Die Passagierin bij DNO indrukwekkend en muzikaal hoogstaand

Mieczysław Weinberg – Die Passagierin. Nederlands Philharmonisch o.l.v. Adam Hickox. Met: Jenny Carlstedt (Lisa), Nikolai Schukoff (Walter), Sylvia D’Eramo (Marta), Gyula Orendt (Tadeusz) en anderen. Regie: Tobias Kratzer. Gehoord: 20 maart 2026, Muziektheater, Amsterdam
Door Peter Schlamilch
Het is zeer begrijpelijk dat regisseur Tobias Kratzer de handeling van Mieczysław Weinbergs Die Passagierin niet, zoals veel voorgangers dat wel deden, in het vernietigingskamp Auschwitz heeft geplaatst: de verschrikkingen die daar zijn gebeurd, zijn zo onmenselijk wreed en de gewelddadigheden zo onbevattelijk monstrueus dat elke poging om die omstandigheden zelfs maar uit te beelden op het toneel (zoals de makers van K3 dat momenteel met de oorlog wel doen in de musical 40-45) al bij voorbaat zou zijn gedoemd. Zelfs voor wie Auschwitz zelf bezocht heeft is het leed zo groot en diep, dat het voor de moderne mens altijd onbevattelijk zal blijven.

Schaduwzijden van de menselijke geest
Kratzer koos echter voor het andere uiterste: in een spectaculair mooi en prachtig afgewerkt toneelbeeld wordt de zijkant van een reusachtig cruiseschip zichtbaar, waarop de protagonisten op hun balkon gemoedelijk over de reling kunnen hangen, maar net zo eenvoudig naar binnen kunnen lopen, waar het toneelbeeld van Rainer Sellmaier (hij ontwierp ook de prachtige kleding) ons moeiteloos het luxe interieur van hun kajuiten voortoverde. Waar ik soms best kritisch ben over de decors bij DNO, kenmerkte dit toneelbeeld door een schitterende en luxe verfijning die bij een operahuis als de Staatsoper in München, waar deze voorstelling een coproductie mee is, heel gewoon is, maar we in Nederland minder vaak zien. Belangrijke keerzijde was echter wel dat al die elegantie zo ver van de gruwelijke verhaalkern afstond (ongetwijfeld een bewuste, ‘confronterende’ keuze), dat die niet altijd in zijn volledige heftigheid naar de oppervlakte kwam, ook omdat het libretto, van Alexander Medvedev, vaak niet erg treffend en bondig is geformuleerd, waardoor we te makkelijk die duistere kern, over de schaduwzijden van de menselijke geest, uit het oog konden verliezen.

Bloeddorstige communisten
Het idee van een vrouwelijke voormalige SS-kampbewaakster die kort na de oorlog op een groot schip een van haar slachtoffers meent te herkennen is afkomstig van de roman Pasażerka van de Poolse Auschwitz-overlevende Zofia Posmysz, die een soortgelijke ervaring op straat had: ze meende plotseling de stem van haar kampbeul te herkennen, jaren na de oorlog. Het libretto van Alexander Medvedev, uit het post-Stalinistische Rusland van de jaren ’60, legde vooral de nadruk op de heldendaden van de Russische soldaten, die door Tobias Kratzer grotendeels uit de opera zijn verwijderd – je kunt je daarom wel afvragen hoe authentiek de versie is waar we naar hebben zitten luisteren (er ontbreekt bijna een uur muziek), ook omdat hij de niet-originele meertalige versie heeft gebruikt, om overigens begrijpelijke redenen. De muziek is van de Pool Mieczysław Weinberg, in 1939 net op tijd voor de nazi’s naar Rusland gevlucht, waar hij enkele jaren later weer moest vluchten, vanwege de uitbreiding van de oorlog naar Rusland. Hij werd opgemerkt door Dmitri Sjostakovitsj, wiens muzikale geestverwant vertrouweling hij altijd zou blijven. Hij viel echter ten prooi aan de bloeddorstige communisten, werd maandenlang opgesloten en bleef ook daarna in ongenade bij het moorddadige regime. Die Passagierin zou pas in 2006, tien jaar na de dood van de componist, in première gaan.

Vlammend protest
Weinbergs muziek lijkt soms op die van Sjostakovitsj, maar is er beslist geen kopie van: zij klinkt heel eigen en is met meesterhand geïnstrumenteerd, waardoor een heel eigen klankkleur ontstaat die vaak boeit, maar soms ook zo wispelturig van structuur is dat het lastig is een grote lijn te ontdekken. Voor de pauze veelbelovend, maar die belofte wordt erna niet ingelost en dan horen we te veel ‘gezaag’ in de strijkers en ‘getoeter’ in de blazers (naast eindeloze, vaak irritante tertsenstapelingen) van het fenomenaal spelende Nederlands Philharmonisch – dan weer (bijna) atonaal, dan weer met platvloerse, cynische en snijdende ‘jazz-walsjes’: Weinberg weet een breed spectrum aan kleuren, speelwijzen en klanktalen te verenigen in één opera, die daardoor op het eerste gehoor dus soms dus wat onsamenhangend werkt. Bijkans geniaal is zijn vondst om de beroemde Chaconne van Bach te laten spelen op het toneel, waardoor de hele, helse muziekmachine een moment tot stilstand komt en we even, heel even maar, een inkijkje krijgen in het paradijs waar elke sterveling natuurlijk naar streeft, in een wereld waarin we het elkaar zo ongelooflijk moeilijk maken. Soloviolist Niek Baar speelde adembenemend mooi, met een diepe rijke toon, elke stem van Bachs Chaconne blootleggend, Bachs pure schoonheid verdedigend als een vlammend protest tegen de laagheid van de menselijke geest. Ik ga deze violist beter volgen.

Te vuur en te zwaard
Ook Marta’s afscheidsaria en haar slotmuziek waren adembenemend mooi, en dat kwam tevens door de jonge dirigent Adam Hickox, die deze lastige partituur op zijn duimpje leek te kennen en er zijn hand niet voor om leek te draaien: met het grootste gemak en zeer duidelijke techniek smeedde hij toneel en een zeer alert orkest tot de spreekwoordelijke hechte eenheid, de gevoeligheid van het onderwerp zuiver interpreterend, zonder opsmuk dirigerend en wél tot de muzikale kern doordringend – heel knap. Ook een groot compliment aan de musici van het Nederlands Philharmonisch, die Weinbergs soms grillige noten te vuur en te zwaard verdedigden en niet alleen een technisch vrijwel loepzuivere lezing van de partituur gaven, maar ook invoelend begeleidden en soms fluisterzacht ondersteunden: bravi!

Platvloers
De echte helden van de avond waren echter de zangers, zowel solistisch als in het koor, want wat werd er een potje goed gezongen! Het begon al met het duistere en dreigende mannenkoor, dat, als in een Griekse tragedie, de handeling kort maar zeer krachtig becommentarieerde, hoewel de gemengde kooraandelen niet minder indrukwekkend waren. Ronduit imposant waren de solisten, met de Fins-Zweedse mezzosopraan Jenny Carlstedt (Lisa) als een diepgravende ex-kampbewaakster, steeds prachtig zingend (hoewel dat in deze context een bijna ongepaste beschrijving is) en altijd volledig integer recht doend aan haar personage. Dat laatste gold overigens voor alle zangers, zoals haar egocentrische echtgenoot Walter, vertolkt door een heerlijk volumineuze en krachtige Oostenrijkse tenor Nikolai Schukoff, die ik in Düsseldorf en Berlijn ook al eens steengoed vond. De Amerikaanse sopraan Sylvia D’Eramo speelde een hartverscheurende en ontroerende Marta, met dan weer tedere, dan weer dromerige of helder-vrolijke stem – dat ze plotseling een complete aria topless moest zingen vond ik overigens minder passend: Lisa’s motieven worden hierdoor te platvloers en het psychologische drama te simplistisch.

Ik herinner me
Haar geliefde, Tadeusz, de Hongaarse bariton Gyula Orendt, had ik ook al eerder gehoord en hij zong zo mogelijk nu nog beter: wat een ongelooflijk mooi, krachtig-flexibele stem met een goudbruin timbre en intense zeggingskracht. Ook de kleinere rollen klonken voortreffelijk en wisten zich allen mooi en ernstig te verhouden tot dit beladen, maar integer vertolkte drama, prachtig geprogrammeerd rond onze herdenkingsdagen. Of de muziek van Mieczysław Weinberg de eeuwen gaat doorstaan is voor mij nog niet zeker, maar deze opera was het zeker waard eens gehoord te worden, ook al staat de mooie regie soms wat te ver weg van het eigenlijke, gruwelijke onderwerp, en vergoelijkt de terugblik van de ‘oude Lisa’, die van berouw lijkt te vergaan, haar eigenlijk nèt iets te veel. Het slot is aangrijpend: een weidse zee, terwijl Marta haar medegevangenen gedenkt: ‘Ik zweer: ik zal jullie nooit vergeten’. Ook de laatste, geprojecteerde tekst hakt erin: Ik herinner me en ik weet: Als jullie stemmen… jullie stemmen in ons verstommen, jullie stemmen in ons… dan zullen wij vergaan.
Peter Schlamilch

Voorstelling loopt nog t/m 2 mei!
Meer info: DNO