Genieten van Beethoven en Stravinsky bij het NNO

Noord Nederlands Orkest o.l.v. Eivind Gullberg m.m.v. Stefan Milenkovich, viool. Beethoven: Ouverture Coriolan, Vioolconcert.  Stravinsky: le Sacre du Printemps. Eerste uitvoering: 16 april 2026,  Stadschouwburg de Harmonie, Leeuwarden. Gehoord: 18 april 202, Oosterpoort, Groningen. Herhaling: 19 april 2026 Concertgebouw, Amsterdam.

Door Dirk Meijer

 

Nog amper een week na het concert met muziek van Tsjaikovski en Schostakovitsj (hier de Duitse spelling; zie mijn recensie van afgelopen week) was het publiek weer in ruime getale aanwezig tijdens de uitvoering van twee werken van Ludwig van Beethoven  en een van Igor Stravinsky. Qua opus nummer volgen het Vioolconcert en de Ouverture ‘Coriolan’ elkaar op, terwijl Stravinsky een kleine honderd jaar later op de proppen kwam met het ballet ‘le Sacre du Printemps’ (1913):  Wat heeft er in amper een eeuw tijd een enorme ontwikkeling plaatsgevonden in de kunst – en muziekgeschiedenis!

 

Je vraagt je wel eens af hoe Beethoven gereageerd zou hebben op de uitspattingen van zijn visionaire collega Stravinsky: zou hij het hebben kunnen appreciëren en daar met volle bewondering naar hebben kunnen luisteren? In ieder geval zou hij ongetwijfeld erg enthousiast geweest zijn over de twee werken die van hem zelf op het programma stonden (en over de samenwerking tussen dirigent Eivind Gullberg Jensen en solist Stefan Milenkovich, maar daarover straks meer!)

Binnen drie jaar, tussen 1910 en 1013) schreef Stravinsky zijn drie meesterballetten, vaak onder een adem ‘les Ballets Russes’  genoemd: ‘l’Oiseau de feu (de vuurvogel), Petroesjka en de Sacre du Printemps (het weidingsfeest van het voorjaar). We kunnen nu de ontwikkeling binnen honderd jaar terugbrengen naar die binnen drie: hebben de eerste twee nog een enigszins romantische, in ieder geval meer traditionele  ondertoon, in de ‘Sacre’ gooit Stravinsky, zo vlak voor het begin van de Eerste Wereldoorlog werkelijk alle remmen los.

 

 

Verandering

In de kunstgeschiedenis uitte dat zich in de opkomst van abstracte kunst en suprematisme (b.v. Malevitsj), kubisme en futurisme, het expressionisme (in Duitsland en Oostenrijk) en de opkomst van Mondriaan en Sluijters in ons eigen land. Muzikaal gezien ging ‘le Sacre’ in première en kwam er door toedoen van Schönberg een eind aan de tonaliteit. Tegelijkertijd zochten componisten als Debussy in Frankrijk maar ook Nielsen en Sibelius in de Scandinavische landen weer naar nieuwe structuren en kleuren binnen het meer traditionele en trokken Kodaly en Bartok het Hongaarse platteland in, op zoek naar oude volksmelodieën. Samengevat ontstond er dus een enorm verlangen naar vernieuwing.

Dit was de bakermat voor het ontstaan van het in 1913 zo geruchtmakende ballet ‘le Sacre du Printemps’ van Igor Stravinsky. Hoewel er vaak een tonaal, ritmisch of compositorisch verband bestaat  tussen de delen van het ballet onderling, (er is regelmatig sprake van kruisbestuivingen, uiteraard voor Stravinsky zelf volledig logisch), klonk dit werk in 1913 te choquerend en te complex voor het aanwezige publiek. Hoewel, de muziek zelf zou misschien nog wel gaan, maar op het ballet werd met afgrijzen gereageerd: van enige gratie was geen enkele sprake meer.

 

 

In 1912, slechts enkele maanden voorafgaand aan de première,  schreef de componist nog aan één van zijn goede vrienden: ‘mijn lieve God, hoe gelukkig zal ik zijn als dit werk tot leven komt en ik het zal horen.’ Het was alsof er twintig jaar waren verstreken na het schrijven van ‘de Vuurvogel’, zoveel verandering had er plaatsgevonden in het brein van dit genie.

Voor de inhoud ervan moeten we ons verplaatsen naar de prehistorie. Een jonge maagd is uitverkoren om zich dood te dansen, als offer aan de zonnegod. Het eerste deel wordt aangeduid als De Lentewijding, aanbidding van de aarde en het tweede deel als Het Offer.

Tegenwoordig mogen we ‘le Sacre du Printemps’ beschouwen als één van de klassiekers onder de twintigste-eeuwse orkest – en balletmuziek.
Voor het laatst klonk het werk in Groningen op 29 mei 2013, ’s ochtends vroeg om acht uur live op de Grote Markt, eveneens uitgevoerd door het NNO, exact 100 jaar na de zo geruchtmakende première.

 

 

Boven de materie

Weer bijna 13 jaar later was er andermaal een bijzondere uitvoering en memorabele avond in de geschiedenis van het orkest. De diepe expressie die klonk uit de fagotsolo (de eerste aanzet op de adem, expressief gespeeld door Marije van der Ende), ‘de kus van de aarde’ was de opmaat voor de rest van het verhaal, uitgebeeld door dirigent Eivind Gullberg Jensen.
Hij  stond boven de materie en haalde met al z’n expressie daarmee het maximum uit zijn orkest. De contrasten konden bijna niet groter: felle accenten, aangrijpende dissonanten, grommende contrabassen, een prachtig ingehouden altfluit, acht eensgezind en soms knetterend spelende hoornisten, net zo als vorige week in Sjostakovitsj zes slagwerkers, messcherpe accenten, in klank uitgebeelde stampende dansers…. Het bijna honderd man tellende orkest nam hij mee op sleeptouw naar ongekende hoogte!!

En als het werk dan zo goed uitgevoerd wordt, ervaar je als luisteraar als het ware de logica van de componist, hoe bijvoorbeeld de basis van ‘de Optocht van de Oudste en de Wijste’ ligt in het voorafgaande ‘Ritueel van de Twee Rivaliserende Stammen’.  Zo wordt het thema van ‘de Mystieke Cirkel van de Jonge Meisjes’ getransformeerd uit het sombere ‘Voorjaars Rondes’ motief en zo zijn er nog veel kruisbestuivingen meer te ontdekken.

 

 

Beethoven

Is er dan toch nog een overeenkomst tussen ‘le Sacre du Printemps’ van Stravinsky en het Vioolconcert van van Beethoven? Ja, toch wel. Tijdens de première van het vioolconcert wist het publiek zich te gedragen, dat wel, maar de ontvangst was zeer matig, en het heeft enkele jaren geduurd voordat het concert weer op de lessenaar stond. Tegenwoordig kunnen we ons dat bijna niet meer voorstellen: ook Beethoven was blijkbaar in zijn tijd voor velen een visionair componist. Ik denk dat we hem vandaag de dag meer mogen beschouwen als een vernieuwer, die mede de overgang in gang zette tussen het klassieke en romantische tijdperk.

 

 

Waren er, volgens mijn gewaardeerde collega Nammensma van de Leeuwarder Courant de donderdagavond in Leeuwarden nog wat aanloopprobleempjes geweest tussen solist en dirigent, die waren nu helemaal opgelost. Op zijn prachtige, waarschijnlijk met darmsnaren bespannen viool van Giovanni Battista Guadagnini uit 1783 speelde de zo idealistisch ingestelde violist Stefan Milenkovich soeverein. Ik weet eigenlijk niet of het komt, door de klassieke orkestopstelling (links 1ste violen, celli en contrabassen in het midden en 2de violen en altviolen rechts) van Gullberg-Jensen, maar van enige balansproblemen in de niet altijd even makkelijk klinkende akoestiek van de Oosterpoort was geen enkele sprake meer. Verfijnde dynamiek en een bijna zingende viool.Dit resulteerde in een prachtig, ragfijn en helder klinkend samenspel tussen solist en orkest, waarin ook de solo fagottiste zich al vast kon opwarmen met mooie soli, met name in het afsluitende Rondo. Alleen de eerste paukenslagen, waarmee het werk opent, hadden van mij nog geheimzinniger gemogen, maar dat komt bijna overeen met het zoeken van spijkers op laag water.

 

 

Lamsma speelt Brahms

In de Ouverture tot slot: de dirigent klom op de bok en zette eigenlijk onmiddellijk het orkest in beweging. Even was er even sprake van een klein balansprobleem, maar dat werd meteen weer verholpen.

Zoals ik in mijn aanhef al aangaf: er viel vrijdagavond heel veel te genieten bij het NNO. Dat past weer naadloos in het seizoen, waarin we al zoveel hoogtepunten hebben mogen beleven: de 8ste Mahler, de 9de Bruckner, 7de Dvořák, in gebruikname van de nieuwe vleugel in Groningen, maar let ook op de veelzijdigheid: Halloween, de Kast, Fay Claassen, Stef Bos, en dan hebben we eind mei Simone Lamsma (Brahms’ Vioolconcert) en ‘La Mèr’ van Debussy nog te goed.

Komende week duikt het orkest de kleinere theaters van Noord Nederland in (in stadskanaal en in Sneek), met o.a. Beethoven’s derde ‘Eroica’ Symfonie, al weer onder leiding van Eivind Gullberg Jensen. Van harte aanbevolen!

Dirk Meijer

Foto’s ©NNO Mariska de Groot (Leeuwarden)

 

Info:

https://nno.nu

You May Also Like

Pianiste Alexandra Dovgan is een groot talent, maar speelt soms onevenwichtig

Pianiste Nino Gvetadze verzamelt in Naarden alleen goede musici om zich heen

Wisselend beeld bij Parsifal in Dresden

Gouden duo Kian Soltani en Jae Hong Park besluiten tournee in Concertgebouw