablokken, geen quasi-venijnige sprankeling in de strijkerstriolen en weer nergens richting of agogiek: alles was keurig in de maat, dat wel, maar daar gaat het bij Mahler nu juist niet om: zie Haitink. Van de bitterzoete ironie van de vispredicatie van de arme en gefrustreerde Sint-Antonius van Padua (vandaag is zijn sterfdatum) was weinig te merken – mit Humor schreef Mahler, toch bepaald geen lachebekje, er nog bij, maar het was helaas aan net zulke dovemansoren gericht als bij de vissen in het water, voor zover die oren hebben: niets van te merken en futloos.

Overwinning op de dood
Mezzosopraan Okka von der Damerau bracht gelukkig wat leven in de brouwerij, hoewel Mahler natuurlijk een alt had voorzien en geen mezzo, maar ze zong, na wat aarzelende openingswoorden (vrijwel alle zangers zijn hier als de dood voor omdat ze, helemaal alleen, een halve toon hoger moeten inzetten dan het vorige accoord) prachtig, helder en vooral met een mooie, warme, integere, volstrekt onijdele en onschuldige uitstraling, bijna lied-achtig, die goed bij de hoopvol-naïeve tekst paste – heel mooi, hoewel misschien de woorden Der Mensch liegt in größter Not! Der Mensch liegt in größter Pein! wat indringender hadden gemogen.

Sopraan Hanna-Elisabeth Müller deed het ook uitstekend, en bracht wat verlichting met haar heldere, kristalachtige stem, die ons beloofde na onze dood niet te vergeten te worden maar als korenschoven weer te worden verzameld. Na vele, vele stilstaande momenten brak dan toch het hierboven beschreven laatste kwartier aan, en dat was gloedvol, indringend en magistraal, wat natuurlijk voor het grootste deel op het conto van de componist zelf geschreven werd, want dit slotstuk is gewoon niet kapot te krijgen: wát een noten, wat een zetting en vuur, en wat een teksten!

Maar ook: wát een heerlijk zingend koor, een eindelijk vrijuit spelend orkest en wát een spektakel in koper en slagwerk. Jammer van het dirigententrucje om een lange pauze te laten na het slotaccoord, want, hoewel die stilte na langzame delen vaak prachtig kan werken, moeten Mahlers slotnoten juist hier overgaan in luidruchtig en bevrijdend applaus en bijval – de totale overwinning op de dood. Nou ja, je kunt niet alles hebben.
Peter Schlamilch
* Deze recensie betreft de live-versie in de zaal. De concertregistratie kan, door de opnametechniek, uiteraard afwijken.

Info: radiofilharmonischorkest.nl