Danish String Quartet speelt Stravinsky, Ravel en Scandinavische volksmuziek in de Oosterpoort

Deens Strijkkwartet, Rune Tonsgaard Sørensen, viool, Fredeik Øland, viool, Asbjørn Nørgaard, altviool en Frederik Schøyen cello. Gehoord: Kleine Zaal, Oosterpoort, Groningen,  31 mei 2026

Door Dirk Meijer

In groten getale was het publiek zondagavond afgereisd naar de Kleine Zaal van de Oosterpoort in Groningen, om nu eens zelf de magische klanken van het ‘Dansk Stryge Kvartet’  te mogen beleven. Volgens de BBC heb je wereldwijd aan de ene kant een aantal gerenommeerde strijkkwartetten en aan de andere kant het Strijkkwartet uit het land van de Kleine Zeemeermin. Genoeg reden dus om dat met eigen oren en ogen te ervaren.

 

Jerusalem String Quartet

 

Maar helaas had de aanwezigheid van zo velen ook nog een andere reden. Toen een paar maand geleden één van die gerenommeerde kwartetten, het Jerusalem String Quartet in dezelfde locatie optrad, meenden een aantal Gaza getrouwe, in mijn ogen idioten om dat te moeten verzieken met luidruchtig pannen – en pottengeroffel: net of de musici iets konden doen aan de oorlog in het Midden-Oosten. De aanwezigen toen kregen als douceurtje nu dit concert aangeboden van de organisatie.

Laat ik, in stijl met het voorafgaande dan maar met een kritische noot beginnen: de concertpresentatie van dit zo hoogstaand ensemble was wel erg miniem, te miniem. Op een erg amateuristisch A-4tje in zwart wit stond op de ene kant een foto en op de andere de meest karige informatie; zelfs de namen van de delen van gespeelde werken waren hierop niet terug te vinden. Twee van de vier heren van het kwartet gaven nog wel een mondelinge toelichting, maar nee, het geheel was domweg onder de maat.

Gelukkig viel er de rest van de avond veel te genieten van rijke klanken, prachtig op elkaar afgestemd samenspel in hogere sferen en van vooral voor de pauze twee werken uit de Parijse school, van niet minder dan Stravinsky en Ravel.

 

 

Pulcinella

Omdat Stravinsky geen origineel strijkkwartet gecomponeerd heeft maakte violist Rune Tonsgaard Sørensen een zesdelige bewerking van de Pulcinella Suite, balletmuziek op thema’s van Giovanni Battista Pergolesi. Door het genoemde gebrek aan informatie bleef het een beetje gissen om welke delen het nu exact ging, de samengestelde Suite uit het ballet heeft er acht, maar de Sinfonia, Serenata, Toccata en MenuetFinale kwamen, als ik mij niet vergis tenminste, in ieder geval voorbij. En dan hoor je meteen het vakmanschap van het kwartet: de leden daarvan stellen zonder enige sterallures hun individuele klasse volledig in dienst van de homogeniteit van het ensemble. De klank van de violen, altviool en cello loopt zo natuurgetrouw mogelijk in elkaar over en dat is ook de manier waarop de arrangeur het moet hebben ervaren. Omdat hij de mogelijkheden van ieder van de musici kent, moet het ook een geweldig voorrecht zijn om uit het zo uitgebreide in dit geval Neobarokke notenarsenaal van Stravinsky te mogen putten. Of de originele muziek nu werkelijk door Pergolesi is geschreven weten we tot aan de dag van vandaag nog niet eens helemaal zeker (het zou geschreven kunnen zijn door Graaf Unico Wilhelm van Wassenaar), maar door deze in een meer twintigste-eeuws jasje te steken door toevoeging van modernere getinte ritmes en harmonieën, wordt het geheel verlevendigd en dat was een kolfje naar de hand van het Deens Strijkkwartet: de intieme speelvreugde bij uitstek!

 

 

Ravel

Het enige ‘echte’ strijkkwartet dat op de lessenaar stond was dat van Maurice Ravel uit 1903 in F groot. Dit meesterwerk staat bekend om zijn cyclische opbouw: het thematisch materiaal blijft in de kern steeds hetzelfde, maar Ravel transformeert het continu door middel van harmonie, kleur en vooral voortdurende ritmische verschuivingen.

De twee hoofdthema’s van het werk, geëxposeerd in het eerste deel allegro moderato, zij het zacht en gematigd, geschreven in de sonatevorm, keren constant terug door de gehele compositie, maar worden nooit exact gekopieerd. Dat geldt dus daarna ook voor het achtereenvolgens vrij levendig en ritmisch, (waarin de zes achtsten dan weer worden onderverdeeld in zessen of in tweeën en dan weer in drieën), zeer langzaam en, als finale levendig en onrustig. In het derde deel keren beide hoofdthema’s van het begin van het allegro moderato terug, het eerste bijna als een klagend recitatief, eerst in de altviool, later overgenomen door cello en viool. Ook het tweede thema ondergaat een complete gedaanteverwisseling. De overgang naar de finale, attacca, brengt bijna een schokeffect te weeg.  Ravel gebruikt daartoe onregelmatige maatsoorten, en de klank van de strijkers verandert van het ene op het andere moment.

Een uitvoering van dit werk is een enorme uitdaging voor het strijkkwartet, mede omdat soms de tempi per maat wisselen: de manier, waarop Ravel uiting geeft aan exacte riterdandi, cq accelerandi. Net als bij Debussy een afwisseling van zijn innige gevoelens, gevoed door de ratio.

 

 

Debussy

Het was ook Debussy, die de genialiteit inzag van Ravel’s meesterwerk. Dat hij en dus Ravel rond de eeuwwisseling hun tijd ver vooruit waren werd, zelfs in Parijs, niet door iedereen naar waarde geschat. De jongste van de twee kende dan ook grote waarde toe aan het enige strijkkwartet, dat Debussy ongeveer tien jaar eerder heeft gecomponeerd.

 

 

Geschiedenis herhaalt zich

Maar ook hier herhaalt de geschiedenis zich: Ravel had een Baskische moeder, en was dol op de Spaanse volksmuziek, zoals de jota of de fondango, waarin de onderverdeling van verschillende maatsoorten meer de regel is dan de uitzondering, en dan krijg je, door dit te mengen met felle, ritmische pizzicati heel bijzondere effecten, zo karakteristiek voor het tweede deel. Voeg daar nog eens de syncopen (accenten net tegen de maat in) en hemiolen (als het ware een ritmische accentverschuiving, vaak over de maatstreep heen) aan toe en de bedding is geboren voor een unieke compositie. En dit weet Ravel toe te passen, niet alleen in de opwindende en snelle episoden, maar juist ook in de langzame, zoals in het adembenemende trio van het tweede deel: ook onder de traag voortbewegende melodie wordt de spanning opgebouwd door de voortdurende syncopen en pizzicati.

Daar waar Ravel zo beroemd om was, zijn meesterlijke kunst van orkestratie, hoor je ook in dit strijkkwartet terug: in zijn registratiekeuze spelen zowel de altviool als de cello vaak in het hoogste register. Terwijl het allemaal te veel was voor zijn leermeester Gabriel Fauré smeekte Debussy hem om geen noot aan zijn compositie te veranderen. En de leden van het Deens Strijkkwartet lieten het publiek horen dat het gelijk volledig aan zijn zijde was. Het publiek zat gekluisterd aan de stoel te luisteren: het leek alsof het de heren geen enkele moeite kostte om hun vaak betoverende klanken uit hun instrumenten te halen: alles was afgewogen en klonk als een complete eenheid. Het hoogtepunt van de avond.

 

 

Na de pauze

Hierna verplaatste de muzikale reis zich naar de geboortegrond van de leden, of iets breder, naar Scandinavië. Ook eerste en tweede violist wisselden van plaats. Jammer, de volksmelodieën, die het hoofdbestanddeel vormden hoor je vaak ook terug in de strijkkwartetten van Grieg, Sibelius (net als Ravel neemt ook bij hem zijn enige strijkkwartet een heel bijzondere plaats in), Nielsen, Holmboe, Nørgård en Marttinen, maar dat zat er helaas niet in. Het was de volksmuziek uit Groenland, de Fårør, met als uitstapje de Ierse Pub die ons werd voorgeschoteld: de wals uit het Noorse Hallingdal, de Inuit en een aantal andere liepen vaak naadloos in elkaar over. Het publiek was enthousiast en dus kon er een toegift af: farvel, farvel

Allemaal prachtig gespeeld, maar van zo’n gerenommeerd ensemble had ik toch iets meer verwacht, bij voorbeeld één van de originele Scandinavische werken afgewisseld met enkele van de volksmelodieën. Maar misschien houden we dat nog eens een volgende keer van hen tegoed!

Dirk Meijer

Foto: Aldert Timmer e.a.

 

Info:

https://www.visitgroningen.nl/nl/doen/cultuur/muziek/de-oosterpoort

https://www.spotgroningen.nl/

You May Also Like

Nederlands Philharmonisch rondborstig in Rachmaninoffs Symfonische dansen

Het Residentie improviseert met cellist Matthew Barley

Brahms, Debussy, Adès, Simone Lamsma en Kerem Hasan bij het NNO

Shani bewijst bij zijn afscheidsconcert in Rotterdam zijn veelzijdigheid