Jörg Widmann dirigeert spectaculaire Zevende Beethoven in NTR ZaterdagMatinee

Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Jörg Widmann. Jörg Widmann – Con brio, Konzertouvertüre für Orchester, Erich Wolfgang Korngold – Symphonic Serenade, Ludwig van Beethoven – Symfonie nr. 7. Gehoord: 25 april 2026, NTR ZaterdagMatinee, Concertgebouw, Grote zaal, Amsterdam*
Door Peter Schlamilch
Wát een belevenis om klarinettist en componist Jörg Widmann als dirigent aan het werk te zien: de 52-jarige Münchener is een van de meest uitgevoerde levende componisten – hij wordt ook wel de hedendaagse Mozart genoemd –, maar wordt ook gevierd als klarinettist en dirigent. Zijn interpretatie van Beethovens Zevende Symfonie, afgelopen zaterdag in de NTR ZaterdagMatinee, was een ongelooflijke belevenis, daar waren de meeste concertbezoekers en orkestleden het wel over eens.

Logisch en ontroerend
‘Hij is een van ons’, verzuchtte een lid van het Radio Filharmonisch Orkest, en dat kon ik me levendig voorstellen: Widmann kent en doorvoelt zijn Beethoven niet alleen door en door, hij weet die kennis en emoties ook zodanig op zijn orkestleden over te brengen, dat de som der delen ineens een kwadraat werd: het toch al zeer energieke, loyale en vurige Radio Phil speelde als nooit tevoren, met een inzet en geestdrift alsof alles ervan afhing. En dat is natuurlijk vooral de reden waarom we concerten bezoeken: er zijn inmiddels genoeg briljante cd-opnamen om van Beethovens muziek te genieten, maar een live-concert waar de vonken vanaf spatten en waar je nog dagen, en misschien wel langer aan terugdenkt, dat is andere koek. En Widmann heeft die speciale muzikale gave die maar weinigen hebben: hij koestert niet alleen elke bouwsteen van een meesterwerk als de Zevende, geeft er lading en betekenis aan en werkt hem tot in perfectie af, maar zet ze als legoblokjes zo volstrekt organisch in elkaar waardoor je verbluft naar het eindresultaat kijkt en luistert – een perfect logisch en ontroerend bouwwerk, dat niet alleen retorisch volstrekt overtuigend in elkaar zit, maar ook volkomen doorleefd en expressief is. Nooit hoorde ik de Zevende zo overtuigend en levendig-emotioneel gespeeld – het was alsof Beethoven zelf door hem sprak en zijn verhaal vertelde… huiveringwekkend. Widmann dirigeert niet alleen wannéér de noten moeten klinken, maar ook hoe en vooral: waaróm, een talent dat alleen is voorbehouden aan de allergrootste musici.

Zinderende hitte
Dat het orkest hem op handen draagt werd me niet alleen door veel leden verteld, maar kon je ook waarnemen: de leden applaudisseerden niet alleen uitbundig voor hun leider, maar elke musicus zette zich de hele avond voluit in om Widmanns ideeën en dromen uit te laten komen, en dat waren er vele, zeer vele. Het mooiste daarvan was dat hij ze allemaal liet zien, en niet vooraf eindeloos had ingestudeerd en tijdens het concert dupliceerde, neen: alles wat er gebeurde (heel veel, dus) leek op het moment zelf te ontstaan – een van de hoogste en meest zeldzame gaven onder alle musici. Maar Widmann is een unieke magiër, die zo’n sterk beeld heeft van Beethovens muziek dat deze als een stoomwals, of liever als een tsunami over je heen gestort wordt, een die je meesleept en je vervolgens langdurig bijblijft. Het eerste deel was vol vuur en vaart en Widmann ging ons voor in zijn verhaal over Beethoven, en het orkest volgde hem vlekkeloos in zijn, uitstekende, maar razende tempi. Hij omarmt het orkest, laat elke musicus zich gezien en begrepen voelen, en zet als een enorme beeldhouwer alle elementen stukje bij beetje in elkaar en boetseert net zolang tot alle onderdelen tot er één onontkoombaar beeld samensmelten: dít is de ziel van Beethoven, en Widmann heeft hem begrepen. (Doodzonde echter dat hij de expositie niet herhaalde, want zoveel zinderende hitte wil je wel twee keer horen).

Indrukwekkende climax
Datzelfde gevoel overheerste in de andere delen: zó moet de première destijds in Wenen, met Beethoven op de bok, geklonken hebben, bijvoorbeeld door het tweede deel vlot te laten aansluiten, niet alleen om de eventuele ‘snelklappers’ in de kiem te smoren, maar om Beethovens grillige karakter, dat waarschijnlijk binnen één seconde kon omslaan van hoge jubel naar een begrafenisstemming, tot uitdrukking te brengen. Zou de Weense meester het ook zo gedaan hebben? Widmann liet ons er geen moment aan twijfelen, net zoals hij ons verraste door het begin nauwelijks te dirigeren, net als Carlos Kleiber dat deed in zijn legendarische opname uit 1983, waar wel meer overeenkomsten mee te zien zijn (ik houd het op een integere hommage). Widmann liet het orkest verrassend stevig spelen, wat tot een heel indrukwekkende climax leidde, met lange, dramatische lijnen. Fascinerend hoe deze dirigent alle hoofdzaken van bijzaken weet te scheiden, en tegelijkertijd zoveel belangrijke details weet bloot te leggen, zonder de grote lijnen ooit te vergeten. Ook heeft hij het orkest écht onder controle (lang niet alle dirigenten hebben dat), want als hij een subito piano aangeeft, gebéurt dat ook echt (overigens in tegenstelling tot Kleiber, bij wie het Concertgebouworkest destijds niet altijd even adequaat reageerde).

Excellent spelend orkest
Ook het derde deel werd weer een ongelooflijk muziekfeest van speelvreugde, in een evenzo adembenemend snel tempo, maar het orkest zat zichtbaar te genieten van deze dirigent, en ging voor hem door het vuur. Alles klopte, de balans, de tempi, de fraseringen, articulatie, agogiek en dictie – hoe was dit mogelijk? Als een ervaren maar gedreven gids wijst Widmann ons en de musici de weg naar de diepste kern van Beethovens muziek – uitbundig, ingetogen, muisstil of explosief: deze man ademt muziek, nee – hij ís muziek. Ook in het laatste deel boetseerde hij Beethovens melodieën tot vormen die we nog niet kenden, maar wel altijd hebben willen kennen. Alleen de beukende gepunteerde accoorden in fis, later herhaald in d, liet hij piano spelen, weliswaar met forse accenten, maar toch: Beethovens partituren zijn van zichzelf meestal al volkomen perfect, herschrijven is niet nodig en leidt zelden tot verbeteringen; maar we vergeven het deze muziekmagiër graag, want wát een spektakel hebben we voorgeschoteld gekregen, niet in de laatste plaats door een ontketend en excellent spelend orkest.

Intelligent en humorvol
Het concert begon overigens met Con brio, de Konzertouvertüre für Orchester van diezelfde Jörg Widmann, een opdrachtstuk om een Beethovenconcert in te leiden, nu één van zijn meest gespeelde stukken. Het zit knap in elkaar, met veel verdekt opgestelde ‘bijna’-Beethovencitaten, die ragfijn opdoemen door de orkesttextuur en er even geruisloos in desintegreren: een soort Beethoven-droom (of nachtmerrie) voor groot symfonieorkest – onderhoudend, speels en razend knap geschreven. Veel hectiek en chaos, met soms iets te weinig rustpunten om even tot adem te komen, maar goed, ook dat is een uitstekende Beethoven-hommage, hoewel de oude meester die balans toch nèt iets beter in de gaten hield. In het moderne muzieklandschap is het stuk echter een verademing tussen de rommel die we vaak voorgeschoteld krijgen. Widmann kent zijn eigen noten natuurlijk uitstekend en laat weer voorbeeldig zien wat de essentie ervan is, en alles even ruig, vurig, intelligent en soms humorvol.

Lijnen, beelden, verhalen
Korngolds Symphonische Serenade, dat het deel voor de pauze afsloot, klonk in het begin wat onwennig in de hoge strijkers, die zich echter snel herpakten en samen met de andere strijkers (meer instrumenten waren er niet bij) een puike vertolking van dit erg mooie stuk gaven, aangevuurd door een alweer zeer organisch en lyrisch dirigerende Widmann – dit is een van zijn lievelingsstukken, zo bekende hij. Widmann dirigeert geen maten of tellen, hij dirigeert lijnen, beelden en verhalen, en het Radio Phil begreep hem naadloos. Het razend lastige tweede deel, met zeer snelle pizzicati, verliep op een enkele, piepkleine ongelijkheid na ook voortreffelijk, werd gevolgd door een prachtig Lento religioso, dat Mahler-achtige kwaliteiten had en groots en lyrisch werd gedirigeerd, hoewel de dissonanten tussen bijvoorbeeld alten en celli nog best wat dieper en schrijnender hadden gekund – een detail. Het vierde deel begon als de opening van Mahlers Tweede: grommend en snauwend, en ook hier nam Widmann een moordend tempo, precies zoals het hoorde, maar wát een zwaar programma was dit voor de strijkers van het Radio Phil, en wat deden ze het fantastisch! Ze begrijpen, net als de rest van de orkestleden, Jörg Widmanns bedoelingen naadloos en kunnen ze ook uitvoeren: wat een perfecte combinatie vormen deze dirigent en dit orkest. Ik hoop ze nog heel vaak samen te mogen beluisteren.
Peter Schlamilch
* Deze recensie betreft de live-versie in de zaal. De concertregistratie kan, door de opnametechniek, uiteraard afwijken.