Evegeny Kissin sluit 4e seizoen World Master Pianists af met indrukwekkend recital

World Master Pianists. Werken van Beethoven, Chopin, Schumann, Liszt. Evegeny Kissin, piano. Gehoord: 24 juni 2026, Amare, Den Haag.
Door Wenneke Savenije
Van Moskou naar Praag
In Rusland, waar hij belangrijke prijzen ontving als de Triumph Award 1997 voor zijn buitengewone bijdrage aan de Russische cultuur en de Shostakovich Award 2003, een van Ruslands hoogste muzikale onderscheidingen, is het voormalige Russische wonderkind Evgenry Kissin (1971) niet meer welkom. Nadat hij het openlijk opnam voor Oekraïne en zich op social media meerdere malen in stevige bewoordingen uitsprak tegen Poetin en zijn ‘totalitaire staat’, gaat hij in zijn vaderland door voor ‘buitenlandse agent’. Al op zijn 18e verliet Kissin, die op zijn 12e doorbrak nadat hij op één avond beide Pianoconcerten van Chopin in de Grote Zaal van het Conservatorium van Moskou had gespeeld, de Sovjet-Unie om over de hele wereld concerten te geven. In 1994 vestigde hij zich in Londen, in 2013 werd hij Israëlisch staatsburger en sinds 2017 woont hij met zijn jeugdvriendin en vrouw Karina Arzumanova in Praag. Zijn echtgenote is een dochter van de Russische pianopedagoog Jakov Abramowitsj Lieberman (1889-1965), die nog bij Heinrich Neuhaus had gestudeerd en die de familie Kissin in aanraking bracht met Anna Kantor, de enige pianolerares die Kissin ooit zou hebben. Volgens de pianist is Tsjechië, ‘het meest pro-Israëlische land van het Europese continent.’ Toch is Kissin vermoedelijk geen aanhanger van Netanyahu en zijn bondgenoten. Hij spreekt zich er vanuit Praag niet in directe zin over uit, maar volgens hem leidt elke oorlog tot zinloos bloedvergieten en onnoemelijk menselijk leed. Wel keert hij zich sterk tegen het overal oprukkende antisemitisme (‘Ik heb me altijd Joods gevoeld’), wat vanuit zijn achtergrond in het antsemitische Moskou heel begrijpelijk is. Al als klein jongetje werd hij gepest vanwege zijn Joodse identiteit. Kinderen op straat snauwden hem toe dat ze met een stok ‘Joodse kebab’ van hem zouden maken. Volgens Kissin kwam die jodenhaat vooral voort uit de gelederen van het gewone volk: ‘Hoewel beslist niet alle Russen antisemieten zijn, is Rusland een van de meest antisemitische landen ter wereld.’ Als Joods musicus voelt hij zich verplicht om het antisemitisme openlijk te bestrijden, al was het maar omdat hij signaleert dat ‘het aantal antisemitische incidenten in Europa dramatisch toegenomen is.’ Daarom besloot de voorheen interviewschuwe en introverte Kissin de laatste jaren zijn mond open te doen omwille van de volgens hem broodnodige steun aan Oekraïne en de veiligheid van de Joodse gemeenschap.

Muziek is geen propaganda
Klinkt de felhied waarmee Kissin zich de laatste jaren uitspreekt over poltieke kwesties ook door in zijn muziek? Tot op zekere hoogte wel. Zo speelt hij vaak Chopins Polonaise in As, op. 53 als toegift, omdat dit stuk ontstond ‘als reactie op de Russische inval in Warschau in 1831. Kissin, die ook componeert en poëzie en proza schrijft, publiceerde in 2022 bij Henle Verlag (HN 1397) een Pianotrio over de oorlog in Oekraïne, waarin hij ondermeer de bombardementen en het lijden van de bevolking heeft verklankt maar ook uitdrukking geeft aan hoop, uitlopend op de volgens Kissin ‘onvermijdelijke overwinning.’ Ook verklaarde hij dat musici vaak woorden horen bij wat ze spelen en dat hijzelf bij het uitvoeren van Mozarts Pianokwartet in g klein steeds opnieuw de woorden ‘Weg met Poetin’ hoort. Toch houdt Kissin zich verre van het politiseren van de meesterwerken uit de klassieke canon, want muziek mag volgens hem nooit propagande worden: ‘Een musicus moet altijd trouw zijn aan de componist. ‘De muziek is oneindig veel groter dan wijzelf.’ Muziek is voor hem geen beroep, maar zijn leven. Volgens Kissin is het belang van muziek oneindig veel groter dan amusement, (zelf)helende psychotherapie of een middel tot persoonlijke profilering. Klassieke muziek vertegenwoordigt morele en spirtuele waarden, die belangwekkender en universeler zijn dan de uitvoerder zelf. En die essentie vraagt volgens Kissin om nederigheid, eerlijkheid en volledige toewijding.



Muzikale waarheidsvinding
Van jongs af aan heeft Kissin de diepere betekenis van muziek intuitief aangevoeld en het is nu al een halve eeuw zijn heilige missie om dat magische, ‘filosofische’, zo niet ‘religieuze’ potentieel van de muziek zo integer en krachtig mogelijk over te brengen en uit te dragen. Hoewel Kissin technisch doorgaat voor een van de grootste pianisten van onze tijd, draait voor hem alles om de verbeeldingskracht en de emotionele inhoud van de muziek. Hij heeft nooit techniek ‘an sich’ gestudeerd, maar altijd aan zijn techniek gewerkt vanuit de eisen die een bepaalde compositie aan hem stelt. Voor Kissin, die zich verre houdt van mooispelerij, effectbejag of virtuoos stuntwerk, is zelfexpressie minder belangrijk dan waarheidsvinding, en die waarheidsvinding (wat wil de componist echt zeggen met zijn muziek) verdiept zich bij ieder optreden, jaar in jaar uit. Dat leidt soms tot interpretatieve keuzes – passages met een granieten toucher, manische tempi, hamerende accenten – die niet altijd goed begrepen worden in de context van zijn muzikale discours, zodat Kissin volgens sommige pianoliefhebbers te hard speelt of een te ongenaakbare toon heeft. Maar tegenover Kissins kracht en felheid staat altijd een oneindige tederheid, die tot uiting komt in de lyrische passages. Bijna zoals bij de alterego’s van Schumann, de poëtische Eusebius en de felle Florestan, verbindt de pianist licht en donker, introvert en extravert, dromerigheid en mannelijke daadkracht met elkaar op een manier die niet alleen structureel glashelder van opbouw en timing is, maar ook alle ruimte laat aan fantasie en diep doorleefde emoties. Die gezegende combinatie tussen zijn fenomenale instrumentaliteit en zijn uiterst gevoelig muzikale diepgang, maken elk concert van Kissin wat mij betreft tot een spirituele belevenis.

Treurzang voor alle gesneuvelden
En zo begon Kissin feilloos gedacht vanuit de partituur aan Beethovens Sonate nr. 7 in D, op. 10 nr.3 (1798), ingehouden en met gedempte unisono octaven in beide handen, waarvan de trefzekerheid en soepele motoriek bij Kissin doet denken aan het kneden van brood, om een optimale klank te bereiken. Beethoven wilde meer dan mogelijk was en schreef in het steeds vrolijker wordende verloop van dit deel tussen haakjes noten voor die – lage E, hoge Fis- buiten het bereik van een pianoforte met vijf octaven lagen. Maar de moderne vleugel heeft 8 octaven dus zo klinken die noten tegenwoordig alsnog, door Kissin subtiel benadrukt om aan te geven dat de muziek levende materie is die steeds in ontwikkeling is en verandert. Hartverscheurend mooi speelde hij het zeer langzaam vertolkte Largo en mesto, dat klonk alsof hij met deze intens smartelijke treurzang eer wilde betonen aan alle slachtoffers van wrede regimes en vernietigende oorlogen in heden en verleden. Het razendsnel kruisen van beide handen in het Trio van het daaropvolgende Menuet kostte Kissin vanzelfsprekend geen enkele moeite, waarna de levendigheid het won van alle somberheden op deze aarde in de afsluitende finale.

Chopin, Schumann en Liszt
Kissin heeft regelmatig uitgesproken dat Chopin de componist is die hem het meest na aan het hart ligt: ‘Chopin is altijd de constante gebleven – hij heeft altijd het dichtst bij mij gestaan.’ Dat was te horen aan de empathische betrokkenheid waarmee hij vurig, krachtig en soms dromerig 5 Mazurka’s van de Poolse componist speelde, voor de in Parijs verblijvende Chopin bij uitstek de verklanking van zijn vaderland Polen, dat voor hem onbereikbaar was geworden door de Russische invasie van 1831. Kissin gaf elke Mazurka een eigen karakter, van zwierig en dansant tot verhalend en complex, en trok daarbij instrumentaal en muzikaal alles uit de kast om de muziek tot leven te brengen. Maar nog meer tot de verbeelding sprak zijn werkelijk schitterende vertolking van Schumanns Kreisleriana, waarin Kissin zich in de voetsporen van Florestan en Eusebius uitleefde in alles wat de Kater Murr in zijn ‘memoires’ optekende over Kapelmeister J. Kreisler, hetgeen leidde tot een intens en meesterlijk gestructureerd relaas over de wederwaardigheden en eigenaardigheden van de kapelmeester (én Schumann zelf), aan wiens grillige gedrag niets menselijks vreemd was. Het knappe was de onverbrekelijke verbinding tussen de in marmer uitgehakte vorm en de diepmenselijke muzikale inhoud. Daarna brak in de donderende openingsmaten van Liszts Hongaarse Rapsodie nr. 12 de hel los, die gaandeweg het veld ruimde voor de dynamische en vrolijke muziek- en dansstijlen uit het 18e eeuwse Hongarije, waarbij zelfs de viool en cimbalon opklonken uit de virtuoos bespeelde toetsen, bijna alsof de muziek ter plekke werd geïmproviseerd. Het geheel klonk niet alleen indrukwekkend virtuoos maar ook weergaloos romantisch.

Toegiften
Kissin zou Kissin niet zijn als hij geen toegiften gaf, want hij wil het aandachtig naar hem luisterende publiek graag bedanken. Vroeger waren dat er vaak zeven, al is het de jonge Kissin wel eens overkomen dat het publiek hem na een solorecital in Bologna ‘niet wilde laten gaan’, zodat hij zich genoodzaakt zag maar liefst zeventien toegiften te spelen totdat de brandweer de zaal kwam ontruimen, voor de bloedserieuze, bij elke noot de diepte induikende en alles van zichzelf vergende Kissin een ware nachtmerrie. Maar nu hij wat ouder is wordt Kissin naar eigen zeggen iets eerder moe, en speelt hij standaard nog maar drie toegiften. In Amare waren dat Chopins fijnzinnige en melancholieke Etude op. 10 nr. 6, Larregla’s onstuimige Viva Navarra! en Tsjaikovski’s sprookjesachtige ‘Mei’ uit De Seizoenen, op. 37a. Onnodig te zeggen dat het allemaal even prachtig klonk, wat leidde tot een minutenlang applaus.
Wenneke Savenije
Credits: Deutsche Grammophon
Info:
www.worldmasterpianists.nl
www.amare.nl