Pianist Antoine Préat doet verlangen naar meer

Amsterdam Piano Series – Gutman Records. Bach/Petri (‘Schafe koennen sicher weiden’ uit: Cantate ‘Was mir behagt, ist mur die Muntre Jagd!’ BWV 208), Haydn (Sonate in b Hob. XVI:32), Chopin (3 Walsen opus 34), Schumann (Arabeske in c op.18) en Prokofiev (Acht delen uit ‘Romeo en Julia’ op. 75) . Gehoord: Concertgebouw Amsterdam, Kleine Zaal, 26 mei 2026

Door Willem Boone

 

Wat de jonge Frans-Engelse pianist Antoine Préat voorafgaand aan zijn recital zei over het eerste stuk – ‘Mensen zoeken een herder achter wie ze aan kunnen lopen’ (zeker in deze turbulente tijden!) – was een mooi beeld dat aansprak. Het is de titel van het koraalvoorspel ‘Schafe koennen sicher weiden’ uit Bachs Jachtkantate BWV 208 (‘Was mir behagt, ist nur die muntre Jagd’) en het straalt vooral vredigheid en kalmte uit. Het klonk in de bewerking van Ego Petri (een virtuoze pianist die overigens van Nederlandse afkomst was!) die het met een stevig romantisch sausje overgoot, maar ook in deze versie bleef de muziek van Bach overeind. Dat wat men vaak over diens muziek zegt, ‘Bach blijft altijd overeind’, klopt kennelijk… Het spel van de pianist straalde rust uit en zorgde voor een mooie, meditatieve opening. Zodanig zelfs dat hij het na afloop nog wel een keer van mij had mogen spelen.

 

 

Haydn

De uitvoering van de volgende compositie, Haydns sonate in b Hob. XVI: 32 was eveneens fijnzinnig, maar soms ook stevig. De beroemde Russische pianist Sviatoslav Richter deed soms iets soortgelijks in de muziek van Haydn: de spreekwoordelijke ijzeren vuist in een fluwelen handschoen. Het voert te ver om de benadering van Préat met een ‘ijzeren vuist’ te vergelijken, maar deze deed in ieder geval niet aan ‘fragiele muziek van Papa Haydn’ denken. In het Minuet-trio had hij oor voor verrassingen en legde hij waar nodig drama in zijn spel. Het afsluitende Presto was speels en riep duidelijk het Sturm und Drang karakter van Haydns muziek naar voren, die in deze lezing bepaald niet saai overkwam.

 

 

Chopin

Bij de Drie walsen op. 34 van Chopin speelde hij de eerste in as-groot gelukkig niet te snel, zoals soms gebeurt. Bij deze pianist bleef het tempo ‘dansbaar.’ Zijn toucher was warm en gevoelig en dat gold ook voor de wals op. 34 nr. 2 in a klein. Hij vertelde vooraf een zwak voor dit stuk te hebben, aangezien zijn moeder dat speelde toen ze zwanger van hem was! Ook hier speelde hij in het juiste tempo, in dit geval niet te langzaam. Het was bijzonder om te luisteren naar een pianist die zich wegcijferde voor de muziek en deze voor zich liet spreken. De korte Wals op. 34 nr. 3 toverde hij snel en vrolijk uit de toetsen.

 

 

Schumann en Prokofiev

Na de pauze speelde hij allereerst de Arabeske in c opus 18 van Schumann, een op het eerste gezicht wat pretentieloze compositie, die niettemin verraderlijk is. Préat speelde het niet als een pretentieloos stuk, maar gaf er een bij vlagen intense, maar ook zeer poëtische uitvoering van. Zeker de epiloog was mooi en het deed naar meer substantiële Schumann van hem verlangen.

Een welkome afsluiter van dit recital vormden de acht delen uit ‘Romeo en Julia’ van Prokofiev die de componist zelf op uiterst effectieve wijze voor piano bewerkte. Hij bewees hiermee zijn genialiteit, want daar waar een bewerking van een ballet voor piano solo vaak als een toch wat slap aftreksel van het origineel overkomt, is hier de versie voor piano minstens zo boeiend en kleurrijk als de orkestversie (Helaas speelde Préat niet alle 10 de delen uit de pianobewerking). De componist was zelf een uitstekend pianist en wist als geen ander hoe hij adequaat voor dit instrument moest schrijven. ‘Romeo en Julia’ zorgde op dit programma voor de ‘gepeperde’ muziek, die de pianist met fel toucher en gevoel voor verbeeldingskracht uitvoerde. Hij besteedde in de rustige gedeeltes aandacht aan de lyriek en speelsheid die Prokofiev in zijn ballet gelegd had. Soms, zoals in ‘The Montagues and Capulets’ was zijn spel stevig (‘pesante’), maar hij sloeg nooit door de toon heen. Geslaagd was ook het laatste deel, ‘Afscheid van Romeo en Julia’ , subtiel was de manier waarop hij aan het eind de herhalende akkoorden het juiste timbre qua toucher wist mee te geven.

 

 

Twee toegiften

Het enthousiaste publiek kreeg twee toegiften: Melodie uit ‘Orfeo en Eurydice’ van Gluck in de bewerking van Sgambati. Deze klinkt eenvoudig, maar is in technisch opzicht uitermate verraderlijk uit te voeren. Dat was gelukkig niet te horen in de vertolking van Préat die deze ontroerende melodie puur en met eenvoud speelde. Verrassend was zijn tweede toegift, Kaddisch, mélodie hébraique van Ravel, bewerkt door Siloti, die ronduit hypnotisch op de piano klonk.

Hiermee kwam een eind aan het recital van een jonge pianist, van wie ik graag meer zou willen horen. Wat mij betreft het beste compliment dat je een musicus kunt maken!

Willem Boone

Info:

https://gutmanrecords.com/amsterdam-piano-series/

You May Also Like

Tweede Mahler spannend onder Spanjaard

Politieke protestliederen van Henze en Fadael

Warmbloedig en doorleefd: Dvořáks Achtste bij het NedPho

Arooj Aftab tast in het duister