Waarom is violist Marc Bouchkov niet nog veel bekender?

Winteravonden aan de Amstel. Marc Bouchkov, viool en Ohad Ben-Ari, piano. Werken van: Brahms, Messiaen en Beethoven. Gehoord: Muziekgebouw aan het IJ, Amsterdam, 14 december 2025
Door Willem Boone
Superbe vioolspel
Bij sommige musici kun je je erover verbazen waarom ze eigenlijk niet bekender zijn. Violist Marc Bouchkov geeft les aan de Folkwang Universität der Künste in Essen en aan het Conservatoire Royale de Liège. Hij speelt in elk geval regelmatig soloconcerten in Amsterdam. Toch kom je zijn naam niet echt veel tegen en opnames maakt hij nauwelijks, terwijl een collega als de Fransman Renaud Capuçon de ene na de andere cd uitbrengt (soms op meer dan één label tegelijk!) en daarbij vaak maar matig overtuigt. Dat is spijtig, gezien het superbe spel en het consistent hoge niveau van de uitvoeringen van Bouchkov. De avond begon stemmig met de ‘Regensonate’ (genoemd naar het lied ‘Regen’van Brahms, waaruit hij motieven in deze sonate gebruikt), nr 1 in G opus 78. Dat was een goede keuze, want deze muziek is van een intiem karakter, waarmee je op geschikte manier de toon voor de avond kunt zetten. Direct bij de inzet van het Vivace, ma non troppo viel op hoe ‘sweet’ de toonvorming van Bouchkov is. Zijn spel straalde rust uit en deed alle recht aan Brahms’ aanduiding ‘ma non troppo.’ De Franse pianist Lucas Debargue was door ziekte verhinderd en werd te elfder ure vervangen door de Israëlische pianist Ohad Ben-Ari. Deze speelde mooi, maar aan het begin nog wat discreet. Later greep hij alsnog wanneer nodig in de toetsen en de gehele avond toonde hij zich een uiterst begripvolle partner. Zijn inzet van het Adagio was aanvankelijk fors, maar daarna nam hij mooi terug. Beide musici wisten heel goed het tedere karakter van deze muziek te treffen. De violist imponeerde met zijn meesterlijke opbouw en de volheid van zijn toon en dat in alle dynamisch denkbare schakeringen. Bijzonder fraai was zijn pianissimospel aan het eind van het langzame deel. Ook in het laatste deel, Allegro molto moderato, liet Bouchkov horen dat hij kan fluisteren op zijn instrument. Als je naar hem kijkt, dan lijkt viool spelen voor hem een tweede natuur of eigenlijk de gewoonste zaak op de wereld. Wanneer nodig kan hij ook bijzonder gepassioneerd spelen, zoals bleek uit een passage in het midden van dit derde deel. De laatste frases klonken daarentegen weer liefdevol, zoals eigenlijk voor de hele uitvoering gold.

Messiaen
Als tweede volgde een werk dat relatief vroeg in het oeuvre van Olivier Messiaen ontstond: Thème et variations. Ook al speelde Bouchkov hier niet heel luid, zijn toon had focus. In de eerste variatie, modéré, werd zijn toon schrijnend. Het ging om sobere, soms bijna kale muziek, waar de stijl van Messiaen al herkenbaar is in de schrijfwijze van de pianobegeleiding. Het spel van beide musici was opnieuw eensgezind. Indrukwekkend was de laatste variatie, Très modéré, waar de violist extatisch klonk, met op de achtergrond de uit graniet gehakte akkoorden van de piano. In de programmatoelichting stond voor de slotepisode onder meer het woord ‘vreugdevol’ beschreven. Dat hoorde ik er, in tegenstelling tot de term ‘mystiek’, niet in, maar imposant was het zeker. Dat gold ook voor het diminuendo aan het eind.

Intense lezing Beethovens Kreutzer
Op een bepaalde manier liep er een rode draad door dit programma, in die zin dat het zich achtereenvolgens tussen ‘lyrisch’, ‘extatisch’ en ‘gepassioneerd’ bewoog. Dat wat met de laatste variatie van Messiaen ingezet was, kwam bij Beethoven in diens ‘Kreutzersonate’ tot volle bloei. Als er ergens in deze sonate ongeremde hartstocht wordt uitgedrukt, dan is het wel in het eerste deel, Adagio sostenuto-presto. De viool en de piano zijn hier volledig aan elkaar gewaagd en beide instrumenten wedijveren om het hardst. De inzet van Bouchkov van het Adagio sostenuto was al direct intens. In Beethoven liet hij een andere kant van zijn talent zien, namelijk om met bezetenheid te spelen, zonder daarbij de controle te verliezen. Hij kreeg daarbij uitstekend weerwerk van pianist Ben-Ari, die zijn partij met ogenschijnlijk gemak speelde. Het was knap hoe hij er daarbij in slaagde om de violist steeds te ondersteunen, zonder hem ook maar een moment te overstemmen. In het lange tweede deel, Andante con variazioni, was het mooi om te zien hoe beide musici elkaar steeds de bal toespeelden en op elkaar reageerden. Bouchkov liet nog een keer horen dat hij alle denkbare klanken uit zijn viool kan halen. Die waren in dit deel overwegend teder. Het derde deel, Finale presto, werd een wilde galop, waar toch ruimte voor verfijning was. Er was exuberant spelplezier, maar nooit overdreven vertoon van virtuositeit. Beide musici zijn een voorbeeld van onzelfzuchtig, egoloos musiceren, waar alles oprecht overkomt.

Ovationeel applaus
Het publiek beloonde deze prestatie met een ovationeel applaus en er volgde – aldus Bouchkov – een ‘passende toegift voor een mooie avond’: de bewerking die Heifetz maakte van het lied ‘Beau soir’ van Debussy. Het was met recht een passende afsluiting, niet alleen vanwege de fraaie bewerking, maar ook omdat de viool hier echt zong. Het klonk werkelijk als een lied en het vormde een klein wonder van verfijning. Wat jammer dat het concert hier eindigde: beide musici hadden alles gegeven, maar met spel op dit niveau krijg je er niet zo snel van genoeg van. Dan zou je nog lang willen doorluisteren….
Willem Boone
Info:
www.winteravondenaandeamstel.nl
www.muziekgebouw.nl

Interview met Marc Bouchkov:
https://www.muziekgebouw.nl/nl/marc-bouchkov-klassieke-muziek-is-niet-voor-luie-mensen-xdlb