Vertolkingen van pianiste Yukiko Hasegawa stralen ideale rust uit

Yukiko Hasegawa, piano. Werken van: Bach, Haydn, Beethoven, Boulanger en Schubert. Gehoord: 22 februari 2026, Waalse Kerk, Amsterdam

Door Willem Boone

 

De Waalse Kerk in Amsterdam vormt een oase van rust in een behoorlijk drukke buurt en daar paste het pianospel van de Japanse Yukiko Hasegawa uitstekend bij. Haar interpretaties stralen een en al rust uit: ze zal, evenmin als haar leermeester Willem Brons, nooit iets doen wat tegen de muziek ingaat. Onder haar handen ontvouwt deze zich op volstrekt natuurlijke wijze. De tempi zijn in bijna alle gevallen al net zo natuurlijk gekozen. Het is prettig dat er in tijden waarin alles gehaast lijkt te zijn iemand musiceert op een manier waar niets gehaast aan is. Zo vormde de Prelude en fuga nr 7 in es groot uit het Tweede boek van Bachs Wolhtemperietes Clavier een vredig begin van dit recital, dat bestond uit overwegend ‘grote’, ‘serieuze’ muziek die niet als doel heeft om te willen epateren.

 

 

Haydn en Beethoven

Zij vervolgde met Haydns Sonate in c klein. Ook hier nam ze alle tijd om te fraseren en ze deed alle recht aan het tempovoorschrift ‘moderato’. Hoewel de pianiste van blad speelde, leek ze nauwelijks naar de muziek te kijken. In het eerste deel speelde ze niet de herhaling van de expositie, wat de meeste pianisten wel doen. Velen van hen spelen ook die van de re-expositie, waardoor deze sonate nogal lang uitvalt. In het tweede deel, andante con moto, speelde zij wel de herhaling. Mooi waren de lange lijnen die dit hele deel omspannen. In het laatste deel, allegro, viel nogmaals haar verzorgde spel op, waarbij zij elke noot de juiste aandacht gaf.

Als laatste speelde zij voor de pauze de 6 Bagatellen opus 126 van Beethoven. Hij noemde deze stukken ‘Ein Zyklus von Kleinigkeiten’, maar zo ‘onbeduidend’ zijn ze niet. Ze lijken op het idioom dat de componist in zijn late pianosonates en strijkkwartetten schreef en zoals Willem Brons in zijn immer lezenswaardige toelichting schreef: ‘De eerste bagatel suggereert duidelijk een begin en de laatste bagatel vormt het definitieve eindpunt.’ Voor mijn gevoel klonk de eerste, andante con moto, een fractie te snel. In de tweede, allegro en ook in de vierde, presto, had de pianiste wat meer de grillige, bruuske accenten mogen benadrukken door de voor Beethoven zo typerende sforzati en gepunteerde noten sterker uit te laten komen. In nr 4 komt na het grimmige begin een overgang voor, die Hasegawa weliswaar organisch speelde, maar soms kan deze met meer verrassingseffect klinken, alsof de uitvoerende deze ineens ‘bedacht’. Nr 6, presto- andante amabile e con moto, had iets geheimzinniger kunnen klinken en leek wat aan de snelle kant. Mooi was haar legatospel.

 

 

Lili Boulanger

Verrassend waren twee korte werken van de jong overleden Franse componiste Lili Boulanger, zus van Nadia Boulanger. In D’un jardin clair exploreerde zij het hele klavier met een aantal hele diepe noten in de bassen. Het ging om een kleine sfeertekening, die Hasegawa op passende wijze speelde. Ook in het daaropvolgende D’un jardin vieuxwas een geheel eigen klanktaal hoorbaar. Misschien klonk deze ‘Frans’, zonder dat je geraden zou hebben van wie de muziek was. Beide stukken vormden, hoewel kort, een welkome afwisseling op dit verder ‘Duitse’ programma.

 

 

Schuberts Klavierstücke in originele versie

De pianiste besloot haar optreden met de Drei Klavierstücke D 946 van Schubert, ook wel ‘Stücke aus dem Nachlass’ genoemd. Ze werden pas 40 jaar na zijn overlijden gevonden en onder supervisie van Brahms gepubliceerd. Hasegawa legde urgentie in haar vertolking en het was bijzonder dat het eerste van de drie stukken in de originele versie klonk. Deze hoor je hoogstzelden in een concertzaal of op cd. Sokolov speelde deze een aantal jaar geleden tijdens een recital (dat door DG vastgelegd werd op cd) en ook Claudio Arrau nam deze versie in 1956 voor EMI op, toen Schuberts pianomuziek nog helemaal een zeldzaamheid was. In deze, langere versie klinkt de muziek volgens het motief A-B-A-C-A, waarbij C voor een tweede intermezzo staat. Dit is typisch Schubertiaans van karakter en je kan je afvragen waarom zoveel pianisten het weglaten. Het misstaat niet in het geheel, maar mogelijk haalt het toch enigszins de vaart uit het stuk. Het tweede speelde zij in een mooi, natuurlijk tempo waarbij zij ook gevoel voor de altijd aanwezige, dromerige kant van deze muziek toonde. Het derde speelde zij in precies het goede tempo, daar waar sommige collega’s in een te snel tempo van start gaan. De muziek was beurtelings innig en in de coda gedreven.

Als toegift speelde de Japanse Träumerei van Schumann, puur en vol eenvoud. Zij droomde echter niet weg en haar toon behield presence. Het vormde een passend slot van dit fraaie recital.

Willem Boone

 

 

Info:

https://dewaalsekerk.nl/agenda

You May Also Like

Nederlands Philharmonisch heldhaftig in Strauss met Viotti

Hypermoderne complot-opera van Michel van der Aa raakt

Rosanne Philippens en Jeroen Sarphati scharen zich met humor achter de Dolle Mina’s

Briljant Nederlands Kamerkoor in de Fins-Oegrische Koortraditie