Cimarosa is geen Mozart, maar ach, wie wel?

La Cetra, Barockorchester & Vokalensemble Basel o.l.v. Andrea Marcon. Domenico Cimarosa – L’Olimpiade. Met Jorge Franco (Clistene), Jone Martínez (Aristea), Chelsea Zurflüh (Argene), Daniela Mack (Megacle), Olivia Vermeulen (Licida), Marcello Nardis (Aminta. Gehoord: 31 januari 2026, NTR ZaterdagMatinee, Concertgebouw, Grote zaal, Amsterdam*

Door Peter Schlamilch

 

Er zijn maar weinigen die het verhaal van Verdi’s Trovatore soepel kunnen navertellen, en waarschijnlijk nog minder mensen dat van Domenico Cimarosa’s L’Olimpiade, die afgelopen zaterdag in de NTR ZaterdagMatinee werd opgevoerd. Dat beide mannelijke helden door vrouwen werden gezongen, twee mannelijke personages namen droegen met een vrouwelijke uitgang en alle personages elkaar uiteindelijk min of meer bleken te kennen maar elkaar pas in een zeer onwaarschijnlijk ballingsoord tegenkwamen maakte het allemaal niet gemakkelijker, maar dat was in de 99 toneelwerken van Cimarosa natuurlijk ook helemaal niet belangrijk: het verhaal was destijds overduidelijk een vehikel om mooie muziek te kunnen zingen, en vooral de eindeloze mogelijkheden van de coloratuur te etaleren. Goddank was er de uitstekende boventiteling van Jurjen Stekelenburg en de dito programmatoelichting (op papier, heel prettig tijdens de verloren kwartiertjes).

 

 

Vergiftigd in opdracht

99 ‘opera’s’ schreef Cimarosa (1749–1801) dus, en als zijn vrijwel tijdgenoot Mozart niet zou zijn geboren zou hij met stip de meest productieve en creatieve operacomponist uit het classicisme zijn geweest, net als Händel die was in de barok, maar alleen omdat Bach geen interesse in dat genre had. Maar gelukkig werd Mozart dus wel geboren, want wat een wereld van verschil zit er tussen een opera als L’Olimpiade uit 1784 en bijvoorbeeld Le nozze di Figaro van maar 2 jaar later. Ik blijf het onderstrepen: het is een zegen voor cultureel Nederland dat de NTR ZaterdagMatinee bestaat, want anders zouden we de opera’s van Cimarosa (dit was zelfs een Nederlandse première) waarschijnlijk nooit live te horen krijgen, en dat is toch wel een must voor elke muziek- of operaliefhebber, al was het maar eens in diens leven. En ondanks dat L’Olimpiade bij vlagen prachtige muziek bevat heb ik besloten dat ik de andere 98 opera’s van de populaire Napolitaanse veelschrijver niet direct hoef te horen. Bijzonder: Cimarosa werd aan het eind van zijn leven (hij werd maar 51) nog gevangengezet en ter dood veroordeeld vanwege zijn betrokkenheid bij revolutionaire democratische acties tegen de monarchie, gelukkig later omgezet in verbanning. Zwaar aangeslagen door zijn gevangenschap vertrok hij richting Venetië, waar hij in januari 1801 stierf aan een maagaandoening (mogelijk kanker), al gingen er destijds hardnekkige geruchten dat hij was vergiftigd in opdracht van de koningin.

 

 

Flitsende dynamische contrasten

Het is natuurlijk ook volkomen oneerlijk om zijn muziek te vergelijken met die van Mozart – want wie zou die vergelijking kunnen doorstaan?, maar onbewust denk je de hele tijd: ‘hier zou Mozart dít gedaan hebben, en hier weer dat’. Niet dat Cimarosa’s muziek geen kwaliteit zou hebben, integendeel: ze zit uitstekend in elkaar en is vrijwel altijd uiterst aangenaam om naar te luisteren, maar Mozarts opwindende genialiteit, die bij de Salzburger in letterlijk elke maat te vinden is, blijft hier ver buiten beeld. Hoewel het niet zeker is of ze elkaar ooit persoonlijk hebben ontmoet, kenden ze elkaars werk in elk geval heel goed: ze waren in hun tijd elkaars grootste concurrenten –Cimarosa’s Il matrimonio segreto (1792) was in die tijd veel populairder dan Mozarts opera’s. Terwijl Mozart soms worstelde met zijn publiek, werd Cimarosa in Wenen op handen gedragen. Wie Cimarosa’s partituur vergelijkt met die van Mozart ziet eenzelfde fixatie op flitsende dynamische contrasten (hoewel L’Olimpiade merkwaardig genoeg zonder dynamische aanwijzing begint), articulatie en frasering – meteen al in maat 17 laat hij de syncopen in de strijkers op één boog spelen, heel apart. De recitatieven zijn bij de Napolitaan echter uiterst cliché en saai, en er lijkt geen eind aan te komen, net als aan sommige aria’s. Ook de bezetting met alleen strijkers, twee hobo’s en twee hoorns (hoewel ik soms twee trompetten mee zag doen) geeft natuurlijk een compleet ander kleurenpalet dan Mozart wist te ontlokken aan zijn orkesten, met volledige houtbezetting, slagwerk en koor, dat Cimarosa ook al niet gebruikt.

 

 

Onspeelbaar virtuoos

Toch klonk La Cetra, het barokorkest uit Bazel, uiterst fris en energiek, en hoewel dirigent Andrea Marcon zich beperkte tot een uiterst minimaal takteren, wist hij genoeg kracht en souplesse bij het overduidelijk zeer goed gerepeteerde orkest aan te brengen. De strijkers klonken veelkleurig en waren in alle inzetten volstrekt gelijk en homogeen, ze waren flexibel en uiterst alert, hoewel soms een vleugje méér vibrato geen kwaad had gekund – in weerwil van het bekende misverstand werd dat in Cimarosa’s tijd uitbundig gebruikt. De blazers lieten hier en daar een steekje vallen, maar dat hoort erbij op authentieke instrumenten, zullen we maar denken. De obligate hobosolo is zó onspeelbaar virtuoos geschreven dat het een wonder was dat dit er allemaal nog uitkwam.

 

 

Happy ending

Sterren van de middag waren de sopranen Jone Martínez (Aristea) en Chelsea Zurflüh (Argene), die beiden helder schitterden en met veel kleuren hun partijen loepzuiver en mooi gefraseerd door de zaal kwetterden, waarbij Martínez’ Koningin van de Nacht-achtige aria veel indruk maakte, ondanks – ook hier – het tamelijk hoge onzingbaarheidsgehalte van de eindeloze coloraturen. Zurflühs stem is iets dramatischer en misschien nog wel iets prachtiger, en bovendien had zij het verhaal wat beter in de vingers, waardoor we ook beter konden meeleven met haar woede, teleurstelling en verdriet (die in de laatste minuten allemaal als bij toverslag verdwenen in een grote happy ending), ook door haar mooie en uitgesproken dictie en articulatie.

 

 

Prachtige stemgeluid

De Argentijnse mezzosopraan  zong haar personage (met de wonderlijke naam Megacle) overtuigend en ook zij acteerde goed – zij is misschien een van die weinigen op deze aardbol die het verhaal ook écht begreep en zo kon vertolken. Haar prachtige, wat duistere en bronzen stemgeluid is in alle registers even egaal en leek, met ogen dicht, soms wat op de countertenor waarvoor de rol geschreven is.

 

 

Onze Nederlandse trots, de mezzo Olivia Vermeulen deed het ook prima, en zeker na de pauze vulde ze de zaal volop met haar prachtige stemgeluid.

 

 

De onervaren Spaanse tenor  (Clistene) redde natuurlijk door zijn invalbeurt voor de verhinderde Emiliano Gonzalez Toro de complete voorstelling, en daar was menigeen hem dankbaar voor, want vind maar eens een zanger die deze onbekende rol kent of die snel kan instuderen. Zijn stem was echter te wollig om de vele coloraturen tot zijn recht te laten komen, en zijn presentatie had eerder iets serviels dan iets koninklijks.

 

 

Waardevolle kennismaking

Ook bij de Italiaanse tenor Marcello Nardis (Aminta) was misschien onervarenheid debet aan zijn wat wisselvalige vocale presentie, maar hij speelde tenminste zijn rol met verve, iets dat bij de anderen te vaak ontbrak, waarschijnlijk door de hoge moeilijkheidsgraad van de noten. Al met al een boeiende en waardevolle kennismaking met het werk van Cimarosa, door het hoge uitvoeringsniveau een middag om te onthouden.

Peter Schlamilch

 

 

Meer info: npoklassiek.nl

* Deze recensie betreft de live-versie in de zaal. De concertregistratie kan, door de opnametechniek, uiteraard afwijken.

You May Also Like

KCO’s Bruckner onder leiding van Klaus Mäkelä moet nog groeien

Residentie Orkest sterk in Tsjechisch programma

Canadese Mahler overtuigt niet helemaal in de stad van de Mahler-traditie

Frank Peters en Caspar Vos verzoenen Prokofiev, Rachmaninoff en Medtner met elkaar