Modena Belcanto-festival: opera zoals opera bedoeld is

Giacomo Puccini: La Bohème. Filarmonica del Teatro Comunale di Modena o.l.v. Aldo Sisillo. Coro lirico di Modena. Claudia Pavone (Mimì), Galeano Salas (Rodolfo), Sergio Vitale (Marcello), Mariam Battistelli (Musetta), Gianluca Failla (Schaunard), Alberto Comes (Colline), Tamon Inoue (Benoît/Alcindoro). Regie: Leo Nucci. Gehoord: 28 september 2025, Teatro Comunale Pavarotti Freni, Modena
Door Peter Schlamilch
Is er eigenlijk iets heerlijkers dan in een Italiaanse provinciestad, als je Modena zo mag noemen, op een zomerse zondagmiddag een Bohème bij te wonen, omringd door allemaal aardige en enthousiaste mensen? Toegegeven, niet álle noten gaan helemaal perfect in het orkest, maar wat een vuur en passie stromen er uit de orkestbak en van het toneel, waar de goeddeels Italiaanse cast, een mix van ervaren namen en opkomende talenten, er een compleet feest van maakt.

Heldere enscenering zonder provocaties
‘Opera zoals opera bedoeld is’, las ik later in mijn aantekeningen, en dat komt niet in de laatste plaats door de inspirerende regie van Leo Nucci, de legendarische Italiaanse bariton die wereldwijd wordt gevierd om zijn warme, expressieve stem en meesterlijke interpretaties van Verdi- en Verismo-rollen. Met een carrière van meer dan 55 jaar heeft hij opgetreden in de grootste operahuizen ter wereld en is hij een icoon van de Italiaanse opera, bekend om zijn emotionele diepgang, dramatische présence en technische finesse. Sinds 2010 combineert Nucci zijn zangcarrière met regie, waarbij hij vooral focust op het overdragen van de Italiaanse operatraditie aan jonge generaties en dat doet hij met dezelfde passie en autoriteit als waarmee hij decennialang de grote Verdi-rollen heeft gezongen. Hij kiest voor klassieke, heldere ensceneringen, zonder provocaties, maar met nadruk op acteren, timing en vocale expressie – precies zoals hij zelf altijd heeft gezongen.

Zangers krijgen vleugels
Doordat hij wars is van ‘modernismen’ komt het oorspronkelijke verhaal authentiek naar voren en, belangrijker, door het respect voor de originele compositie weet hij zijn zangers te inspireren, al was het maar door hen niet op te zadelen met de vele extra lagen die veel ‘moderne’ regisseurs vermoeienderwijs vaak op de operalibretti leggen. Hij legde me na afloop uit dat voor hem de regieaanwijzingen in de partituur leidend, zo niet heilig waren, net als het muzikale ritme en verhaal van de muziek en inderdaad: Nucci’s regie past de muziek en het verhaal als een handschoen en plooit zich op natuurlijke wijze naar de expressie van de noten, waardoor de zangers vleugels krijgen.

Band met opera
Begrijp me niet verkeerd, want ik pleit er niet voor om elke opera altijd uit te voeren zoals die 150 jaar geleden heeft geklonken, maar de complete dichotomie tussen verhaal en toneelbeeld zoals we die zo vaak in het ‘regietheater’ zien heeft de operatraditie ook geen stap verder gebracht – sterker nog, misschien heeft zij wel complete publieken van zich vervreemd.
Niets van dat al in Modena, de schitterende geboortestad van iconen als Luciano Pavarotti en Mirella Freni met een eeuwenoude band met opera, van barokke oratoria tot moderne meesterwerken.

Het festival ontstond pas vorig jaar en bouwt voort op Modena’s muzikale erfenis: in de 18e eeuw was de stad een centrum voor kamermuziek en oratoria, en in de 20e eeuw vormden Pavarotti, Freni en pianist Leone Magiera er een ‘school van modern belcanto’. Het doel is om dit erfgoed te eren, jong talent te kweken maar ook de grenzen te verkennen met multidisciplinaire elementen zoals theater, dans, cinema en elektronische muziek.

Prachtige opera-sfeer
Vivaldi gaf concerten in Modena, Christoph Willibald Gluck dirigeerde er en Mozart, toen 14 jaar, verbleef in Modena (1770) tijdens een Italië-reis. Paisiello gaf concerten in Modena en ook Rossini, Bellini, Verdi en Ponchielli hadden een sterke band met de stad. De stad is schitterend en dus zeker een bezoek waard, het theater klassiek en indrukwekkend en met een uitstekende acoustiek – alle ingrediënten voor een perfecte voorstelling waren dus aanwezig maar zoals altijd valt of staat het met de zangers, en die waren dus voortreffelijk. Sopraan Claudia Pavone is geboren op Sicilië en zingt haar Mimì misschien daarom wel vol vuur, genereus en voluit – verre van ielig en timide zoals je haar vaak hoort. Logisch, want ze herkrijgt immers haar levensvreugde door haar verliefdheid op Rodolfo, ondanks haar ziekte die ze al vanaf het begin van de opera met zich meedraagt. Pavone maakt een sterke jonge vrouw van vlees en bloed van haar, soms bijna op orkaankracht maar altijd bevallig en sierlijk – haar hoge C aan het eind van de eerste akte is prachtig, inclusief een wegstervend diminuendo. Een genot om te zien en te horen, en veel applaus en ‘brava’-uitroepen zijn dan ook haar deel, wat precies die prachtige opera-sfeer tijdens dit festival weerspiegelt: de interactie tussen toneel en publiek is enorm, men lacht, huivert en leeft mee, en ook hier heeft regisseur Nucci een groot aandeel in.

Moeiteloos gemak
Rodolfo, gezongen door de opkomende Mexicaans-Amerikaanse tenor Galeano Salas, heeft een warme, Italiaans-expressieve stem, met technische precisie en een zeer charismatische podiumprésence. Hij schakelt snel en geloofwaardig tussen de stoere student en de romantische geliefde en vertelt zijn verhaal overtuigend en meeslepend, net als de Musetta van de in Ethiopië geboren Italiaanse sopraan Mariam Battistelli, die ook al mooi en voluit zingt en een krachtige en vrijgevochten courtisane neerzet, hoewel vocaal niet altijd even geraffineerd. De gerenommeerde Italiaanse bariton Sergio Vitale (Marcello) zingt zijn hoge noten schijnbaar met moeiteloos gemak en zijn stem klinkt als een klok, maar hij mocht iets betrokkener acteren.

Tranen
De tweede acte begint met kort accordeonspel (de melodie van Musetta’s aria), een vondst waar ik normaalgesproken niet zo’n voorstander van ben maar in de levendige en doorleefde regie van Leo Nucci perfect past. Het orkest speelt uitstekend en betrokken, ondanks de precieze maar soms wat afstandelijke slag van dirigent Aldo Sisillo, die prima begeleidt en zijn solisten alle ruimte voor expressie geeft. Het échte pianissimo zoekt hij niet (of weet het niet te vinden), maar dat hoeft ook niet altijd: deze cast kiest zijn eigen, hoogdramatische koers.
De sterfscène gaat door merg en been, en dat komt ook doordat de Italiaanse zangers uiteraard écht woordelijk begrijpen wat ze zingen, niet via de omweg van een vertaling – ook daarom is het zo heerlijk om in zo’n prachtige Italiaanse provinciestad een opera te beluisteren: alles lijkt echter en oprechter.
Peter Schlamilch

Info: