Janine Jansen en Klaus Mäkelä voelen elkaar feilloos aan in Prokofiev

Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Klaus Mäkelä m.m.v. Janine Jansen, viool. Mozart: Symfonie nr. 32 in D, KV 297 ‘Parijse’, Prokofiev: Vioolconcert nr. 1 in D, op. 29, Bartók: Concert voor orkest, Sz. 116. Gehoord: 14 augustus 2025, Grote Zaal, Concertgebouw, Amsterdam
Door Wenneke Savenije
Verliefd
Het bijzondere openingsthema van Prokofievs Eerste Vioolconcert onstond in 1915, toen hij als jongeman hevig verliefd was op Nina Mescherskaya, de 20-jarige dochter van een rijke bankier en industrieel. Prokofiev, die vier jaar ouder was dan Nina, overwoog zelfs om met haar te trouwen, maar daar kwam niets van terecht. De relatie duurde maar kort, omdat Nina en haar familie om gezondheidsredenen naar Zwitserland vertrokken. Na de revolutie week ze uit naar Parijs, waar ze in 1984 het boek Vier derde van ons leven publiceerde over haar leven als emigrante. Prokofiev trouwde in 1919 met Lina Codina, een Spaanse zangeres die hij in de VS had ontmoet. Toen Prokofiev twintig jaar later een verhouding begon met de dichteres Mira Mendelssohn, met wie hij tot zijn dood zou samenwonen, nam Lina’s leven een fatale wending: ze werd in 1948 gearresteerd en acht jaar gevangengezet in de Sojetunie wegens vermeende spionage.

Niets menselijks was Prokofiev vreemd waar het de liefde betrof en mede daaraan hebben wij misschien wel de mooiste passages uit zijn muziek te danken. Het openingsthema van zijn Eerste vioolconcert geeft op fascinerende wijze de emotionele ontwikkelingsgang van een ontluikende liefde weer. ‘Speel het alsof je iemand van iets wil overtuigen’, schijn Prokofiev tegen violist David Oistrach te hebben gezegd, die het werk in 1926 voor het eerst uitvoerde op zijn eindexamen aan het Conservatorium van Odessa in aanwezigheid van de componist. Prokofiev, die intensief samenwerkte met fijnzinnige violisten als Joseph Szigeti, Robert Soetens en later David Oistrach, zag de viool niet als een virtuoos showinstrument, maar meer als een verteller met subtiele lyrische kwaliteiten en een breed palet aan emotionele espressiemogelijkheden. Hij verlangde dat de violisten die zijn muziek spelen hun viool ‘niet laten krassen’ maar juist ‘vloeiend en zangerig’ laten klinken, ook in de snelle passages. Daarbij moesten technische uitdagingen altijd in dienst staan van de muzikale gedachte, en niet omgekeerd.

Unieke klankschoonheid
Instinctief heeft Janine Jansen, die na negen jaar radiostilte op het gebied van opnames in 2024 naar buiten kwam met een alom geprezen Decca Classics – opname van Prokofievs Eerste vioolconcert met Klaus Mäkelä en het Oslo Philharmonic Orchestra, de wensen van de componist feilloos aangevoeld. Waar ze in andere werken nog wel eens muzikaal uit de bocht wil vliegen door al te fel en snel heen en weer te zwiepen met haar viool en haar emoties, in dit concert van Prokofiev excelleerde ze ingetogen en sereen in betoverende melodielijnen van een unieke, soms bijna onwereldse klankschoonheid, alsof ze vanuit een droomtoestand langzaam naar buiten trad om uiting te geven aan de diepste gevoelens van Prokofiev én haarzelf.
Het kostte Mäkelä en het Concertgebouworkest geen enkele moeite om haar daarbij subtiel en lichtvoetig te begeleiden, zodat het Andantino-Andante assai associaties wekte met een betoverd bos waarin Jansen rondsloop als een muzikaal luipaard, elegant en wendbaar, af en toe even grillig en sprankelend, maar nooit agressief. Pas in het tweede deel, het Scherzo: Vivacissimo, sloeg Jansen haar violistische klauwen uit, al liet ze zich geen moment door alle dubbelgrepen, sprongen, pizzicatie, woeste streken en grimmige accenten die ze aan haar viool moest ontlokken verleiden tot lompe grofheid of oppervlakkig vertoon van kracht en virtuositeit. Ook door de sardonische maar glashelder en kleurrijk uitgevoerde orkestpartij liet ze zich niet uit haar evenwicht brengen. Jansen vertelde in prachtige dialogen met Mäkelä en het Concertgebouworkest echt een heel persoonlijk verhaal over liefde en emoties, waarna ze in de finale nog een keer ingetogen en poëtisch gestemd door het bos sloop, om zich het met het vurig musicerende orkest gaandeweg op een lenige eindsprint te concentreren, die toch weer eindigde in een verrassend zachte en tedere droom. Haar Prokofiev klonk prachtig.
Mozart en Bartók
Mäkelä en het Concertgebouworkest hadden het concert geopend met een levendige, speelse en ondeugende lezing van Mozarts Symfonie nr. 32 in D, op. 19 ‘Parijse’, waarin het er soms ‘op zijn Harnoncourts’ aan toeging door de sterk aangezette articulatie, overdonderende accenten en grote contrasten in dynamiek, wat enigszins afbreuk deed aan de overkoepelende spanningsopbouw, de langere melodielijnen en de ultieme klankschoonheid die in alle werken van Mozart verborgen zit. Echt geniaal dirigeerde Mäkelä daarna het Concert voor orkest van Bartók dat al zo’n 140 keer op de lessenaars van het Concertgebouworkest heeft gestaan. En terecht, want het is geweldige orkestmuziek die door zijn mysterieuze en donkere passages, dromerige weemoed, groteske ironie, levendige dansritmes en ongekende rijkdom aan orkestraal coloriet een bruisende levenslust en vrijheid uitstraalt, al moet het orkest daarvoor wel uitmunten in gedisciplineerd samenspel op het hoogste niveau.
Mäkelä opteerde zoals meestal vooral voor helderheid, klankschoonheid en vaart, zweepte de music van het KCO met aanstekelijk enthousiasme op tot grote individuele en groepsprestaties en gaf de ‘solisten’ – waaronder de uitsekend het orkest aanvoerende Duits-Hongaarse gastconcertmeester Zsolt-Tihamér Visontayen de nieuwe soloklarinettist Carlos Ferreira uit Portugal – alle ruimte hun als vogels uit het moeras opstijgende solostemmen vrij ademend in te vullen. De klank van de strijkers fluctueerde van hemels zacht tot messcherp, het slagwerk knalde er folkloristisch op los, de blazers verhieven hun stemmen met flair, het koper schetterde en schitterde zonder aan scherpte te verliezen. Wat een muziek, en wat een geweldige uitvoering! Nederland heeft alle reden om trots te zijn op ‘onze’ Janine Jansen, het KCO en haar toekomstige chefdirigent, die vanaf 21 augustus samen (en met nog een tweede programma met Mahler V) op tournee gaan door Duitsland, Engeland, Zwitserland en Oostenrijk.
Wenneke Savenije
Info:
https://www.concertgebouworkest.nl/nl/