Lied der Lieder bij NNO in Stadskanaal en Sneek

Noord Nederlands Orkest o.l.v. Eivind Gullberg Jensen m.m.v. Nadine Bults, althobo. J. Brahms: Akademische Festouverture op. 80 in c klein. M. del Aguila: Broken Rondo. L. van Beethoven: Symfonie Nr. 3 opus 55 in Es groot Eerste uitvoering: 23 april 2026, Theater Geert Teis, Stadskanaal. Gehoord: 24 april 2026, Theater Sneek, Sneek.

Door Dirk Meijer

 

 Wir hatten gebauet ein stattliches Haus
Und drinn auf Gott vertrauet,
trotz Wetter, Sturm und Graus
Und drin auf Gott vertraet,
trotz Wetter Sturm und Graus

Kent u dit lied? Misschien in eerste instantie niet, maar het stond wel degelijk op de lessenaar van het NNO afgelopen donderdag en vrijdagavond, of beter gezegd, de melodie van dit lied, oorspronkelijk ontstaan en gedicht door August von Binzer in 1819, naar aanleiding van de ontbinding van  de studentenvereniging in Jena.

Wir lebten so traulich, so innig so frei, den Slechten ward es graulich, wir lebten
gar zu treu.

Dit is het tweede couplet, en zo gaat het nog wel even door. Zegt u het nu al iets? De melodie is denk ik toch bekender dan misschien wel in eerste instantie zou vermoeden. Zeker als we er nog een gedeelte vooraanplakken:

Was kommt dort von der Höh, was kommt dort von der Höh, was komt dort von
der ledernen Höh, ca, ca ledernen Höh, was komt dort von der Höh

De oorsprong hiervan is van een nog vroegere datum, en werd gezongen als ontgroeningslied door studenten. Begint u nu iets te dagen? De inspiratie komt van boven. Laat ik de teksten eens samenvoegen: Was kommt dort von der Höh, ca ca ledern Höh, und drinn auf Gott vertrauet, trotz Wetter Sturm und Graus…

Hup, Holland hup, laat de leeuw niet in z’n hempie staan, hup holland hup, trek de leeuw toch geen pantoffels aan, hup Holland hup, laat je uit het veld niet slaan, want de leeuw op voetbalschoenen, kan de hele wereld aan.

 

 

 

Academische Fest Ouvertüre

Johannes Brahms schreef in 1880 zijn Academische Fest Ouvertüre, ter gelegenheid en ter ere van een Ere Professoraat dat hem geschonken werd door de autoriteiten van de Universiteit van Breslau. Het schrijven van een dankbrief alleen vond men maar zo zo la la, en het was dirigent Bernhard Stolz, die Brahms aanzette tot het schrijven van deze speciale compositie.
Behalve deze twee genoemde liederen komt ook de melodie van ‘Hört, ich sing das Lied der Lieder’ (Luister, ik zing het lied der liederen) en ‘Gaudeamus igitur’  (Laat ons dus vrolijk zijn) voorbij: en dat is dan eigenlijk weer als lied der liederen de triomfantelijke finale (!) van deze glorieuze ouverture van het concert afgelopen week in Stadskanaal en in het Theater Sneek.

(N.b.: een kritische kanttekening: deze ouverture staat te boek, waarschijnlijk door de inleiding als geschreven in c klein, maar vrolijk zijn in mineur, ziet u het al zitten en dekt majeur derhalve dus niet veel meer de realiteit?)

 

 

Theater Sneek

 

Dit prachtige, op antroposofische leest geschoeide theater is ontworpen door architectenbureau Alberts en van Huut, hetzelfde kantoor wat ook het zo karakteristieke hoofdgebouw van de Gas Unie in Groningen ontwierp, Het Isala Ziekenhuis in Zwolle en het hoofdgebouw van de ING in Amsterdam.
Met de felle rode kleuren heeft het Theater uit de stad van de Waterpoort iets heel herkenbaars en karakteristieks en dat maakt het op zich een feest het te bezoeken. Net zoals in het Koninklijk Theater Carré in Amsterdam wordt je hier ook in Sneek welkom geheten door een heraut, in Sneek gekleed gaand in een passend rood habijt.

Het Theater, met een uitnodigende foyer en met zaal en balkon kan zeshonderd zestig man publiek herbergen. Deze waren er vrijdagavond niet, maar de zaal was zeker goed gevuld.

Het NNO was in vol ornaat uitgerukt: genoemde ouverture vraagt een volledig symfonische bezetting (met piccolo, contrafagot, vier hoorns en verder volledig koper en uitgebreid slagwerk)) en dat klonk verassend goed. Met behulp van een klein beetje (elektronische) galm zou de zaal beschikken over een heel goede akoestiek: nu klinkt zij een beetje droog {je hoort alles) maar het mengt wel en voor het aanwezige publiek klinkt de zaal heel plezierig.

Het was ook even wennen voor chef-dirigent Eivind Gullberg Jensen maar snel kwam de onder hem zo karakteristieke chemie en spelvreugd naar boven: warme strijkers en afgewogen blazers. Ook de humor die uit de compositie van Brahms spreekt (luister bijvoorbeeld naar de fagotten) kwam goed naar voren.

Het was de opmaat tot het soloconcert van de avond, voor velen (ook voor mij) een eerste kennismaking: het Broken Rono van de Uruguayaanse componist Miguel del Aguila (*1957) voor althobo en orkest, gespeeld door Nadine Bults, (alt)hoboïste van het NNO.

Stadskanaal zou hiervan de avond van tevoren zo maar eens de Nederlandse première hebben kunnen meegemaakt, (de eerste uitvoering überhaupt was in 2010), maar dit ter zijde.

 

 

 

Althobo

In het programmaboek van het orkest staat dat de althobo (Engelse Hoorn) een instrument is dat solistisch zelden te beluisteren valt. Veel soloconcerten zullen er niet zijn, maar het romantische orkestrepertoire maakt deze ‘lacune’ ruimschoots goed.
Wat opvalt is dat als componisten voor het instrument schrijven ze dat doen op een vaak heel expressieve wijze en dan hoor je het vaker in langzame delen dan in opzwepende: de althobo maakt dan vaak wezenlijk onderdeel uit van het ‘verhaal’ dat de componist wil vertellen.

Eén van de beroemdste soli uit de literatuur klinkt in het tweede deel van de ‘Nieuwe Wereld Symfonie’ (Symfonie nr. 9) van Antonin Dvorak. Maar ook zijn Finse collega Jean Sibilius schreef een bijna monumentaal concert voor althobo en orkest, als hij de zwaan uitbeeldt op het koele meer des doods: de zwaan van Tuonela.
Ook in het palet van Maurice Ravel klinkt het instrument vaak vol weemoedige uitdrukking: denk maar eens aan het tweede deel van zijn pianoconcert, dit seizoen nog uitgevoerd door het NNO. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de solo in Ouverture Wilhelm Tell van Rossini en over de indrukwekkende samenspraak tussen hobo en althobo in de Symfonie Fantastique van Hector Berlioz.

 

 

 

Opzwepender klinkt het instrument in het Symfonisch gedicht Pan en Syrinx van de Deen Carl Nielsen. In de althobo hoor je Syrinx naar de oever van de rivier toe rennen, de nimfen smekend om hulp.
En dan, voordat ik mij zal richten op het Broken Rondo, nog even terug naar het land van de duizend meren. Sibilius’ landgenoot Tauno Marttinen schreef, in opdracht van het Fins Radio Symfonie Orkest het Symfonisch gedicht Fauni. In zijn vele creaties krijgt de hobo, vaak als het hoogtepunt van de compositie nadert, een heel prominente plaats, maar hier is de rol van de grote broer minstens zo belangrijk!
Om toch nog af te sluiten met een soloconcert uit 2014 voor althobo en harp van Kalevi Aho. Zijn slagwerkconcert ‘Siedi’ beluisterden we, in het bijzijn van de componist twee jaar geleden nog, in Groningen (Leeuwarden en Assen)!

 

 

Broken Rondo

Kom ik bij het Broken Rondo van Miguel del Aguila. Na een opzwepend Rondo wordt dit ineens onderbroken door het orkest in een langzame cantilene. Het lijkt alsof we in een intermezzo zijn aangeland dat de aandacht helemaal doet verstommen van het voorafgaande. Het wordt spannender en spannender, waarna de althobo deze lange cantilene voortzet en voordraagt, als het ware oplossend in de duisternis. De zich niet meer herstellende breuk met het Aardse leven zal ook wel de diepere essentie zijn van dit althoboconcert.

Wat stond er ook alweer in mijn aantekeningen? Cadensmatige inleiding (strijkers, klarinet), speels, frivool, ostinato motief als Rondo (Zuid Amerikaanse dans in driedelige maatsoort), van lichtvoetigheid naar dramatiek, die ook weer plotseling ophoudt en de spanningsboog doet verleggen….

Nadine Bults was geheel en al in haar element en liet haar instrument in al z’n facetten spreken, zingend, weemoedig en opzwepend. Het orkest volgde zeer alert met markant slagwerk en met een subtiele bijdrage van de klarinet: voor mij (en ook voor mijn buurman) het emotionele hoogtepunt van de avond!

 

 

Piece de récistence

Na de pauze klonk Beethoven’s Eroica Symfonie in Es groot opus 55, symfonie Nr. 3: ondanks dat het werk groter van opzet is dan in zijn eerste twee symfonieën en dat er sprake is van een heroïsche en emotionele diepgang, waarmee Beethoven de overgang naar de vroeg romantiek markeert, ligt de basis toch nog heel duidelijk in het verleden.
Beethoven’s behandeling van het contrapunt (canonische inzetten en fughetta’s met in het tweede deel een door de strijkers prachtig uitgespeelde versiering) geeft in ieder geval aan dat zijn bewondering lag bij ‘een groot man en collega-componist’ uit Leipzig.

Zou dat de persoon geweest zijn, aan wie hij (na het Napoleon incident) het werk eigenlijk had willen opdragen? Waarschijnlijk toch niet, ook al zullen we het antwoord op deze vraag hooguit kunnen suggereren en zullen we het nooit te weten komen. (Toen Napoleon zichzelf tot Keizer kroonde, was het, in ieder geval voor van Beethoven wat hem betreft uit met de pret…).
Dat hij het werk uiteindelijk opdroeg aan de Oostenrijkse vorst Franz Joseph Maximilian von Lobkowitz zal ten principale meer uit financiële noodzaak geweest zijn.

Ondanks een zich voortschrijdende doofheid besloot Beethoven toch door te gaan met componeren: het was zijn diepgewortelde passie, en voor dit besluit mogen we hem, tot aan de dag van vandaag nog altijd dankbaar zijn.

 

 

Gullberg Jensen koos in een prachtige onderlinge balans voor een uiterst lichtvoetige, veerkrachtige, maar toch ook emotionele benadering. Dat kan natuurlijk ook haast niet anders, als je te doen hebt met een Marcia Funèbre als tweede deel, het eigenlijke hoogtepunt van de compositie.
Juist dit enorme contrast geeft een extra dimensie aan de lading en kleurschakeringen van deze symfonie.
Als dit werk zo goed uitgevoerd wordt als vrijdagavond, wat moet je er dan als recensent eigenlijk nog meer over schrijven?

Dat, ondanks alle gespeelde herhalingen de veerkrachtige uitvoering tevens met zich meebracht, dat het geheel niet langer dan drie kwartier duurde: bij een soms wel eens wat breedsprakige componist een pluspunt!

Misschien ook nog wel dat er derhalve veel te genieten viel, met fraaie, afgewogen contrabassen (begin van genoemde treurmars, adagio assai), punctueel klinkende violen en altviolen, zingende cello’s en prachtige hoorns in het Scherzo. De accenten hadden daarin wat mij betreft iets scherper aangezet mogen worden, maar dat doet weinig tot niets af aan de intentie van de dirigent.

Drie romantische concerten binnen twee week, dat gebeurt niet altijd: de inspiratie bleef bij het NNO onverminderd: es kommt dort, zweifellos von der Höh!

Dirk Meijer

 

Info:

https://nno.nu

You May Also Like

Jeths’ nieuwe pianoconcert schept fascinerende klanksferen

Zuidams Orewoet overtuigt maar deels

Jörg Widmann dirigeert spectaculaire Zevende Beethoven in NTR ZaterdagMatinee

Die Passagierin bij DNO indrukwekkend en muzikaal hoogstaand