Johannes Leertouwer laat het publiek én zijn orkest Schumann ontdekken

Muziek van Schumann: Pianoconcert op. 54; Symfonie nr. 3 op. 97. Olga Paschenko, piano; Orkest als Laboratorium o.l.v. Johannes Leertouwer. Gehoord: Stadsgehoorzaal Leiden, vrijdag 26 september 2025.

Door Harry-Imre Dijkstra

 

Bij een concert met dirigent Johannes Leertouwer aan het roer weet je tevoren zeker, dat er iets verrassends zal gebeuren. Nadat hij de afgelopen jaren de symfonische muziek van Brahms al flink had opgeschud en met nieuwe inzichten en een op 19e-eeuws intrumentarium spelend meesters-en-gezellenorkest grote indruk had gemaakt – en hij bovendien promoveerde op de historische uitvoeringspraktijk van Brahms’ muziek – begon hij twee jaar geleden aan een nieuw project rond Schumann. Maar helaas: niet meer onder de vlag van enig muziekinstituut. Terwijl toch niets minder logisch is dan muziekstudenten te laten ervaren hoe muziek uit de Romantiek authentiek klinkt…

 

 

Eenmalig concert

Leertouwer rooit het dus zelf, huurt de benodigde instrumenten en betaalt zo mogelijk de reiskosten aan zijn spelers, studenten van de conservatoria uit Den Haag, Utrecht en Amsterdam, aangevuld met professionals die zich willen bekwamen op een 19e-eeuws instrument. De Stadsgehoorzaal in Leiden werkt ook mee, bekend als dat podium is met Leertouwers bijzondere producties, zelfs al is het eenmalig.

En zo zat er voor het Schumannconcert een behoorlijk goed gevulde zaal klaar in afwachting van wat komen zou. Leertouwer nam op zijn gebruikelijke ontspannen manieer kort het woord en benadrukte graag de prachtige heldere klank van de rechtsnarige Blüthnervleugel van rond 1850, die al klaarstond voor de soliste. Het doel: de mensen deelgenoot maken van de contrast- en kleuurijke klankwereld van Schumanns muziek.

 

 

Piano mét orkest

Na het niet 100% goed afstemmen van het orkest sloeg pianiste Olga Pashchenko direct in haar eerste passage een ontspannen dichterlijke en zangerige toon aan. De blazers onderscheidden zich met een opvallend houtige en rietige toon en Pashchenko liet zich direct met gemak terugzakken in de hoofdmelodie van de strijkers, waarin ze moeiteloos mengde. Het eerste orkestforte denderde prettig robuust de zaal in, ruim en breed van omvang maar tegelijk wonderlijk doorzichtig. Terwijl hier en daar wat kleine nootjes gemist werden door de houtblazers en het koper soms lichtelijk instabiel overkwam, trok de soliste waar nodig de aandacht naar zich toe, met een feëriek aangezette reprise van het hoofdthema, maar liet ze ook bewust veel van de snelle akkoordbrekingen enkel als bron van beweging en energie horen. Ondertussen dirigeerde Leertouwer volkomen dienend, maar met een grote voorwaartse lijn in gedachte.

 

 

Effectief rubatospel

In deel 2 dwong hij het orkest tot ruimer rubatospel, zeer effectief, en werd nu ook duidelijk dat het portamento (het glijden naar een toon toe) bij de strijkers goed hoorbaar werd toegepast. In Pashchenko’s opvatting klonk het hoofdthema nu eindelijk eens níet bonkig of sullig, maar als een bijna lieflijk en guitige gestelde onschuldige vraag. De overgang naar het slotdeel was spannend en wat betreft timing het meest indrukwekkende moment van deze uitvoering. Fluks en energiek, lenig zelfs ging de soliste er vervolgens vandoor en het orkest kon eindelijk zijn uitbundigheid en klankrijkdom etaleren. Na een vervaarlijke fugatische passage keerde de gezwindheid terug en kon Pashchenko voor het laatst op ontspannen wijze bewijzen, dat veel onderdelen van haar partij door Schumann slechts als kleuring bedoeld zijn en zeker niet als continue solo.

 

 

In de door het publiek vurig gewenste toegift, Liszts pianobewerking van het lied Auf dem Wasser zu singen van Schubert, maakte Pashchenko zich de klank van het instrument voor een paar tellen dusdanig eigen, dat het leek alsof haar speelwijze de enige juiste moest zijn.

 

Opzienbarende symfonie

Na de pauze nam Leertouwer iets uitgebreider de tijd om te vertellen over zijn bevindingen bij de uitvoering van de 3e, Rheinische Symphonie. Graag benoemde hij de noodzaak om Schumanns persoonlijke gesteldheid van zijn muziek te ontkoppelen.

 

 

Na een grofgesneden maar spannend en vitaal voorwaarts gespeeld openingsdeel, waar wat details sneuvelden, bracht het daaropvolgende Scherzo aan de luisteraars een bijzondere verademing, door de bloemige Mäßigkeit die de dirigent wist te destilleren uit het orkest. De lichtvoetigheid ontbrak dan wel weer in deel 3 en het opvallend korte vierde deel kwam gewijd maar ook ietwat slepend over. In de Lebhaft finale brak de schwung goed door en was het eind zelfs zeer opwindend, daarmee de unieke vorm van deze symfonie benadrukkend en tegelijk het enthousiasme van het orkest een bevrijdende apotheose biedend.

 

 

Niet voor het laatst…

Jammer daarom, dat dit slechts een eenmalig optreden was. Want natuurlijk hadden de jonge spelers baat gehad bij een reprise. Maar het project is nog niet klaar: volgend jaar volgt de laatste aflevering van de cyclus met Schumanns Vierde symfonie. Ondertussen is Johannes Leertouwer dan alweer aan een nieuw avontuur rond alle Beethoven-symfonieën begonnen…te genieten vanaf januari 2026!

Harry-Imre Dijkstra

 

Info:

https://leidseschouwburg-stadsgehoorzaal.nl

 

You May Also Like

Stormachtig applaus voor altist Tamestit en KCO

Spannende muziek in Muziekgebouw aan ’t IJ

Louis Andriessens De Materie op orkaankracht

Horen en zien: Ensemble Klang met bedwelmende Walden van Heiner Goebbels