Sterrencast met Netrebko redt Verdi’s Ballo in maschera in Berlijn

Giuseppe Verdi – Un ballo in maschera. Staatsopernchor en Staatskapelle Berlin o.l.v. Enrique Mazzola. Met Charles Castronovo (Riccardo), Amartuvshin Enkhbat (Renato), Anna Netrebko (Amelia), Anna Kissjudit (Ulrica), Enkeleda Kamani (Oscar) e.a. Regie: Rafael R. Villalobos. Gehoord: 4 april 2026, Staatsoper unter den Linden, Berlijn

Door Peter Schlamilch

 

Sommige opera’s zijn zo tijdloos, dat je ze met gemak naar onze tijd kunt verplaatsen zonder de kern ervan te verloochenen. Verdi’s Un ballo in maschera zou er daarvan misschien best een kunnen zijn, want het thema van de onmogelijke liefde – de hoofdpersoon, Riccardo, is meeslepend verliefd op de vrouw van zijn beste vriend, vertrouweling en redder Renato – is natuurlijk van alle tijden. Voorwaarde is dan altijd wel dat de handeling op het toneel overtuigend is en de regie volledig is geconcentreerd op de kern van het verhaal, zonder een teveel aan afleidingen, toeters en bellen. En aan die voorwaarde werd in de regie van Rafael R. Villalobos helaas niet voldaan: het toneel lag bezaaid met televisieschermen die onbestemde CNN-beelden vertoonden, de waarzegster was een stand-in die voor een televisiecamera acteerde en de mysterieuze, geheime plek – het orrido campo (het galgenveld) – waar Amelia om middernacht het kruid moest plukken om haar acerba cura, haar geheime, kwellende en bittere liefde uit haar hart te rukken, bleek een elektriciteitsmast te zijn met drugsdealers er omheen.

 

 

Hogere waarden

Natuurlijk zijn drugs ook een soort ‘kruid der vergetelheid’ en worden ze, naar verluidt, vaak betrokken op ongure, afgelegen en nachtelijke plekken, dus de slimme associatie begrepen we echt wel. En toch… Toch zijn die ons zo bekende, alledaagse beelden niet magisch genoeg om ons mee te slepen in het grote zielendrama waar de gepassioneerde protagonisten zich in bevinden. Het eindeloze gezeur in het programmaboek (ik lees ze om die reden zelden vooraf) over racisme, culturele toe-eigening, transgendergedoe, minderheden en uitsluiting is zó tenenkrommend oppervlakkig-modieus dat het nauwelijks serieus is te nemen, maar het verklaart wel het mislukken van deze regie: het operabedrijf is nu eenmaal weinig geschikt voor actuele politieke discussies, en als we ons daarin zouden willen verdiepen zijn er genoeg kranten, tv-programma’s en protestbijeenkomsten om tot ons te nemen. Het operatheater is, zeker na het gemarginaliseerd raken van de religie, een van de laatste plekken in onze cultuur waar over hogere waarden dan het alledaagse kan worden gereflecteerd. Laten we niet steeds de fout maken om daar maatschappelijke thema’s, hoe interessant soms ook, te gaan bespreken: dan verliezen we de diepere kern van het muziektheater.

 

 

Emotionele hoogspanning

Nu die fout door regisseur Rafael R. Villalobos wel was gemaakt stonden de zangers er, als zo vaak, weer eens alleen voor. Ze moesten in een grijs en grauw decor die allesvernietigende liefde verbeelden, en dat viel natuurlijk niet mee in de betonnen bunker die de hele avond lang te zien was, en ook de wat standaard kleding en belichting hielpen niet mee. Gelukkig was daar de wereldberoemde Russische sopraan Anna Netrebko, die vocaal licht bracht in al die scènische duisternis: na een wat zoekend begin in de eerste akte bouwde ze haar rol van wanhopig-verliefde jonge vrouw steeds glansrijker op om uiteindelijk onvermoeibare en dramatische wijze het theater te imponeren: haar ‘Bescherm me voor mijn hart’ ging door merg en been. Het duet met haar geliefde Riccardo, gezongen door een prachtig lyrisch fraserende Charles Castronovo, was meeslepend en climactisch, ook omdat de tenor over een soort ‘vocale turbo’ beschikt waardoor hij op de momenten die hij nodig acht nog even extra gas kan geven – heel indrukwekkend. Hun duet werd niet een simpele ‘ik hou van jou’-uitwisseling, maar een psychologisch en muzikaal complex proces van verzet, schuld, verleiding en uiteindelijk overgave – heel fraai.

 

 

 

Hun terzet met Renato, gezongen door de Mongoolse bariton Amartuvshin Enkhbat, was geweldig, ook doordat deze laatste over een onwaarschijnlijk mooie, massieve en volumineuze stem beschikt, die indringend en technisch onvermoeibaar is. Enkhbats acteerprestaties waren echter minimaal, maar ja, wat wil je ook als je moet doen alsof je je ongesluierde vrouw niet kunt herkennen, nota bene in volle belichting? Ook het feit dat hij in een toevallig aanwezig autowrak stapt en daar toch mee naar huis weet te rijden wekte enige hilariteit en ontnam zodoende deze scène, met de bedrogen echtgenoot, de emotionele hoogspanning. Zonde.

 

 

Alleen sterven

Netrebko’s afscheidsaria Morrò, ma prima in grazia was, ondanks hier en daar een extra hapje lucht en kleine onzuiverheid, indrukwekkend en heerlijk passievol, en Enkhbats Eri tu was spreekwoordelijk groots en meeslepend. Ook Castronovo’s slotaria klonk mooi: grotendeels lyrisch en (soms net te) klein gehouden, maar met mooie, stralende uithalen waar nodig en steeds met een mooie, muzikale timing en dictie. Koor en orkest waren uitstekend en dirigent Enrique Mazzola liet zien dat hij het Un ballo niet alleen liefheeft, maar dat ook kan overbrengen.

 

 

Van de bijrollen was Oscar, gezongen door de Albanese sopraan Enkeleda Kamani, prachtig en mooi afgewerkt, en de Rechter van Junho Wang verdient zeker een eervolle vermelding. Over de Ulrica van de Hongaarse mezzo-sopraan Anna Kissjudit was ik minder enthousiast, vooral door haar wat kelige en onzuivere geluid. De dragqueens op het gemaskerde bal leidden weer nodeloos af van de kern, maar Riccardo’s sterfscène was desondanks gevoelvol en overtuigend. Maar zou het werkelijk zo zijn dat Amelia tijdens zijn doodsstrijd verstijft en, ondanks haar enorme liefde, niet naar haar idool toe loopt, zijn hand pakt of hem zelfs maar aankijkt? Laat ze hem echt alleen sterven, nog wel met een cameraman voor z’n neus? Het leek zo onwaarschijnlijk dat we er nog lang over nadachten.

Peter Schlamilch

 Credits: Stephan Rabold

 

Meer info: staatsoper-berlin.de

You May Also Like

Minimal Music Festival opent met Moore en Vukosavljević

Muzikaal magistrale Elektra in Düsseldorf

Hohe Messe geraffineerd maar weinig meeslepend

Larbi – Introdans danst Cherkaoui