Pianiste Alexandra Dovgan is een groot talent, maar speelt soms onevenwichtig

Werken van Chopin (Barcarolle, Sonate nr 3 in b opus 58), Franck (Prélude, choral et fugue) en Prokofiev (Sonate nr 2 in d opus 14). Gehoord: Concertgebouw Amsterdam, 19 april 2026

Door Willem Boone

 

Aangeprezen door Sokolov

Alexandra Dovgan speelde in 2019 voor het eerst in de Grote Zaal in het ‘voorprogramma’ van meesterpianist Grigory Sokolov. Hij had haar aangeprezen en een aanbeveling van zon’n ‘monstre sacré’ (die zich bovendien niet vaak uitlaat over collega’s!) moet je serieus nemen. Dovgan was toen nog een aandoenlijk wonderkind van 12 jaar oud dat inderdaad erg goed speelde. Inmiddels is het ‘schattige’ eraf en is zij een jonge vrouw geworden, maar eigenlijk is ze met haar 19 jaar nog steeds piepjong. Veel artiesten hebben geworsteld met de overgang van voormalig wonderkind naar jongvolwassen musicus: hoe houd je je staande als je ‘ineens’ deel uitmaakt van een wereld van volwassenen?

 

 

Uitstekende dispositie

Dat deze jonge pianiste over een grote dispositie voor het instrument en eminente gaven beschikt is buiten kijf. Zo heeft zij een uitstekende toonprojectie, die ervoor zorgt dat ze in alle hoeken van de Grote Zaal te horen is. Verder is haar stemvoering bijzonder: ze besteedt zorg aan haar linkerhand en haalt motieven en noten in die hand naar voren. Natuurlijk heeft ze een uitstekende techniek en ook temperament, hoewel dat laatste soms voor een bepaalde ongedurigheid in haar spel zorgt. Ondanks dat alles kan ik me voorstellen dat ze nerveus geweest moet zijn voor een ‘echt’ recital in zo’n mythische zaal. Als volwassen artiest word je immers anders beoordeeld dan als wonderkind. Dat kan de reden geweest zijn dat er in de Barcarolle van Chopin, waarmee ze haar recital opende, onwennigheid doorklonk. Haar lezing leek op twee gedachten te hinken: aan de ene kant was haar spel ingetogen, aan de andere kant stevig, waarbij ze in de climaxen versnelde. Daarbij moet gezegd worden dat deze compositie niet de gemakkelijkste is om een recital mee te openen.

 

 

Chopins Derde sonate

Haar uitvoering van de Sonate nr 3 in b opus 58 van dezelfde componist was evenwichtiger van aard. In het eerste deel, allegro maestoso, viel vooral haar geprononceerde linkerhand op. Bij de Bellini-achtige melodie, zo’n twee minuten na het begin, vertoonde ze af en toe de neiging om snel over poëtische passages heen te spelen.  Het daaropvolgende scherzo, molto vivace klonk kwikzilverachtig en hier was goed te horen dat ze aandacht aan haar stemvoering besteedt. Het largo nam ze in een gedragen tempo en vormde het emotionele zwaartepunt van haar uitvoering. Haar spel was gevoelig en haar heldere toon deed aan het geluid van klokken denken. Het was een mooi moment waarop alles om haar heen tot stilstand leek te komen. In de Finale, presto non tanto werd het tempo gelukkig niet te snel. Ze liet dit deel, dat tot de meest gepassioneerde uitingen behoort die Chopin ooit geschreven heeft, uitgroeien tot een machtige stroom. Ook hier articuleerde zij de linkerhandmotieven heel duidelijk.

 

 

César Franck

Na de pauze vervolgde ze met Prélude, choral et fugue van Franck. De vleugel deed soms aan een orgel denken, wat bij deze componist niet verwondert. In de choral viel bij de arpeggio’s op dat ze de bovenste noten, waarbij de linkerhand boven de rechterhand speelt, er hard uitkwamen. Hier leek de pianiste opnieuw op twee gedachten te hinken: ze zette haar spel met weidse armgebaren kracht bij, waardoor er minder ruimte voor ontroering was.

 

 

De fugue zette zij op rapsodische wijze in met een duidelijke baslijn. Beetje bij beetje leek de fuga vorm te krijgen toen haar spel ineens stokte. Ze stopte met spelen, probeerde het opnieuw, waarna er een stilte volgde. Deze black-out loste ze op door een stuk van de fuga over te slaan en de laatste regel met het slotakkoord te spelen. Het is natuurlijk voor een uitvoerende een vreselijke stressvolle ervaring om dit in een concert te beleven, waarbij het de vraag is hoe snel en hoe je je herstelt. Aan de andere kant maakt het luisteraars er maar weer eens van bewust dat optreden voor een publiek mensenwerk blijft. Daarbij komt dat uit je hoofd spelen voor zo’n groot publiek een grote mentale druk op je legt. Doordat het zo vaak goed gaat, vind je het als toehoorder ‘normaal’ dat iemand grote hoeveelheden noten en verschillende stijlen uit zijn hoofd beheerst, maar dat is het natuurlijk allerminst.

 

 

Energieke Prokofiev

Hoe Dovgan zich onder deze ontsporing voelde, weten we natuurlijk niet, maar ze leek zich ogenschijnlijk met haar lezing van Prokofiev’s Tweede sonate te revancheren. Daarbij had ze het voordeel dat het hier om energieke muziek ging en niet om een gecompliceerde vorm als een fuga. Zeker in het tweede deel, scherzo-allegro marcato, waar Prokofiev zich als brutale hemelbestormer ontpopt, kon zij veel energie kwijt. In het derde deel, andante, wist ze de voortgaande beweging mooi te suggereren en bouwde ze mysterieuze spanning op. Het vierde deel, vivace, speelde ze met flair en gevoel voor humor. Het was de goede muziek om zenuwen van je af te spelen!

 

 

Toegiften

De pianiste beantwoordde de slotovatie allereerst met een melancholieke interpretatie van Rachmaninoffs Prelude opus 32 nr 12. Deze werd gevolgd door Le rappel des oiseaux van Rameau, mogelijk als een hommage aan Sokolov, die dit stuk ook vaak als toegift speelt. Dovgan speelde het met veel gevoel voor cantabile, maar het klonk ditmaal nogal precieus op de vleugel. Als laatste speelde ze op charmante wijze Chopin’s Wals opus 64 nr 2 in cis.

Willem Boone

 

Info:

https://worldmasterpianists.nl

 

 

You May Also Like

Pianiste Nino Gvetadze verzamelt in Naarden alleen goede musici om zich heen

Wisselend beeld bij Parsifal in Dresden

Gouden duo Kian Soltani en Jae Hong Park besluiten tournee in Concertgebouw

Sterrencast met Netrebko redt Verdi’s Ballo in maschera in Berlijn