Gouden duo Kian Soltani en Jae Hong Park besluiten tournee in Concertgebouw

Serie Grote Solisten. Schubert: Arpeggione Sonate, Reza Vali: Persian Folksongs, Rachmaninoff: Sonate in g. Kian Soltani (cello), Jae Hong Park (piano). Gehoord: 15 april 2026, Concertgebouw Amsterdam
Tekst: Wenneke Savenije
Op 8 april j.l. begonnen cellist Kian Soltani en pianist Jae Hong Park ze aan hun Piano Duo Recital Tour door Korea, op 13 april deden ze Hong Kong aan en op 15 april gaven ze het slotconcert van de tournee in de Kleine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw. Daar debuteerde Soltani in 2019 in de Serie Rising Stars. Zes jaar later is Soltani een wereldster en terecht, want zijn zangerige cellospel is zó vervoerend, verheven en verfijnd, zijn organische techniek is in alle opzichten zo gaaf, zijn muzikaliteit graaft zo diep en zijn warme toon is zo bezield zonder ooit sentimenteel te worden, dat je je al na de eerste noot gewonnen geeft aan zijn waarachtige ‘klankverhalen.’
Soulmates
Soltani kwam met Jae Hong Park in contact tijdens een eerdere tournee door o.a. Korea, waarbij hij wilde samenwerken met een pianist uit dat land. De keus viel op Jae Hong Park, die in 2021 winnaar was van de Ferrucio Busoni Internationale Piano Competition en al eerder belangrijke prijzen had gewonnen tijdens de Gina Bachauer Competition, de Cleveland International Piano Competition for Young Artists, de Arthur Rubinstein International Piano Masters Competition en de Ettlingen International Competition. Bepaald geen kleine jongen dus, en dat werd ook meteen duidelijk tijdens zijn debuut in het Concertgebouw met Soltani, met wie hij een soort muzikale zielsverwantschap aan de dag legde. Beide musici delen hun fijngevoeligheid, integriteit, intensiteit, toewijding en een aangeboren instinct voor de structuur en de opbouw van de muziek, die ze uiteen zetten in elegante dialogen en poëtische kleurschakeringen.
Natuurlijke autoriteit
Soltani straalt de autoriteit uit van een musicus die zijn uitzonderlijke talent volledig in dienst stelt van de muziek die hij speelt. Maar daar voegt hij nog iets extra’s aan toe. Hij opent zijn hart om pure liefde te verklanken, gebaseerd op zijn exceptionele gave voor klankschoonheid en zijn oprechte verlangen om zelfs de meest verborgen intenties en emoties van de componist te spiegelen en met het publiek te communiceren. Zo sleept de cellist je mee in boeiende, bijna filmisch aaneengeregen ‘verhalen’, die ooit opborrelden uit de hersencellen van de componist, waarbij de emotionele inhoud het bij Soltani wint van cerebrale bespiegelingen. Maar welke muziek Soltani ook ‘omarmt’, zijn expressieve interpretaties zijn altijd glashelder van structuur, spanningsopbouw en timing. Vanuit die solide basis weet hij als een Orpheus op de cello van om het even welke partituur de creatieve geest uit de fles te bevrijden, compleet met alle gevoelslagen die ooit de onderliggende motivatie voor het notenmateriaal vormden. Het resultaat is adembenemend.
Arpeggione
En zo kon het gebeuren dat Schuberts bekende Sonate in a, D821 ‘Arpeggione’ (1824) waarmee het duo van start ging, nu eens niet een beetje saai of voor de hand liggend klonk, maar als een spirituele zoektocht van donker naar licht. ‘Everything sounds better on the cello’, grapte Soltani in zijn inleidende praatje over het werk dat geschreven is voor de zessnarige ‘gitaarvioloncello’, die in Wenen populair was. Schubert omschreef hij als iemand die ‘kon glimlachen door zijn tranen heen.’ Die eigenschap werd door het gouden duo prachtig uitgelicht in een uitgebalanceerde, genuanceerde, gedetailleerde en gepolijste lezing, die tegelijkertijd spontaan en vrij klonk door de elasticiteit van het samenspel, de sensitiviteit van de klankvorming en de stuwkracht van de fraseringen.

Dubbele roots
Ervaart Soltani, die als zoon van Iraanse musici opgroeide in een dorpje in Oostenrijk, de muziek van Schubert als zijn ‘Heimat’, de Perzische muziek ligt hem door het fluitspel van zijn vader en het harpspel van zijn al jong overleden moeder ook na aan het hart. Zo kwam hij op een dag op het idee een oude vriend van zijn vader, de Iraanse componist Reza Vali, om een compositie te vragen waarin hij Perzische volksmelodieën zou verwerken. Soltani: ‘Vier maanden lang kreeg ik geen antwoord, maar ineens vond ik een compleet stuk voor cello en piano in mijn mailbox.’ Vali had zijn stuk Persion Folk Songs, Set No. 16 C (2018) gedoopt en gekozen voor een reeks van zeven karakterstukken in volksmuziekstijl, die elk een ander aspect van de Perzische cultuur belichten.

Soltani in Preludium: ‘Het mooie van Persian Folk Songs is de afwisseling in sfeer tussen de verschillende stukken. Tegenover een langzaam en bedachtzaam liefdeslied uit de stad Shiraz heeft Vali bijvoorbeeld een wilde dans geplaatst uit Khorasan, een regio in het noordoosten van het land. Daarnaast bestaat de set uit delen die hij geschreven heeft in volksmuziekstijl. Wat hij beoogt is de essentie van bepaalde volksstijlen in deze stukken te vangen, zoals Béla Bartók traditionele muziek uit Hongarije in zijn composities verwerkte. Je hoort er niet aan af dat ze bedacht zijn. Ze klinken alsof ze al veel langer bestaan, alsof ze authentiek zijn, al zijn ze niet verbonden aan een specifieke regio.’ Met het oog op de oorlog in Iran laaide het vuur in Soltani nog eens extra hoog op. Hij liet de zeven delen meesterlijk, soms innig maar vaker onstuimig, tot de verbeelding spreken en het kostte de empathische Jae Hong Park geen enkele moeite om hem daarbij te volgen.

‘Orkestrale’ Rachmaninoff
Maar het hoogtepunt van het duorecital was de bijna symfonische uitvoering van Rachmaninoffs Sonate in g, op. 19, die zich ontvouwde als een onstuitbare lawine aan klanken en kleuren. In het openingsdeel stuwde de piano als een kolkende oceaan de cello op tot ultieme expressie, zonder dat er iets geforceerd werd. Daarna vloog het duo er in het woeste Allegro scherzando vandoor alsof ze in de ‘Pirates of the Caribbean’ waren beland, waarna Soltani in het Adagio zijn ‘London, ex- Boccherini Stradivarius’ uit 1694 zo mooi en weemoedig liet zingen dat er tranen werden weggepinkt van vervoering. Op het even boeiende als spectaculaire slotdeel volgde nog een humoristische toegift van Thomas Demenga, New York Honk, waarin Jae Hong Park stadgeluiden uit de vleugel toverde, waarop Soltani zich uitleefde in snerpende chaos, hectiek en geclaxoneer.
Wenneke Savenije

Info:
www.concertgebouw.nl