4 x de Matthäus-Passion, 1 x de Johannes-Passion en vrouwenleed in Passio

Matthäus-Passion. Gehoord: Orkest van de 18e eeuw en Cappella Amsterdam en solisten o.l.v. Daniel Reuss, 26 maart 2026, Muziekgebouw; Concertgebouworkest, Nederlands Kamerkoor, Nationaal Kinderkoor en solisten o.l.v. Klaus Mäkelä, 27 maart, Concertgebouw; Nederlands Kamerorkest, Nationaal Gemengd Jeugdkoor, Nationaal Jongenskoor en solisten o.l.v. Ivor Bolton, 28 maart; Raphaël Pichon, Pygmalion, Kinderen uit het Nationaal Kinderkoor, Nationaal Jongenskoor en solisten, 31 maart, Concertgebouw, Amsterdam. Johannes-Passion: Nieuw Bach Ensemble, Collegium Delft o.l.v. Krijn Koetsveld en solisten, Waalse Kerk Amsterdam. Passio: 4 april, Korzo Theater, Den Haag.
Door Wenneke Savenije
Vrede door dialoog
Het lijden van Jezus Christus zit erop. Hij heeft de kruisweg doorstaan en is, drie dagen na zijn kruisiging op Goede Vrijdag, herrezen uit de dood. Voor wie gelooft draait Pasen om de overwinning op de dood, vergeving van schuld en boete en nieuw leven. Eieren, kuikentjes en bloemen staan symbool voor dit nieuwe leven (de lente). Om dat te vieren zochten kinderen naar beschilderde eieren en chocoladepaashazen en is er met Pasen heel wat af gebrunched. Het wachten is nu op Hemelvaart en het neerdalen van de Heilige Geest met Pinksteren. Hopelijk kan die met zijn bovennatuurlijke krachten een zinvolle bijdrage leveren aan het in toom houden van de ongeleide projectielen onder de machthebbers op aarde. Immers: ‘Hij kan ons leiden bij het nemen van beslissingen en ons behoeden voor lichamelijk en geestelijk gevaar.’

In Rome riep Paus Leo XIV de wereldleiders op om een einde te maken aan de conflicten die overal ter wereld woeden: ‘Laat zij die de macht hebben om oorlogen te ontketenen, kiezen voor vrede. Geen vrede die met geweld wordt afgedwongen, maar vrede door dialoog.’ Goed idee. Ook Bach heeft in zijn passiemuziek de dialoog tot (levens)kunst verheven. De dialoog vormt de structuur van zijn Matthäus Passion 1727, herz. 1736) en Johannes Passion (1724, herz. o.a. 1725, 1730, 1740). De Matthäus-Passion is het meest uitgewerkt, uitgebalanceerd en monumentaal, de Johannes-Passion is korter, rauwer en experimenteler. Maar in beide werken vormen dialogen de essentie: 1) letterlijk en dramatisch in de muzikale interacties tussen de evangelist en de personages (Jezus, Pilatus, Petrus enz.), 2) tussen individu en collectief (solisten en turbae, oftewel de menigte) en 3) tussen verhaal en reflectie (recitatief als gebeurtenis, de aria als persoonlijike reactie en het koraal als collectieve reactie). En dan zijn er ook nog de dialogen tussen de twee orkesten, de strijkers, de blazers en de zangers, tussen de dirigent en zijn ‘instrumentarium.’ Zo zette Bach de dialoogvorm op holistische wijze in om te komen tot een meerlagige muzikale structuur waarin verhaal, reflectie en gemeenschap voortdurend met elkaar in gesprek zijn. Hij creëerde een universele en polyfone dialoog op muzikaal, theologisch en psychologisch niveau en het verbluffende resultaat is nog atijd een godsgeschenk.

Laboratorium en kathedraal
Verleden week ben ik naar vier Matthäus-Passions, een Johannes-Passion en Passio, een experimentele passie over het lijden van vrouwen, geweest om opnieuw tot de conclusie te komen: Bach was een genie, hij schreef alles ter ere van God, maar voor mij is hij God. Zijn magistrale muziek omvat zoveel wijsheid, spirituele diepgang en diep doorleefde menselijkheid dat ik ervan overtuigd ben dat als iedereen zijn passies vaker zou beluisteren, de wereld er een stuk vreedzamer, verzoendender en berustender uit zou zien. De Johannes-Passion is als het ware Bachs laboratorium en de definitieve versie van de Matthäus-Passion zijn hemelhoog reikende kathedraal, waarin leven en dood met elkaar worden verzoend vanuit het perspectief van Gods oneindige goedheid. Pijn, schuld en spanning worden omsloten door genade, woede verandert in medelijden en barmhartigheid, wanhoop transformeert tot aanvaarding, berusting, troost en vrede. De Matthäus-Passion duurt zo’n 2.40 tot 3 uur, de Johannes-Passion 1.50 tot 2.15 uur, dus je moet er wel wat voor over hebben om Bachs wijsheid ter ere van God tot je door te laten dringen. Dat kost mijzelf geen enkele moeite, want hoe vaker je zijn passies hoort, hoe mooier, verrassender en ontroerender ze worden, ongeacht het niveau van de uitvoering ervan. Klaus Mäkelä geeft er in Preludium de volgende verklaring voor: ‘Bachs passies bieden bieden een universele basis voor zelfreflectie. De existentiële problemen van de mens zijn namelijk dezelfde als driehonderd jaar geleden; een meesterwerk als de Matthäus-Passion leert ons ermee om te gaan. Het stuk vertelt ons een verhaal dat ons een spiegel voorhoudt en tegelijkertijd rijk is aan symboliek. Bach neem je mee op reis naar alle dimensies van het leven. De muziek werkt louterend, is vaak ontroerend en kan veel troost bieden, maar bevat ook heel heftige, bijna choquerende momenten. Het is gewoon een onsterfelijk kunstwerk dat nooit uit de mode raakt. Het heeft niets aan kracht verloren – integendeel: met iedere uitvoering krijgt de muziek meer betekenis.’

Natuurlijk ademende Matthäus-Passion o.l.v. Daniel Reuss
De eerste Matthäus-Passion die ik hoorde was die van het Orkest van de Achttiende Eeuw, Cappella Amsterdam en het Nieuw Amsterdaams Kinderkoor o.l.v. Daniel Reuss in het Muziekgebouw aan ’t IJ op 26 maart. Met als solisten de Britse sopraan Rowan Pierce (fris en krachtig, met een soms iets te heftig vibrato in haar stem), de Noorse Marianne Beate Kielland (prachtige warme stem, natuurlijke expressie, soms zelfs een beetje sensueel), de Ierse tenor Thomas Walker (geconcentreerde, dramatisch sterke evangelist), de doorgewinterde Tsjechische bariton Tomáš Král en solisten uit het koor, waarvan vooral de oermuzikale Cubaanse bas René Ramos indruk maakte. In het Nieuw Amsterdam Kinderkoor zong vol overgave het kleinzoontje van wijlen Frans Brüggen mee, doordrongen van Bachs ‘heilige noten’ en ogend zoals zijn grootvader in zijn jonge jaren. Zonder op details in te gaan, heb ik genoten van de verheffende lichtvoetigheid waarmee Reuss & co de Matthäus-Passion uiteenzette in milde tempi, dansachtige bewegingen, admende fraseringen, goed gedoseerde contrastwerkingen en trasparante struvturen. Reuss liet Bachs partituur van binnenuit voor zizhzelf spreken, goudeerlijk, genuanceerd en organisch, zonder Bachs meesterwerk nog mooier te willen maken. Dat vertaalde zich in een vibratoloze maar warme orkestklank, heldere koorzang en ingetogen solisten die zich fraai in het geheel van koor en orkest voegden. In zijn doeltreffende eenvoud klonk het prachtig en aangrijpend in de mee-resonerende ruimte van het Muziekgebouw.

Mäkelä’s eerste Matthäus
De dag daarop dirgeerde een zichtbaar onder de loden last van de traditie gebukt gaande Klaus Mäkelä het Concertgebouworkest (KCO), het Nederlands Kamerkoor (NKK), het Nationaal Kinderkoor en befaamde solisten zijn allereerste Matthäus-Passion in het Concertgebouw. Kritiek kon niet uitblijven, want was het niet een beetje aanmatigend van de pas 30-jarige toekomstige chef-dirigent van het KCO om zich nu al aan Bachs onsterfelijke meersterwerk te wagen? Terwijl een ervaren dirigent als de 83-jarige Hartmut Haenchen, die al op zijn tiende meezong in het jongenskoor bij uitvoeringen van de Matthäus-Passion, er zo’n 75 jaar op gestudeerd heeft en met het dirigeren ervan, onlangs bij het Noord Nederlandse Orkest, gewacht heeft tot op hoog-bejaarde leeftijd? In de pers werd Mäkelä’s Matthäus al bijna bij voorbaat omlaag geschreven als nog te onrijp, te onervaren, te langzame tempi en zo nog veel meer negatiefs, waarmee ik het in één opzicht eens ben: slecht gekozen topsolisten (Maximilian Schmitt als evangelist, Matthew Brook als Christus, Julia Lezhneva als sopraan, Tim Mead als countertenor, Luarence Klsby als tenor en Krešimir Stražanac als bas), die te weinig affiniteit met hun rollen in Bachs passie hadden en het beter zouden hebben gedaan bij De Nationale Opera, met uitzondering van de indrukwekkend zingende countertenor Tim Mead. Maar Mäkelä zelf, die duidelijk veel geluisterd had naar historische opnames van Mengelberg, Klemperer en andere grote voorgangers, ontroerde me door de nederigheid en het immense respect waarmee hij Bachs Matthäus-Passion benaderde in rustig golvende armbewegingen, ingetogen en sereen, voor zijn doen nauwelijks bewegend (waarbij hij van achteren gezien regelmatig in een soort ‘kruistand’ belandde), intens luisterend en het verhaal van de muziek meebelevend, erop vertrouwend dat koor en orkest (op een enkeling na niet vribrerend) veel meer ervaring met deze muziek hebben dan hijzelf. Na de pauze werd zijn zware en nederige directie gaandeweg wat persoonlijker en daarmee intenser en geloofwaardiger, culminerend in een bloedstollende stilte van – zo leek het tenminste – wel drie minuten nadat de slotmaat geklonken had, een magisch moment.

Bevlogen en met kennis van zaken
Een dag later hoorde ik, ook weer in het Concertgebouw, mijn derde Matthäus-Passion door het zijn 70e verjaardag vierende Nederlands Kamerorkest, het Nationaal Gemengd Jeugdkoor en het Nationaal Jongenskoor o.l.v. Ivor Bolton, de ervaren plaatsvervanger van René Jacobs die wegens persoonlijke omstandigheden had moeten afzeggen, met als solisten de geanimeerd solereende en veelzijdige tenor Mark Milhofer (evangelist & aria’s), de imposante, soms een beetje ‘loeiende’ bas Johannes Weisser (Christus), de wat ‘koude’ sopraan Birgitte Christensen, Olivia Vermeulen met haar prachtige warme altstem en de fraaie en genuanceerde bariton Christian Senn. Bolton dirgeerde bevlogen en met veel kennis van zaken, maar zijn expressieve gestiek werd niet altijd begrepen en opgepakt, de koren zongen enthousiast en vol overgave maar soms wat ongelijk, onzuiver of bij vlagen te hard, de solisten waren afwisselend echt mooi of wel ok, en het ook hier niet vibrerende orkest hield het midden tussen een authentiek en een modern musicerend orkest.

Pichon & Pygmalion
Op 31 maart volgde, wederom in het Concertgebouw, de meest spectaculaire, spannende, en theatrale uitvoering van de Matthäus-Passion door de spraakmakende, in de pers gehypte Franse barokdirigent Raphaël Pichon en zijn Pygmalion-ensemble, met de ontwapend zingende Kinderen uit het Nationaal Kinderkoor en Nationaal Jongenskoor en een uitstekende, imposant solerende ‘cast’ aan vocale (barok)solisten van hoog niveau: tenor Julian Prégardien (evangelist), bariton Stéphane Degout (Christus), bas-bariton Christian Immler (Pilatus), sopraan Julie Roset, sopraan Maïlys de Villoutreys, alt Lucile Richardot, counter-tenor Paul-Antoine Bénos-Djian en tenor Zachary Wilder. Pichon voegde bewust visuele elementen aan zijn meeslepende uitvoering toe, door de belichting in de zaal af te stemmen op het lijdensverhaal – warm geel en bloedrood bij het begin, later ijzig wit en koud, daarna paars en donker enz – en hij liet het koor van achteruit de zaal opkomen, zodat er al bij het openingskoor een kruisvorm ontstond. Bijna bezeten dirigeerde Pichon de harteklop in de bassen waarmee de passiemuziek begint, terwijl ook geen detail in de hogere stemmen aan zijn aandacht ontsnapte. Muzikaal koos hij voor transparantie, extreem intense bewegingskracht, scherpe articulatie en rijke dynamische schakeringen, met contrastrijke tempi, een ijzersterke spanningsopbouw en vooral in de hogere regionen een fraai resonerende samenklank, Was er voor de pauze nog wel wat kritiek mogelijk op de extreme tempowisselingen en de nerveuze energie van het geheel, na de pauze werd Pichons versie van de Matthäus-Passion werkelijk adembenemend door de klankschoonheid van de koralen, de solisten en zijn Ensemble Pygmalion. Na afloop werd Pichon bejubeld als ware hij een popster.

De Johannes van Krijn Koetsveld
En toen beluisterde ik ook de Johannes-Passion, op 2 april in de sfeervolle en totaal uitverkochte Waalse Kerk, met het Nieuw Bach Ensemble en Collegium Delft o.l.v. Krijn Koetsveld, met als soliede solisten William Knight (evangelist & tenor-aria’s), Matthew Baker (Christus), sopraan Helena Bickel, countertenor Tobias Segura Peralta en bas Timothy Nelson. Meteen viel op hoe fijn het is om Bachs passiemuziek in een kerk te horen die qua grootte wel enigszins vergelijkbaar is met de Thomanskirche in Leipzig, waarvoor ze geschreven werden. Krijn Koetsveld: ‘Al bijna 40 jaar brengt ons ensemble dit werk, niet uit traditie, maar omdat het ons nog steeds boeit, aangrijpt en verrast. De rijkgeschakeerde uitdrukking langs de lijnen van het lijden van een mens gaat ons allemaal aan. De Johannes-Passion is een hoogtepunt in wat muziek kan toevoegen, verduidelijken en oprakelen in alles wat we zijn. Het overrompelende drama van de Johannes-Passion brengt intense emoties tot leven – onuitsprekelijke liefde, verlies, verraad – en maakt elke rol persoonlijk door de veelkleurige oplaaiende gevoelens, die allemaal terug te brengen zijn tot de oorspronkelijke bijbeltekst. Of het nu de eerste keer is dat u dit werk hoort of de zoveelste keer, er is altijd iets nieuws te horen en te voelen. Juist nu, in een wereld vol onrust, zal de Johannes-Passion die wij brengen u en ons wederom ten diepste raken, en een baken van hoop bieden.’ Als echte kenner lichtte Koetsveld de betekenisvolle schrijwijze van Bach toe aan de hand van enkele magische momenten uit de Johannes-Passion, die vervolgens met veel overtuigingskracht, goed gezongen, helder van structuur, raak qua spanningsopbouw en timing, hooguit af en toe iets gedetailleerd ten koste van de samenhang, maar vol heilige toewijding en emotie werd uitgevoerd. In alle passies die ik hoorde leverden de gambisten, die vroeger nogal eens vals speelden of tergend aan het tempo trokken, knappe prestaties, lag het niveau van zangers, koren, orkesten en dirigenten doorgaans hoog en werd Bach in meer of mindere mate uitgevoerd met de theoretische kennis uit de historisch geinformeerde muziekpraktijk in het achterhoofd, maar geleid door liefde en bevlogenheid vanuit het hart, met veel respect en eerbied voor Bach. Terecht want mooiere muziek bestaat niet.

Passio
Tot besluit ging ik op 3 april naar het Korzo Theater in Den Haag om Passio, een ‘origineel oratorium’ van pianiste en componiste Lucie de Saint Vincent, de Amerikaanse sopraan en maker Maribeth Diggle en een team van internationale artiesten te gaan beluisteren, een soort experienteel en associatief lijdensverhaal van vrouwen over vrouwen, dat deze maand ook wordt opgevoerd in Washington D.C. als onderdeel van Passion Plays/ A Festival. Daarna gaat de voorstelling op tournee door Nederland, België, Frankrijk en de Verenigde Staten in seizoen 2026/27. Volgens Lucie de Saint Vincent is Passio veel meer dan een muziekwerk: ‘Het is een collectieve vertelervaring. Gebaseerd op traditionele passieverhalen, herinterpreteert het thema’s als offer, verraad, verdriet en transformatie door een hedendaagse lens – verteld vanuit het vrouwelijke en non-binaire perspectief over culturen en generaties heen. Het werk is geworteld in stemmen die we te zelden op grote podia horen en is samen gecomponeerd via interviews en creatieve uitwisseling. Naast mijzelf en Maribeth Diggle, omvat de voorstelling kunstenaars als Laïla Amezian, Alejandra Borzyk, Gaia Saitta, Rajna Swaminathan en Tina Chancey in een rijke muzikale mix van jazz, Zuid-Aziatische percussie, barokke snaren en uitgebreide vocale tradities. Wij geloven dat Passio een krachtige bijdrage levert aan de culturele alliantie tussen onze landen en culturen – vooral in een tijd waarin grensoverschrijdende samenwerking en gedeelde menselijke verhalen urgenter voelen dan ooit.’ Aan ambities ontbreekt het niet, denk je bij het lezen van al deze omschrijving die het in kringen van subsidiegevers goed zal doen. Maar waar gaat het nu eigenlijk over? Is er een verhaal over ‘het lijden van vrouwen in religieuze tradities,’ wordt dat lijden verbonden met het heden, is er een plot, is er een structuur, is er een thema, is het theater of een oratorium, wordt er geïmproviseerd of is de muziek uitgeschreven, is er een boodschap?

Wie met dat soort vragen in zijn hoofd de voorstelling bezoekt zal weinig antwoorden vinden. Want al wordt er sfeervol gespeeld met de ruimte, een paar decorstukken en de belichting, en zien de dames er quasi nonchalant en artistiek uitgedost uit, er is duidelijk geen sprake van tijd, plaats en handeling in Passio. De meeste vrouwen zijn aardige entertainers, maar een verhaallijn ontbreekt zodat ze maar wat rond schuifelen op het toneel, flarden tekst uitkramen over grenzeloos lichamelijk en geestelijk lijden van de vrouw, met brandende kaarsjes licht in de duisternis brengen, om beurten iets spelen (piano, viola da gamba, viool, saxofoon, mridangam) en of zingen, soms samen met anderen, soms alleen, of op hoge trappen klimmen om een uiterst vaag tafereel van rookpluimen op de achterwand uit te beelden.

De rode lijn in al dit theatrale en visuele ‘gedoe’ is de muziek, die best aardig is, niet in de laatste plaats door het krachtige en vaak swingende pianospel van Lucie de Saint Vincent, het bezwerende getrommel en de prachtige zang van Rajna Swaminathan, het stoere saxofoonspel van Alejandra Borzyk, de dappere storytelling van de zichzelf op viola da gamba begeleidende Tina Chancey en de smachtende zang van de van origine Marokkaanse Laïla Amezian. Maribeth Diggle bleek de meest indrukwekkende zangeres. Ze bewoog zich moeiteloos door verschillende muziekstijlen heen, waarin af en toe ook flarden uit de passies van Bach te herkennen waren. Per scherm sprak de Afrikaans-Amerikaanse kunstenaar, beeldhouwer, quilter, performancekunstenaar, installatie-kunstenaar, graficus, docent en pedagoog Joyce J. Scott (1948), gekleed in een kleurrijk kostuum, vanaf haar Seat of Knowledge het publiek toe met humor en wijze woorden, die helaas niet goed te verstaan waren. De kruisiging is vrouwen bespaard gebleven, maar voor de rest hebben vrouwen door de eeuwen heen heel wat afgeleden – neem alleen al de heksenverbrandingen, de onbeschrijflijke pijn van vrijwel elke bevalling, de pijn over mishandeling en femicide en de pijn om altijd maar weer als tweedrangsburger behandeld te worden – en dat is nog teeds zo. Voor al dat lijden is nog altijd niet genoeg begrip en erkenning, maar of Passio daar in al zijn grenzeloze vaagheid iets aan zal veranderen is zeer de vraag. Misschien hoeft dat ook niet. Maar ik mistte een verhaallijn, een plot en betekenisvolle dialogen, met elkaar, met de muziek en met het publiek.
Wenneke Savenije

Info:
https://www.inseries.org/post/passio